De trappers kwijt
Verenigd Koninkrijk | Schotland | Anno 1974
01 – Maandag 19 augustus 1974 | Overpelt – Strombeek-Bever | 136 km
02 – Dinsdag 20 augustus | Strombeek-Bever – Mariakerke | 140 km
03 – Woensdag 21 augustus | Mariakerke – Lydd | 68 km
04 – Donderdag 22 augustus | Lydd
05 – Vrijdag 23 augustus | Lydd – Heathfield/Uckfield | 82 km
06 – Zaterdag 24 augustus | Heathfield/Uckfield – Bracknell/Twyford | 114 km
07 – Zondag 25 augustus | Bracknell/Twyford – Oxford/Woodstock | 72 km
08 – Maandag 26 augustus | Oxford/Woodstock – Stratford-upon-Avon | 60 km
09 – Dinsdag 27 augustus | Stratford-upon-Avon – Uttoxeter | 117 km
10 – Woensdag 28 augustus | Uttoxeter – Glossop | 84 km
11 – Donderdag 29 augustus | Glossop – Settle | 97 km
12 – Vrijdag 30 augustus | Settle – Keld | 88 km
13 – Zaterdag 31 augustus | Keld

01 – Maandag 19 augustus 1974 | Overpelt – Strombeek-Bever | 136 km
Een reis per fiets naar Schotland hebben we voor ogen. Maar eigenlijk weten we niet goed waaraan we beginnen. Wales willen we bezoeken, Peak District, Lake District, de Schotse Highlands – helemaal tot in John o’ Groats nog wel, één van de meest noordelijke punten van het eiland. Enkele duizenden kilometers dus, met alle voorzieningen voor eten, drinken en slapen op het bagagerekje. Vier tot vijf weken trekken we daarvoor uit. Onderweg zullen we onze strapatsen op Super 8-film vastleggen, een smalfilmformaat dat in weerwil van zijn naam zijn populariteit eerder aan de handzame cassettes dan aan de superieure beeldkwaliteit dankt. Van enige vorm van communicatie met het thuisfront zal echter geen sprake zijn – het obligate ansichtkaartje niet te na gesproken – want telefoneren is veel te duur. En op de commerciële toepassing van gps en gsm is het nog meer dan twintig jaar wachten.
Gepakt en gezakt blijkt Jeans fiets 48 kg te wegen, mijn fiets slechts 45 kg. Dat er heel wat bergen en dalen in het verschiet liggen, daar hebben we een reëel vermoeden van. Dat onze fietsen daar niet op berekend zijn, dat realiseren we ons heel wat minder. Dat onze loodzware uitrusting – inclusief gietijzeren tentharingen, godbetert – ons zwaar zal opbreken, staat in de sterren geschreven.
(Te) zwaar beladen |
|
GoPro avant la lettre |
Maar die overwegingen schuiven we met tomeloos enthousiasme aan de kant. In Overpelt zetten we er omstreeks tien uur de beuk in. Dat de zon de hele dag lang welgevallig haar stralen over het Vlaamse landschap strooit, is alvast een meevaller.
Op de commerciële toepassing van gps en gsm is het nog meer dan twintig jaar wachten
Wielertoeristen, daar zijn de knoestige Vlaamse wegen niet echt voor gemaakt. Onze fietsen krijgen het zwaar te verduren. In die mate dat ergens tussen Aarschot en Leuven onze houten bagagerekjes van eigen fabricaat het begeven. Een formidabele meevaller eigenlijk, want zo kunnen we meteen orde op zaken te stellen. In Heverlee duiken we het werkhuis van ons studentenkot in. Jeans bagagerek repareren we, voor mij timmeren we van dikke planken een compleet nieuw exemplaar in elkaar, robuust genoeg om aardbevingen en orkanen te doorstaan. Weer wat kilootjes erbij, maar daar leggen we ons noodgedwongen bij neer.
Het loopt al tegen acht uur ’s avonds aan als we onze eerste etappeplaats in Strombeek-Bever bereiken. We zijn er welkom in het ouderlijk huis van een studiegenoot, waar we zullen overnachten. Het late tijdstip belet ons geenszins om gedrieën naar hartje Brussel af te zakken. Gauw nog even de bloemetjes buiten zetten, vooraleer morgen het echte werk begint.
