Houd de dief!

Verenigd Koninkrijk | Schotland | Anno 1974

 

17 – Woensdag 4 september | Broadford

18 – Donderdag 5 september | Broadford – Glenbrittle | 28 km

19 – Vrijdag 6 september | Glenbrittle – Duirinish | 103 km

20 – Zaterdag 7 september | Duirinish – Strathpeffer | 104 km

21 – Zondag 8 september | Strathpeffer – Kingussie | 132 km

22 – Maandag 9 september | Kingussie – Falkland | 148 km

23 – Dinsdag 10 september | Falkland – Melrose | 126 km

24 – Woensdag 11 september | Melrose – Carlisle | 107 km

25 – Donderdag 12 september | Carlisle – Dalton | 107 km

26 – Vrijdag 13 september | Dalton – York | 100 km

27 – Zaterdag 14 september | York – Caenby Corner | 105 km

28 – Zondag 15 september | Caenby Corner – Baston | 85 km

 

0023 (jpg) OostSchotland.jpg

 

17 – Woensdag 4 september | Broadford

Vier uur lang regende het pijpenstelen terwijl we van Fort William koers zetten naar het havenstadje Mallaig. Vandaar ging het over de woelige zee-engte Sound of Sleat naar Armadale op het eiland Skye. Na nog eens ruim een uur door de regen fietsen, konden we opgelucht neerstrijken in de jeugdherberg van Broadford. Dat dachten we althans. Want er is geen plaats meer voor ons – nota bene de enige jeugdherberg op dit eiland.

Maar de jeugdherbergvader is een mensenkenner. We liggen compleet in de touwen, dat heeft hij meteen in de gaten. In een vlaag van empathie schudt hij een oplossing uit zijn mouw. Zijn assistent woont een congres bij in Edinburgh. We mogen diens kamertje gebruiken.

Een heel klein kamertje met een eenpersoonsbed is het. Net groot genoeg om naast het bed de matras op de vloer te leggen en zo twee slaapplekken te creëren. Voor een nachtelijk wc-bezoek moet de matras dan wel even aan de kant, want anders kan de deur niet open.

Top

18 – Donderdag 5 september | Broadford – Glenbrittle | 28 km

De stralende ochtendzon maakt veel van het leed van gisteren goed. Een prachtige dag wordt het, we staan te popelen om een stukje te verkennen van het eiland dat half zo groot is als de provincie West-Vlaanderen. Een stevige wandeling zal ons deugd doen. Kwestie van de benen eens op een andere manier te strekken.

 

048 Skye.jpg – Isle of Skye

Isle of Skye

 

049 Skye Fietsen Jaak.jpg

Onze fietsen en een deel van onze bagage vertrouwen we in Sligachan aan de hoede van een vriendelijke boer toe. Over de heuvelrug naar Glenbrittle trekken en daar in een jeugdherberg overnachten, dat is ons plan voor vandaag. Morgen keren we dan naar onze fietsen terug en laten we Skye achter ons.

Cuillin Hills, het hoogste gebergte op Skye, met een twaalftal munro’s die net geen duizend meter hoog reiken

050 Skye Cuilin Hills.jpg – Isle of Skye – Cuillin Hills

Isle of Skye – Cuillin Hills

 

051 Skye Allt Dearg Mor Loch Sligachan.jpg

Isle of Skye – Loch Sligachan, Allt Dearg Mor

Links van ons ontplooien de rotsachtige Cuillin Hills zich in al hun pracht. Het hoogste gebergte op Skye is dat, met een twaalftal munro’s die net geen duizend meter hoog reiken.

Wat ze hier de Sligachan Waterfalls noemen, blijkt weinig meer dan een bescheiden stroomversnelling in een beekje te zijn. We klimmen verder tegen de heuvelrug op langs het glasheldere, klaterende water van de Allt Dearg Mor.

