Geen plaats in de herberg
Verenigd Koninkrijk | Schotland | Anno 1974
13 – Zaterdag 31 augustus | Keld – Carlisle | 53 km
14 – Zondag 1 september | Carlisle – Wanlockhead | 108 km
15 – Maandag 2 september | Wanlockhead – Loch Lomond | 116 km
16 – Dinsdag 3 september | Loch Lomond – Glencoe | 109 km
17 – Woensdag 4 september | Glencoe – Broadford | 136 km

13 – Zaterdag 31 augustus | Keld – Carlisle | 53 km
Hier geraken we niet meer uit. Tijdens een beklimming is de rechterpedaal van Jeans fiets afgebroken. We hebben ons naar Shap laten afzakken, een piepklein dorp aan de rand van Lake District, langs alle kanten door forse heuvels omgeven. Maar een fietsenmaker is hier niet, legt een vriendelijke winkelier ons uit. We zitten muurvast.
Een kus willen we hem geven, een smakkerd op beide wangen
Maar dat is buiten het empathisch voluntarisme van de winkelier gerekend. Zijn zoon heeft zijn fiets niet zo vaak nodig, oppert hij. Wat zouden wij ervan vinden als hij één van diens pedalen op Jeans fiets zou monteren? Een kus willen we hem geven, een smakkerd op beide wangen. Net op tijd realiseren we ons dat Britten zulke uitspattingen zelden waarderen.
De man gaat meteen aan de slag. Maar de oude crank – het verbindingsstuk tussen pedaal en trapas – is weerbarstig. Ze laat zich niet loswrikken. Geen nood, een eind verderop is er een autogarage. Daar beschikken ze over zwaar materiaal.
Met een bang hart trekken we erheen. Per slot van rekening is het zaterdag. Maar onze vrees is ongegrond. Zodra onze netelige positie hem duidelijk wordt, gaat de garagist meteen aan de slag. Letterlijk. Het fietskader davert onder de hamerslagen, maar uiteindelijk begeeft de crank het.
Terug naar de would-be fietsenwinkel. De pedaal van zoonliefs fiets ligt er al klaar. Even later is Jeans fiets weer van twee pedalen voorzien. Hup, de beuk erin. Zelfs de regen deert ons niet meer.
Maar zo kan het niet verder. Dat besef begint zelfs bij ons te dagen. Met deze loodzware fietsen en al hun technische perikelen durven we de Schotse Highlands niet aan. We gooien de handdoek in de ring. In Carlisle vragen en krijgen we de toestemming om een deel van onze bagage in de jeugdherberg te stockeren.
Voortaan zullen we van jeugdherberg tot jeugdherberg trekken. Weliswaar hebben we nergens een bed gereserveerd, maar zo laat in het seizoen zal dat wel geen probleem vormen. Een lidkaart van de Vlaamse Jeugdherbergcentrale hebben we sowieso op zak, omdat we over een drietal weken in hartje Londen zullen overnachten. Daar kunnen we bezwaarlijk ons tentje in Hyde Park opslaan.
Wat meer is, jeugdherbergen blijken zowaar over douches te beschikken. Een verkwikkend vooruitzicht is dat, na twee weken fietsen.
14 – Zondag 1 september | Carlisle – Wanlockhead | 108 km
Met onverholen genoegen droppen we onze spullen in een hoekje van de loods – tent, stokken, haringen, koorden, luchtmatrassen, dekens, gasvuur, gasfles, potten en pannen, jerrycan, … Netjes gestapeld zullen ze daar liggen te wachten tot we over afzienbare tijd weer opdagen.
Nu ons ochtendritueel aanzienlijk ingekort is – de tent opbreken hoeft niet meer – kunnen we ook vroeger de hort op. Er hangt een zware bewolking over het land. Heel de dag door zal daar regen uit vallen. Zo’n zestien kilometer benoorden Carlisle steken we de Sark over en bollen zo Schotland binnen. We kunnen het nauwelijks geloven.
Trouwen, dat kan je in Schotland al vanaf je zestiende. De toestemming van je ouders heb je daar niet eens voor nodig. In Engeland daarentegen moeten je ouders met je huwelijk instemmen zolang je geen eenentwintig bent. Dat is al sedert de Marriage Act van 1753 zo.