02 – Dinsdag 20 augustus | Strombeek-Bever – Mariakerke | 140 km
Het is al tien uur voorbij eer we Strombeek-Bever achter ons laten. In Grimbergen en Merchtem zijn de boeren massaal op straat gekomen. Niet om ons aan te moedigen, stellen we een tikkeltje ontgoocheld vast, wel om hun ongenoegen over het beleid te uiten. Tussen Gent en Brugge zijn het dan weer eindeloos veel kasseiwegen die ons parten spelen. Maar onze nieuwbakken bagagerekjes doorstaan deze eerste test met verve.
Timemanagement is onze sterkste kant nog niet
Brugge kunnen we niet links laten liggen. We zoeken de markt op en vergapen ons aan het middeleeuwse centrum met zijn imposante Halletoren. Veel te lang eigenlijk, want timemanagement is onze sterkste kant nog niet. Het is al half negen als we op een camping in Mariakerke arriveren. Grotendeels in de duisternis slaan we er ons tentje op en koken er ons potje op ons gasvuurtje met twee pitjes. Met algemeenheid van stemmen is Jean inmiddels tot vaste kok van dienst uitgeroepen, een taak waarvan hij zich uitstekend zal kwijten.
03 – Woensdag 21 augustus | Mariakerke – Lydd | 68 km
Treuzelen is deze ochtend niet aan de orde. Om 10.20 u. vertrekt de ferryboot van Oostende naar Dover. Wassen, aankleden, spek en eieren bakken, afwassen, tent ontruimen en afbreken, materiaal verpakken en op de fietsen monteren – voortaan wordt dat elke ochtend vaste prik. De ervaring zal ons spoedig leren dat we daar doorgaans twee uur mee zoet zijn.
Veerboot Oostende – Dover |
|
White cliffs of Dover |
Bijna vier uur doet de veerboot er over om het Kanaal over te steken. Kwart na twee is het als we in de Ferry Terminal van Dover aanmeren. Onze verkenning van het Verenigd Koninkrijk kan beginnen.
In een wijde bocht zullen we rond de metropool fietsen en de westelijke route noordwaarts volgen
Voorlopig volgen we de zuidkust westwaarts. Het drukke Londen gaan we immers uit de weg. In een wijde bocht zullen we rond de metropool fietsen en de westelijke route noordwaarts volgen. Oxford, Peak District en Lake District staan dan op het programma, terwijl we industriesteden als Birmingham, Liverpool en Manchester zoveel mogelijk zullen mijden. Over enkele weken zullen we dan langs de oostelijke route terugkeren en onder meer York, Cambridge en Londen aandoen.
Dover – Ferry Terminal |
|
Dover |
Fietsen aan de linkerkant van de weg, dat is even wennen. Niet dat het echt moeilijk zou zijn. Maar het is wel extra opletten geblazen aan de rotondes. Of als je rechts moet afslaan.
Via Folkestone belanden we in het onooglijke kustdorpje Lydd waar we op zoek gaan naar een geschikte kampeerplaats. Voor ons is dat een plek waar we voor de duur van één nacht ons tentje kunnen optrekken, zonder dat het ons een penny kost en zonder dat we het met iemand aan de stok krijgen. Wildkamperen dus.
Lydd |
|
|
Een verlaten zand‑ en kiezelvlakte met enkele stroken gras en zicht op zee voldoet volledig aan die criteria. Dat verderop een indrukwekkende industriële installatie tegen de horizon afsteekt, deert ons niet. Achteraf zal dat de kerncentrale van Dungeness blijken te zijn.
Over sluitingstijden zijn Britten beginselvast. Na zes uur zijn alle winkels potdicht
Foerageren, dat hebben we nog niet goed in de vingers. Want over sluitingstijden – zoals over zoveel zaken – zijn Britten beginselvast. Na zes uur zijn alle winkels potdicht. Dat zal een permanente bekommernis worden.
Nog zo’n zorg zijn de spaken van de achterwielen. Met al dat gewicht krijgen die het zwaar te verduren. Zo zwaar, dat enkele spaken in mijn achterwiel het al hebben begeven. Morgen wordt het onze eerste bekommernis die te laten repareren.