 

054 Skye Sligachan Waterfalls.jpg – Isle of Skye – Sligachan Waterfalls

Isle of Skye – Sligachan Waterfalls

 

056 Skye Allt Dearg Mor.jpg – Isle of Skye – Allt Dearg Mor

Isle of Skye – Allt Dearg Mor

Vanaf de heuvelrug kijken we nu zuidwaarts over de brede vallei van Glenbrittle uit. Fonkelend in het zonlicht zoekt het trage, zilveren water van de Brittle er zich kronkelend een weg naar Loch Brittle.

 

053 Skye Allt Dearg Mor.jpg – Isle of Skye – Allt Dearg Mor

Isle of Skye – Allt Dearg Mor

 

059 Skye Glenbrittle.jpg – Isle of Skye – Glenbrittle

Isle of Skye – Glenbrittle

Dat riviertje – op deze hoogte niet meer dan een iel beekje – volgen we nu stroomafwaarts. Zo belanden we na een tocht van een twaalftal kilometer in Glenbrittle. Al sedert de jaren dertig staat hier op de oever van de Allt a 'Choire Ghreadaidh een jeugdherberg de wandelaars en de natuurliefhebbers op te wachten. Onze vreugde kan niet op – ze hebben twee bedden beschikbaar voor ons.

 

062 Skye Glenbrittle.jpg – Isle of Skye – Glenbrittle

Isle of Skye – Glenbrittle

 

060 Skye Loch Brittle.jpg – Isle of Skye – Loch Brittle

Isle of Skye – Loch Brittle

Zonder dralen trekken we er weer op uit, tegen de flanken van de Cuillin Hills omhoog. Een beetje gevaarlijk, dat wel, met al die losse stenen. Maar wat een schitterend uitzicht. In het westen zakt de zon langzaam zeewaarts boven de toppen van ons onbekende eilanden.

Die stralende zon, daar hebben we heel de dag van kunnen genieten. In het regenachtige Schotland zal dat voor ons een unieke ervaring blijken te zijn.

Top

19 – Vrijdag 6 september | Glenbrittle – Duirinish | 103 km

Na een dagje afsloven zoals gisteren is het welletjes geweest. Dat is niet onze mening, dat is hoe de zon erover denkt. Vandaag geeft ze er immers de brui aan. De regen krijgt vrij spel en vergast ons tijdens de terugkeer op een stevige stortbui.

In Sligachan nestelen we ons opnieuw in onze dagelijkse routine en zetten ons aan het fietsen. Een smal weggetje voert ons door een desolate, maar prachtige natuur. Single track roads noemen ze dat hier, wegen die zo smal zijn dat voertuigen elkaar niet kunnen kruisen. Een oase van rust dus, het is zeer aangenaam fietsen, we genieten ten volle van het prachtige landschap van Bealach Udal. Daagt er heel uitzonderlijk toch een auto op, dan blijft die netjes achter ons tot de volgende passing place. Zo hoort het.

Bijwijlen is het eenzame weggetje – met 279 m de hoogste ‘bergpas’ op Skye – zelfs verdomd steil. Maar dat wisten we op voorhand. Bij de afslag waarschuwde een verkeersbord ons immers voor klimpercentages tot 20 %.

Een oase van rust, we genieten ten volle van het prachtige landschap van Bealach Udal

064 Skye Bealach Udal.jpg – Isle of Skye – Bealach Udal

Isle of Skye – Bealach Udal

 

065 Skye Kylerhea Sound of Sleat.jpg – Isle of Skye – Sound of Sleat, Kylerhea

Isle of Skye – Sound of Sleat, Kylerhea

De pret blijft niet duren, uiteindelijk dalen we naar Kylerhea af, een onooglijk dorpje aan de oostkust van Skye. Daar zou niemand ooit van gehoord hebben, ware het niet dat de zeestraat die ons van het ‘vasteland’ scheidt, hier slechts een vijfhonderdtal meter breed is. Al sedert de jaren 1600 verbindt een veerdienst Kylerhea met het dorpje Glenelg aan de overkant.