Het gevolg laat zich raden. Staken balorige ouders stokken in de wielen, dan wipten Engelse trouwlustigen vanaf de tweede helft van de 18e eeuw op de postkoets naar Edinburgh en lieten zich in het eerste het beste dorpje over de grens in de echt verbinden. Zo nodig werd de bruid in spe geschaakt. Al dan niet tegen haar wil.
Zo nodig werd de bruid in spe geschaakt. Al dan niet tegen haar wil
Ondertussen is dat dorpje Gretna Green wereldberoemd geworden. Zelfs uit het buitenland komt men hier trouwen. Soms omdat dat in eigen land niet mag, soms gewoon voor de kick. Maar wij hebben geen bruidjes mee, dus zetten we onze tocht via Dumfries verder naar Mennock.
Op de drempel van het echte Schotland staan we nu. Dat zou overigens tijd worden, want we zijn al twee weken onderweg. In Mennock laten we de hoofdweg voor wat hij is en opteren voor de veelbelovende B797. Die zal ons stroomopwaarts langs de Nith voeren, over de Mennock Pass dwars door de Lowther Hills.
Mennock Pass |
|
|
We steken de Sark over en bollen zo Schotland binnen. We kunnen het nauwelijks geloven
Een fascinerend landschap ontvouwt zich voor onze ogen naarmate we hoger klimmen. Niet dat ze extreem hoog zijn, deze heuvels. Meestal reiken ze vijfhonderd tot zeshonderd meter hoog. Maar het is hun unieke, harmonieuze voorkomen dat indruk maakt – majestueuze kegels, enkel door gras en lage struiken begroeid, in vele tinten van groen en bruin. Netjes op een rij liggen ze fotogeniek op ons te wachten. Sommigen spreken zelfs over plumpuddingpieken. Nergens is er een teken van menselijke aanwezigheid te bespeuren. We zijn alleen op de wereld, zo lijkt het.
Edoch, helemaal alleen zijn we niet. We maken immers kennis met het verschijnsel schaap, een herkauwer die geacht wordt zijn dagen in woeste graslanden te slijten. Schotse schapen daarentegen blijken zich graag op verharde wegen op te houden, bij voorkeur met z’n allen gezellig samen. Daar vatten ze dan post met een koppigheid waar menige ezel een punt aan kan zuigen. Voor auto’s wijken ze nauwelijks, laat staan voor fietsers.
Zo bereiken we Wanlockhead, met een gemiddelde hoogte van 410 m het hoogst gelegen dorp van Schotland. Voldaan nemen we er onze intrek in de jeugdherberg. Een authentieke stek is het, met boven de kachel zowaar een metalen frame waarop je je kleren te drogen kan hangen. Fluitend bedient de jeugdherbergvader de zwengel waarmee hij het textiel omhoog hijst.
Aan onze kommer en kwel is een einde gekomen, er staat ons nog veel moois te wachten in Schotland
Aan onze kommer en kwel is een einde gekomen, er staat ons nog veel moois te wachten in Schotland. In Carlisle onze bagage droppen was een heuse game changer.
15 – Maandag 2 september | Wanlockhead – Loch Lomond | 116 km
Nog even gaat het omhoog tot het hoogste punt van de Mennock Pass – 468 m boven de zeespiegel – en dan volgt een lange afdaling naar Abington. Een saaie vallei, een vlakte bijna, neemt de plaats in van de verrukkelijke Lowther Hills. Via Hamilton belanden we in Glasgow – niet meteen Schotlands mooiste. Ondertussen is ons leventje terug in zijn normale plooi gevallen. Jeans achterwiel pronkt met een gebroken spaak, in mijn voorwiel gaan de kogeltjes hevig te keer.
Fietsenwinkels, daar heeft Glasgow geen gebrek aan. Wellicht is dit onze laatste kans om definitief komaf te maken met onze problemen. In de grootste fietsenwinkel die we kunnen vinden, laten we in Jeans fiets een volledig nieuw achterwiel zetten. Maar zelfs hier weten ze met mijn voorwiel geen raad. Vermits de diagnose terminaal achterwege blijft, besluiten we gewoon voort te fietsen.