04 – Donderdag 22 augustus | Lydd
De speurtocht naar een fietsenmaker voert ons naar New Romney, twaalf kilometer terug naar Dover. Boffen wij even, want we treffen er een man aan met hart voor zijn stiel en verstand van zijn vak. Met die spaken zal je het niet ver brengen, luidt zijn nuchtere diagnose. Alle spaken van het achterwiel door dubbeldikke exemplaren vervangen is de enige zinvolle remedie – een voorstel waar we gaarne op ingaan. Dat we niet de reflex hebben om ook Jeans achterwiel een preventieve make-over te geven, zal ons de komende weken zuur opbreken.
Alle spaken van het achterwiel door dubbeldikke exemplaren vervangen is de enige zinvolle remedie
Omstreeks drie uur in de namiddag mogen we de fiets ophalen. De tent opbreken en verder fietsen heeft nu geen zin meer. Een rustdag wordt het dus, inclusief zwempartijtje in zee.
05 – Vrijdag 23 augustus | Lydd – Heathfield/Uckfield | 82 km
Onze vijfde dag reeds. Toch hebben we nauwelijks 344 km op de teller staan – het verloren retourtje naar New Romney inbegrepen. Hoog tijd om er eens flink wat vaart achter te zetten. Al zal ons dat vandaag niet zo gauw lukken, want we hebben nog wat sightseeing voor de boeg. Een klepper zoals Hastings kunnen we nu eenmaal niet links laten liggen.
Toen de Engelse koning Edward in 1066 kinderloos stierf, zat het spel meteen op de wagen. Net voor zijn dood had Edward immers zijn troon aan William toegezegd, de hertog van Normandië aan de overkant van het Kanaal. Een vreemde snoeshaan op de Engelse troon – nota bene een afstammeling van de Vikingen – daar wilden de Angelsaksen niet van weten. Dus zetten ze hun eigen Harold de kroon op het hoofd. Dat pikte William dan weer niet. Hij stak het Kanaal over om bezit te nemen van wat hem naar zijn bescheiden mening rechtmatig toekwam. In zijn kielzog voeren 500 tot 700 schepen, volgestouwd met manschappen, paarden en materiaal.
De afloop van de slag van Hastings in 1066 is alom bekend. Harold beet in het zand, William werd koning van Engeland. Sedertdien noemen ze hem – heel toepasselijk – William de Veroveraar. Twee jaar later werden de gebeurtenissen overigens in een fraai stripverhaal gegoten. Dat kan je nog steeds in het Franse Bayeux gaan bewonderen.
Maar het is niet in Hastings dat de Battle of Hastings plaatsvond, wel op een plek die ze achteraf – weeral heel toepasselijk – Battle zijn gaan noemen. Waar eertijds de slag plaatsvond, werd op bevel van paus Alexander II een abdij opgericht. Het hoogaltaar van de kerk van die abdij zou naar verluidt precies op de plek staan waar koning Harold zou zijn gedood.
Hastings Castle |
|
Battle Abbey |
Het is niet in Hastings dat de Battle of Hastings plaatsvond
Om dat alles rustig te kunnen verkennen trekken we er vrij vroeg op uit. In Hastings zoeken we eerst de St. Clements Caves op. Met de beroemde veldslag hebben die niets te maken, met de tweede wereldoorlog des te meer. Honderden mensen kwamen er voor de Duitse luchtbombardementen schuilen.
Maar het is vooral Hastings Castle dat ons interesseert. Direct na de fameuze veldslag liet William op een heuvel aan de kust een houten bolwerk oprichten. Enkele jaren later, in 1070, had hij dat al door een heus kasteel laten vervangen. De ruïnes daarvan staan er vandaag nog altijd. Van op de winderige plek heb je een perfect zicht over land en over zee.
Op zoek naar Battle Abbey laten we de zee definitief achter ons en trekken een tiental kilometer het binnenland in. Gedaan met de vlakke kustwegen, het terrein wordt heuvelachtig nu. En de komende weken zal dat niet meer veranderen.
Gedaan met de vlakke kustwegen, het terrein wordt heuvelachtig nu. En de komende weken zal dat niet meer veranderen
In de omgeving van de abdij kuieren we wat rond en overschouwen de weiden waar eertijds al dat wapengekletter plaatsvond. Dat in deze rustige, groene omgeving vierduizend Engelsen en tweeduizend Normandiërs het leven lieten, kan je je vandaag moeilijk inbeelden.
Tentje zetten |
|
Potje koken |
’s Avonds strijken we ergens tussen Heathfield en Uckfield met ons tentje in de boomgaard van een gastvrije boer neer.
06 – Zaterdag 24 augustus | Heathfield/Uckfield – Bracknell/Twyford | 114 km
Een dag om eens goed door te fietsen wordt het vandaag. Daar zal het heuvelachtige terrein niets aan veranderen. Maar het zijn de rigoureuze sluitingsuren die ons parten zullen spelen. Van zaterdagmiddag tot maandagochtend zijn alle winkels potdicht. Dat is knap vervelend, want het houdt in dat we elke zaterdagochtend uitgebreid zullen moeten foerageren voor tweemaal lunch, tweemaal warm avondmaal en tweemaal ontbijt. Daar is onze voorraadtas niet op berekend. En een ijskastje om dat alles koel te houden, hebben we ook al niet aan boord.
Wind in de zeilen |
|
Lunch |
Via Billingshurst en Guildford gaat het vrij vlot naar Bracknell. Verderop naar Twyford krijgen we de welwillende toestemming van een paardenfokker om ons tentje op zijn landgoed te installeren. Zo zijn we op ongeveer dezelfde breedtegraad als Londen beland, ruim vijftig kilometer ten westen ervan. Onze brede bocht rond de hoofdstad mogen we dus als voltooid beschouwen.
07 – Zondag 25 augustus | Bracknell/Twyford – Oxford/Woodstock | 72 km
Tot Wallingford gaat het vlot. Maar die voorspoed blijft niet duren – mijn fietsketting breekt. Fietsenmakers die bereid zijn op zondag de handen uit de mouwen te steken, ze bestaan blijkbaar, zelfs in Engeland. Toch komt de nieuwe ketting er niet zonder slag of stoot. De man heeft het moeilijk met ons taaltje – continental English noemt hij ons gewauwel.
In juni volgend jaar zullen de Britten zich kunnen uitspreken over de vraag of ze wel of niet tot de EEG willen behoren
Van Europa hebben ze hier sowieso geen hoge pet op, zoveel is duidelijk. Europa, dat is dan het volkje aan de overkant van het Kanaal, want Britten beschouwen zichzelf uiteraard niet als Europeanen. Pas op 1 januari van vorig jaar is het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Economische Gemeenschap toegetreden. Maar ondertussen zijn de socialisten onder leiding van Harold Wilson aan de macht gekomen en die plaatsen vraagtekens bij dat lidmaatschap. Een referendum moet uitsluitsel geven. In juni volgend jaar zullen de Britten zich kunnen uitspreken over de vraag of ze wel of niet tot de EEG willen behoren.
We laten het niet aan ons hart komen en fietsen verder noordwaarts naar Oxford, de stad aan de Theems met haar prestigieuze universiteit. De oudste unief van Engeland is dit, in 1096 werd hier al les gegeven. In Cambridge was het toen nog meer dan een eeuw wachten op een universiteit. Die ontstond nota bene rond studenten die Oxford na een lynchpartij ontvlucht waren.
Oxford – Christ Church – Tom Tower |
|
Oxford – All Souls College |
Met het hoofd in de nek kuieren we door een stad die zich als een enorm openluchtmuseum openbaart
Met het hoofd in de nek kuieren we door een stad die zich als een enorm openluchtmuseum openbaart. Er lijkt geen einde te komen aan de Colleges en de Chapels, de keurige binnenpleintjes en de smalle steegjes, de verrassende doorkijkjes en de ragfijne spitsen, de Towers met hun roosvensters en de gevels met hun spitsbogen.
Zo is er Christ Church College, een van de rijkste colleges van de stad, met zijn achthoekige Tom Tower. Die klokkentoren ontleent zijn naam en zijn faam aan Great Tom, een gevaarte van iets meer dan zes ton. De luidste klok van Oxford is dat. Elke ervaringsdeskundige kan dat beamen.
Als het op prestige aankomt, moet All Souls College voor Christ Church College niet onderdoen. Maar hier is vooral Codrington Library het pronkstuk – een historische bibliotheek met een rijke collectie boeken van vόόr 1800.