Brede hoofdwegen, daar houden we niet van. Maar het Schotse wegennet laat ons weinig keuze
Brede hoofdwegen, daar houden we niet van. Maar het Schotse wegennet laat ons weinig keuze. De komende dagen zal de brede A82 onze vaste metgezel zijn – van Glasgow via Dumbarton, Loch Lomond, Crianlarch en Glencoe helemaal tot in Fort William, 170 km lang. Een fietspad is onbestaand. Het drukke autoverkeer nemen we er zonder veel morren bij. Maar het is vertedering troef als we aan de lieflijke B797 terugdenken.
Ook de regen lijkt onze vaste metgezel te worden, althans vanaf het middaguur. De spaken van Jeans achterwiel doen het nu uitstekend. Het boosaardige virus ziet dan ook geen andere uitweg dan op de banden over te springen. In Dumbarton rijdt Jean lek. Geen nood, dat kunnen we zelf herstellen. Maar als we bij de jeugdherberg op de oever van Loch Lomond arriveren, staat diezelfde band weerom lek.
16 – Dinsdag 3 september | Loch Lomond – Glencoe | 109 km
Loch Lomond is een van de vele Schotse meren die tijdens de laatste ijstijd – ruim tienduizend jaar geleden dus – door gletsjers uitgeschuurd werden. In de Lowlands hadden zulke gletsjers het gemakkelijk. Op de zachte zandsteen konden ze zich immers vlot over een grote oppervlakte uitspreiden. Maar hier, in het harde gesteente van de Highlands, ging dat heel wat moeilijker. Op die taaie rotsen kreeg het ijs van de gletsjer weinig vat. Erosie kwam vooral in de diepte tot stand, door de keien en de rotsblokken die de gletsjer diep in zijn buik meevoerde. Zo ontstonden die typische lange, vingervormige meren. Ook Noorwegen kan daarvan meespreken. De fjorden ontstonden immers op een gelijkaardige manier.
Loch Lomond mag dan ruim 36 km lang zijn, nergens is het breder dan 8 km. Toch is dit het grootste meer van Groot-Brittannië – voor zover je zijn oppervlakte in aanmerking neemt. Want qua watervolume moet Loch Lomond in Loch Ness zijn meerdere erkennen. Dat heeft Loch Ness aan zijn enorme diepte te danken – 230 m. En er is nog iets anders dat Loch Ness heel bijzonder maakt. Maar daarover later meer.
Loch Lomond |
|
Naar Glen Coe |
Erosie kwam vooral in de diepte tot stand, door de keien en de rotsblokken die de gletsjer diep in zijn buik meevoerde
Een pittoreske omgeving is dit. Dat stadsmensen hier graag neerstrijken, hoeft geen betoog. De grootstad Glasgow ligt nauwelijks 35 km hiervandaan. Ook wij willen hier af en toe afstappen. Nu eens om al dat moois te bewonderen, dan weer om Jeans band te plakken.
Een stevige klim aan het noordelijke uiteinde van Loch Lomond brengt ons naar Crianlarich en vervolgens naar Tyndrum. Ondertussen is het weer beginnen te regenen. Een beetje jammer is dat, want er zit een heuse climax aan te komen.
Naar Glen Coe |
|
|
Bijna vijftig kilometer lang ontrolt zich voor onze ogen een van de meest indrukwekkende landschappen van Schotland. Driehonderd meter boven de zeespiegel zitten we, in een desolate, bijna boomloze vlakte zonder enig spoor van bewoning. Ondiepe meren met buitenaardse namen zoals Loch Bà en Loch na h-Achlaise hebben zich in de moerasachtige veengrond gevormd. Aan de einder domineren woeste bergen de omgeving, met in de noordwesthoek de gletsjervallei van Glen Coe.
Glen Coe |
|
|
Een imposante, diepe vallei is dat, afgeboord door toppen van negenhonderd en zelfs duizend meter hoog. Een munro noemen ze zulke bergen hier. Dat hebben ze aan Sir Hugo Munro te danken. In 1891 publiceerde hij voor het eerst een lijst van alle Schotse bergen hoger dan drieduizend voet of 914,4 m. Tegenwoordig telt men er zo 282.