Oxford – Merton College – Chapel |
|
Oxford – Merton College – Dead Man’s Walk |
Al meer dan zeven eeuwen worden vrouwelijke studenten hier geweerd
Te midden van idyllisch groen aan de rand van de universiteitswijk treffen we Merton College aan. Al meer dan zeven eeuwen worden vrouwelijke studenten hier geweerd. In het mannenbastion dat Oxford heet, is Merton College op dat punt niet eens een uitzondering. Pas over een vijftal jaar, in 1979, zal daar langzaamaan verandering in komen.
Oxford – Magdalene College – Chapel |
|
Oxford – Doorkijkje |
In de late namiddag zetten we onze weg verder naar Woodstock. Daar is het dat Winston Churchill in het indrukwekkende Blenheim Palace ter wereld kwam. Onze stek voor de nacht is een beetje minder somptueus – een oranje tentje naast de weg.
08 – Maandag 26 augustus | Oxford/Woodstock – Stratford-upon-Avon | 60 km
Heel de nacht door roffelt de regen op het tentzeil. Een naargeestige affaire is het, ’s ochtends je tent in de regen te moeten opbreken. Vrijwel niets kan je droog houden, de vochtige spullen zijn nog wat zwaarder dan anders. Alsof de duivel ermee speelt, stokt de regen en breekt de zon door de wolken zodra we volledig gepakt en gezakt in het zadel zitten.
Een naargeestige affaire is het, ’s ochtends je tent in de regen te moeten opbreken
Stratford-upon-Avon, daar zou niemand ooit van gehoord hebben, ware het niet dat ene William Shakespeare er in 1564 het levenslicht aanschouwde. De grootste schrijver die Engeland ooit voortbracht noemen ze hem, de man die in zijn werk moeiteloos tijdloze en universele thema’s aaneenreeg.
Stratford-upon-Avon |
|
|
Daarmee vergeleken zijn de thema’s die wij aaneenrijgen nogal banaal – de ene gebroken spaak na de andere in Jeans achterwiel. Maar vandaag is het Bank Holiday, leert een korte rondvraag ons. En die is zo mogelijk nog heiliger dan de zondag. Geen enkele fietsenmaker zal zich over ons wiel willen buigen. Dus wordt het wachten tot morgen. Ondertussen kuieren we dan maar wat door het stadje en brengen dat fameuze geboortehuis een bezoekje.
Braakliggend terrein nabij het treinstation wordt onze stek voor de nacht. Weer regent het vrolijk terwijl we ons tentje opslaan. Hetzelfde verhaal als vanmorgen dus – niets blijft droog – maar dan in omgekeerde volgorde. Vreemd genoeg hebben van beide luchtmatrassen de hoofdkussens gelijktijdig de geest gegeven. Voortaan zullen we het met opgevouwen kledingstukken als hoofdkussens moeten doen. Hopelijk houden de andere compartimenten van de matrassen beter stand.
09 – Dinsdag 27 augustus | Stratford-upon-Avon – Uttoxeter | 117 km
Een stralende zon begroet ons bij het ontwaken. Dat doet ons voor de rest van de dag het allerbeste vermoeden. Maar eerst dat wiel nog even laten repareren. Klokslag twaalf kunnen we Stratford-upon-Avon eindelijk achter ons laten. Via Warwick, Coventry en Tamworth gaat het met een boogje rond Birmingham noordwaarts.
Gaandeweg begint Jeans achterwiel weerom op te spelen. Ons ochtendlijk optimisme was dus voorbarig. Wat meer is, fietsenmakers zullen we langs de geplande route niet aantreffen, zo vernemen we. Een ommetje via Uttoxeter dringt zich op. Daar kamperen we op braakliggende gemeentegrond, in afwachting van een nieuw bezoek aan een fietsenmaker.
10 – Woensdag 28 augustus | Uttoxeter – Glossop | 84 km
Van het korte oponthoud maken we gebruik om enkele logistieke probleempjes op te lossen – ons lege flesje Camping Gaz van 1,8 kg butaan voor een vol exemplaar inruilen, Belgische franken voor Britse ponden inwisselen.
In de Alpen zullen ze ongetwijfeld eens hartelijk lachen met wat men hier peaks noemt
Dan gaat het verder richting Ashbourne, ook wel Gateway to the Peak District genoemd. Het oudste nationaal park van het Verenigd Koninkrijk is dat, half zo groot als de provincie Antwerpen, vooral bekend om zijn vele bergen – vandaar de naam. Al zullen ze in de Alpen ongetwijfeld eens hartelijk lachen met wat men hier peaks noemt, voor een zwaar beladen fietser zijn deze heuvels van zes‑ tot zevenhonderd meter best een taaie kluif. Toch is dat precies één van de redenen waarvoor we naar hier gekomen zijn – prachtige landschappen en schitterende vergezichten. Zelfs het weer zit ons mee, de zon is doorlopend van de partij.
Peak District |
|
|
Niet dat we per se de hoogste toppen willen scheren. Ons traject naar Glossop leidt ons gelukkig over de zachtste plooien noordwaarts, met net achter Buxton een klim naar 450 m als uitschieter. Meer dan negenhonderd hoogtemeters sprokkelen we uiteindelijk bij elkaar. Achteraf zal deze rit qua reliëf de zwaarste blijken te zijn. Dat onze voorraadtas het begeven heeft, nemen we er gewillig bij.
Het is even wennen, zo’n pub waar het gewone volk en de lokale high society elk hun kant kiezen
In Glossop installeren we ons op braakliggend terrein. Niet zonder – voor de allereerste keer – een van die fameuze pubs bezocht te hebben waar de Britten zo trots op zijn. Asceten zoals wij hebben dat wel eens verdiend, vinden we. Al is het even wennen, zo’n pub waar het gewone volk en de lokale high society elk hun kant kiezen, met de barkeeper netjes neutraal in het midden. En wij maar wachten tot die onze bestelling komt opnemen. Het duurt even vooraleer onze frank valt en we zelf onze bestelling aan de toog plaatsen.
11 – Donderdag 29 augustus | Glossop – Settle | 97 km
Liverpool, Manchester, Sheffield, Leeds – een fietsparadijs kan je deze kankerplekken bezwaarlijk noemen. Zorgvuldig slalommen we tussen de grootste industriekernen door. Maar dat gore stadswijken ons bespaard zouden blijven, blijkt een illusie. Twee uur duurt het vooraleer het rurale Engeland ons weer omarmt.
De vriendelijke fietsenmaker heeft een gouden tip voor ons
Via Rochdale en Burnley gaat het over heuvelachtig terrein immer noordwaarts naar Nelson. Al die tijd geven de spaken in Jeans achterwiel geen krimp. En dat al vierentwintig uur lang. Dat lijkt verdacht. Maar er zijn nog zekerheden. In Nelson laten de spaken het afweten, met twee tegelijkertijd nog wel. Toch is het weer boffen. In een ommezien vervangt een vriendelijke fietsenmaker de kaduke exemplaren. Bovendien heeft hij een gouden tip voor ons. Hij wijst ons een redelijk vlakke binnenweg naar Settle aan – al kan je van mening verschillen over wat het concept ‘redelijk vlak’ eigenlijk zou moeten inhouden.
Alsof zoveel voorspoed ons niet gegund mag worden, geeft in Settle weerom een spaak van Jeans achterwiel er de brui aan.
Dat we ons tentje in Settle op het terrein van de plaatselijke melkerij willen opslaan, daar heeft de ploegbaas helemaal geen bezwaar tegen. Integendeel, even later komt hij genereus met twee tetrapaks melk van een liter aandragen. Een sympathieke geste die we in dank aanvaarden. En die een beetje het leed verzacht van nog maar eens een spaak die morgen hersteld moet worden.
12 – Vrijdag 30 augustus | Settle – Keld | 88 km
Heel de nacht door rukt de gierende wind aan ons tentje, maar de koorden en de gietijzeren haringen geven geen krimp. ’s Ochtends gaan we meteen naar de fietsenwinkel van Settle op zoek. Edoch, fietsen herstellen, dat doen ze daar niet. Ze verwijzen ons door naar een zekere Mr. Lawson in het nabijgelegen Giggleswick. In afwachting van de herstelling doden we de tijd maar weer eens met voorraden in te slaan.
Yorkshire Dales |
|
|
Hier openbaart het landelijke Engeland zich in zijn iconische landschappen, met zijn golvende groene heuvels, zijn stugge boerderijen, zijn eeuwenoude stapelmuren
Klokslag twaalf uur is het wiel klaar – volkomen gratis nog wel, en we krijgen zelfs een stel spaken als reserve mee. Ach, die Britten. Een beetje afgemeten soms, maar vaak hartverwarmend vriendelijk en behulpzaam.