Een munro noemen ze zulke bergen hier
Alsof het decor nog niet indrukwekkend genoeg is, hangen inktzwarte regenwolken laag boven de vallei en klinkt er af en toe wat dondergeroffel. Sommige bergtoppen zitten zelfs in de wolken verscholen. We leggen onze fietsen even aan de kant en klimmen een eind tegen de Aonach Eagach Ridge omhoog, de noordelijke valleiwand. Daar hebben we een spectaculair uitzicht over de donkere vallei met aan de overkant de beroemde Three Sisters – Beinn Fhada, Gearr Aonach en Aonach Dubh.
Glen Coe |
|
|
Zoals het een keurige Schotse clan betaamt, hadden de MacDonalds het al eeuwen met een andere clan aan de stok
Maar het is niet alleen de onovertroffen natuur die deze vallei zo bijzonder maakt. Van oudsher deelde de clan van de MacDonalds in deze vallei de lakens uit. Zoals het een keurige Schotse clan betaamt, hadden ze het al eeuwen met een andere clan aan de stok, met name de Campbells – al wisten ze zelf niet meer waar dat meningsverschil precies op sloeg.
Die vete kwam in een stroomversnelling toen de Engelse koning William per 1 januari 1692 ook van de Schotse clanhoofden een eed van trouw eiste. King Billy, zo noemden de Schotten enigszins smalend deze nieuwbakken vorst met Nederlandse roots. Maclain, clanhoofd van de MacDonalds, zou diens oproep met te weinig enthousiasme beantwoord hebben – althans volgens de koning.
Maar William III liet het daar niet bij. Begin februari 1692 streken honderden soldaten van de graaf van Argyll in de streek neer. Twaalf dagen lang kregen ze gastvrijheid van de MacDonalds – indertijd was dat een manier van belasting betalen – en deden ze zich aan hun wintervoorraden te goed. In de vroege ochtend van 13 februari gingen ze tot de daad over. Het zou de bedoeling geweest zijn alle tweehonderd MacDonalds te doden. Uiteindelijk werden er slechts enkele tientallen vermoord, waaronder Maclain zelf, terwijl er nog eens vele tientallen – vooral vrouwen en kinderen – van ontbering zouden sterven nadat ze zonder voedsel of beschutting de bergen in gevlucht waren.
Het zou de bedoeling geweest zijn alle tweehonderd MacDonalds te doden
In welke mate de Campbells bij dit alles een handje toegestoken hebben, blijft voer voor discussie. Maar dat ze van een beetje collaboratie niet vies zijn geweest, staat vast.
In Glencoe strijken we in de lokale jeugdherberg neer. Tegen de muur herinnert de tekst van een ballade uit 1963 ons aan die infame episode. We wined them and dined them, they ate of our meat / And they slept in the house of MacDonald, lezen we er onder meer. Tot op de dag van vandaag gaat The Massacre of Glencoe in deze vallei naar verluidt nog steeds over de tongen. Een monument uit 1883 attendeert er de argeloze passant ten overvloede op.
17 – Woensdag 4 september | Glencoe – Broadford | 136 km
In de druilerige regen trekken we verder. Van de nieuwe Ballachulish Bridge over Loch Leven is al een deel voltooid. Eind volgend jaar zal ze in gebruik genomen worden. Maar voorlopig schieten wij daar niets mee op. Ofwel rijden we naar Kinlochleven, helemaal op het oostelijke uiteinde van het loch – een ommetje van vijfentwintig kilometer. Ofwel steken we ter hoogte van Ballachulish Narrows met een veerboot het water over. De keuze is gauw gemaakt.
Loch Leven – Veerboot, Ballachulish Bridge in aanbouw |
|
|
Skye, het tweede grootste eiland van Schotland, is een absolute topper. Daar willen we beslist naartoe
Ver is het nu niet meer tot Fort William – nauwelijks vijfentwintig kilometer over relatief vlakke kustwegen. Zo belanden we vrij vlot aan de voet van de Ben Nevis, met 1 345 m de hoogste munro van Schotland en de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk. We verkennen het stadje even en doen onze inkopen.