Vanuit Settle trekken we noordwaarts door de vallei van de Ribble. Voor ons strekken zich nu de Yorkshire Dales uit, een nationaal park met een oppervlakte van driekwart van de provincie Limburg. Hier openbaart het landelijke Engeland zich in zijn iconische landschappen, met zijn golvende groene heuvels, zijn stugge boerderijen, zijn eeuwenoude stapelmuren.
Ingleton, Kirkby Longsdale, Kendal… het gaat weer wat vlotter nu, in weerwil van de nijdige heuvels. The Gateway to the Lakes, zo laat Kendal zich graag noemen. Met een oppervlakte van 2 362 km² is het nationaal park Lake District net zo groot als de provincie Limburg. Dat het park zestien meren telt, belet niet dat vele bergtoppen er boven de negenhonderd meter reiken. Door dit mooie gebied hadden we graag een ommetje gemaakt, maar dat durven we niet meer aan.
Dus laten we de Lakes letterlijk links liggen en volgen de A6 pal noordwaarts, richting Carlisle, de laatste grote Engelse stad voor de grens met Schotland. En zelfs dat is geen lachertje. Een strakke wind waait ons constant vanuit het noorden tegemoet terwijl we naar een hoogte van 420 m klimmen. Gelukkig is het zonnig, met slechts een lichte bewolking.
Lake District |
|
Tentje op de oever van de Lowther in Keld |
Een nieuwe beproeving zit er echter aan te komen – en wat voor een. Helemaal boven breekt Jeans rechterpedaal af. Met slechts één pedaal bergop fietsen, dat kan zelfs Jean niet. Gelukkig is het in beide richtingen bergaf. Een moeilijke beslissing dringt zich nu op. Keren we terug naar Kendal, waar we bijna zeker een fietsenmaker zullen vinden? Of laten we ons verder noordwaarts naar het piepkleine Shap afzakken, midden tussen de heuvels, met alle risico’s van dien? Morgen een tweede keer deze lange helling beklimmen, dat zien we eigenlijk niet zitten. Tegen beter weten in zetten we onze tocht verder.
Een fluitje van een cent is het, de lange afdaling naar Shap. Zelfs met één pedaal. En het moet zijn dat we onder een gelukkig gesternte geboren zijn. Want nauwelijks zijn we in de hoofdstraat – overigens ook de enige straat van het dorpje – of we krijgen een kinderfietsje in de gaten dat op het trottoir voor een winkel te koop staat. Oef, probleem opgelost. Morgen zullen we in die fietsenwinkel onze pedaal kunnen laten herstellen. Zijn we daar even mooi door het oog van de naald gekropen.
Zijn we daar even mooi door het oog van de naald gekropen
Op zoek naar een rustig plekje voor de nacht belanden we in Keld, een hamlet of gehucht van Shap. Op de oever van de Lowther installeren we er ons tentje. Dat we eerst honderden schapenkeutels naar de kant moeten schoppen, is de minste van onze zorgen.
13 – Zaterdag 31 augustus | Keld
Neen, dit is geen fietsenwinkel, legt de vriendelijke winkelier in Shap ons uit, dit is een general store waar je van alles en nog wat kan kopen. En wat dan met het kinderfietsje dat buiten op het trottoir te koop staat? Tja, dat is een voorzichtige poging om af te toetsen of in deze bergachtige omgeving een cliënteel voor fietsen bestaat. Dat cliënteel, dat zijn wij dus. Maar vandaag helpt ons dat geen moer vooruit. Een echte fietsenmaker, waar vinden we die? Jammer, maar helaas, die zal je in deze vallei niet vinden, luidt het schoorvoetend.
Die boodschap moeten we even tot ons laten doordringen. We bevinden ons in een kuip tussen twee forse heuvels, één van onze fietsen heeft slechts één pedaal en er is in geen velden of wegen een fietsenmaker te bespeuren. Hier komen we nooit meer uit.
Jaak Palmans
© 2019 | Versie 2021-10-24 15:00
Lees het vervolg in (2/4)
Geen plaats in de herberg