Een wandeling op de hellingen van de Ben Nevis, dat zien we eigenlijk wel zitten. Maar het weer is er te slecht voor, de bewolking hangt veel te laag. Uitzonderlijk is dat niet. Doorgaans zit de top van de Ben Nevis 355 dagen per jaar in de wolken. En helemaal zonder gevaar is zulke wandeling niet. Geregeld vallen er doden op Ben Nevis. In deze weersomstandigheden blijven we er dus beter weg.
Een paar kilometer uit de kust ligt Skye, het tweede grootste eiland van Schotland. Een absolute topper, daar willen we beslist naartoe. Alleen rijst de vraag of dat vandaag nog haalbaar is. Het is ondertussen al 14 u. Navraag leert ons dat de laatste veerboot naar Skye vanavond om zeven uur in Mallaig afvaart, bijna 70 km hier vandaan. Vier uur fietsen dus, luidt onze voorzichtige inschatting, want het regent pijpenstelen en we kennen de toestand van de weg niet. En dan moeten we op het eiland zelf nog eens 26 km naar de jeugdherberg in Broadford fietsen. Al bij al een riskante onderneming, maar we zijn ondertussen wel wat gewend. We besluiten het erop te wagen. Het alternatief – doelloos rondslenteren in het regenachtige Fort William en overnachten in de plaatselijke jeugdherberg – trekt ons allerminst aan.
Verscholen onder onze regencapes, het hoofd diep tussen de schouders, de ogen strak op het wegdek gericht fietsen we vier uur lang door de gietende regen. Een verraderlijk traject is het. Geen hoge bergen of lange hellingen tarten ons, wel een eenzame, smalle kustweg die over de rotsachtige kust op en neer kronkelt. Venijnige inhammen, gecreëerd door minuscule beekjes die in zee uitmonden, dwingen ons in een afmattende cadans van dalen en klimmen. Uiteindelijk zullen we op dit relatief vlakke terrein meer dan negenhonderd hoogtemeters bij elkaar sprokkelen.
Venijnige inhammen dwingen ons in een afmattende cadans van dalen en klimmen
Verrassenderwijs passeren we in dit hondenweer een eenzame lotgenoot op een zwaar beladen fiets. Nog groter is onze verbazing als onze korte groet van onder de regencape door een meisjesstem beantwoord wordt.
Mallaig |
|
|
Zes uur is het als we in het vissersstadje Mallaig arriveren. We hebben zowaar een uur op overschot. De overtocht van de vier kilometer brede Sound of Sleat zal vijfentwintig minuten duren, zo blijkt, en zal ons 85 pence per persoon kosten.
Om zeven uur stipt gooit de veerboot van MacBrayne de trossen los. Berucht voor zijn sterke stromingen is de Sound of Sleat in dit stormweer nog wat ruwer dan gewoonlijk. In de scheepsbar bestellen we een Red Labeltje. Dat hebben we verdiend, vinden we. Tegen de warme gloed van een stevige shot zeggen we in onze koude, natte kleren niet nee. De houten tafeltjes in de bar hebben opstaande randen om ongelukjes te vermijden. Toch moeten we onze whiskyglazen permanent vasthouden om te vermijden dat ze naar de kant schuiven en omklappen, zo hevig deint het schip op de baren.
Toch moeten we onze whiskyglazen permanent vasthouden, zo hevig deint het schip op de baren
Amper is in Armadale de laadklep op de scheepshelling tot rust gekomen, of we zoeven naar buiten, de regen in. Niets of niemand zal ons nu nog tegenhouden. Op volle snelheid zetten we koers naar de jeugdherberg in Broadford. Daar arriveren we licht euforisch in het avondduister. Oef, we hebben het gehaald. Dat een van de remmen van Jeans fiets het inmiddels begeven heeft, raakt onze koude kleren niet.
Tot de ontnuchtering volgt. Het is negen uur, we hebben net het water uit onze sokken gewrongen en hopen spoedig met de rest van onze kleren hetzelfde te doen, als we vernemen dat er geen plaats meer is in deze jeugdherberg – nota bene de enige jeugdherberg op dit eiland. Die boodschap moeten we even tot ons laten doordringen.
Jaak Palmans
© 2019 | Versie 2021-10-24 14:12
Lees het vervolg in (3/4)
Houd de dief!