Het economisch belang daarvan kan moeilijk overschat worden. Ooit werd hier immers al het vee samengedreven dat op de Hebriden gefokt werd en dat naar de markten op het ‘vasteland’ onderweg was. Nog meer dan twintig jaar zal het duren – tot 16 oktober 1995 – vooraleer een brug het eiland Skye met Kyle of Lochalsh op het ‘vasteland’ zal verbinden. Toch zal de veerdienst Glenelg – Kylerhea ook nog daarna als deel van het Schotse erfgoed in functie blijven.

Ooit werd hier al het vee samengedreven dat op de Hebriden gefokt werd

066 Kylerhea Glenelg Veerboot.jpg – Veerboot Kylerhea – Glenelg

Veerboot Kylerhea – Glenelg

 

067 Kylerhea Glenelg Veerboot.jpg

Een heuse draaitafelveerboot is het, het vaartuig dat ons van Kylerhea naar het ‘vasteland’ brengt. Wereldwijd is dit een van de laatste veerboten van dat type. Hij meert aan naast de betonnen scheepshelling, waarna de bemanning de draaischijf met maximum een half dozijn auto’s erop handmatig naar de kade draait. Voertuigen kunnen dan gemakkelijk af‑ en aanrijden.

In het westen ontplooit zich de magnifiekste zonsondergang van heel onze reis, maar ons hoofd staat er niet naar. Een bang gevoel bekruipt ons. Al snel wordt onze vrees bewaarheid. De jeugdherberg van Kyle of Lochalsh is volzet – waar hebben we dat nog gehoord.

In het westen ontplooit zich de magnifiekste zonsondergang van heel onze reis, maar ons hoofd staat er niet naar

Maar we hebben uit onze fouten geleerd. Een heel klein beetje toch. Want we zijn wat vroeger op zoek gegaan, er rest ons dus meer tijd om een alternatief te zoeken – een B&B bijvoorbeeld. Zo belanden we in Duirinish, een zestal kilometer benoorden Kyle of Lochalsh. Daar blijkt een dame een caravan te verhuren – een bed and breakfast zonder breakfast dus. De lage prijs verrast ons. Heeft ze die aarzeling gemerkt? Zien we er zo wanhopig uit? Feit is dat ze prompt een hogere prijs noemt. We zullen er niet van wakker liggen, van die £ 2,50.

 

069 Duirinish Caravan.jpg – Duirinish – B&B zonder &B

Duirinish – B&B zonder &B

 

070 Onderweg.jpg – Milder klimaat in het oosten

Milder klimaat in het oosten

Top

20 – Zaterdag 7 september | Duirinish – Strathpeffer | 104 km

Er zijn zo van die zekerheden in het leven. De zon die elke ochtend opkomt bijvoorbeeld. Of technische problemen die elke dag opduiken. Vandaag is het mijn kilometerteller die opspeelt. Een vitaal onderdeel is dat niet, maar het zou toch vervelend zijn mocht hij het begeven. Meer verontrustend lijken de kuren die de nieuwe pedaal van Jean vertoont – eigenlijk de oude pedaal van de zoon van die winkelier in Shap. Voorlopig ziet het ernaar uit dat we beide problemen kunnen uitzweten.

Met het weekend voor de deur en de openingsuren van de winkels in het achterhoofd, dienen we voor twee dagen te foerageren. Voor de hand ligt dat niet, want het traject dat we voor ogen hebben, is nauwelijks bewoond. Winkels zullen we daar vergeefs zoeken. Veiligheidshalve maken we dan maar een ommetje van een tiental kilometer naar Lochcarron om daar voldoende voorraden in te slaan.

Heel de dag door zullen we over lange, kaarsrechte wegen door een desolaat, quasi boomloos landschap oostwaarts fietsen. Heel de dag door zal een strakke oostenwind ons vanuit die richting tegemoet waaien. In de loop van de namiddag zal daar nog een flinke portie regen bovenop komen. Dus leggen we onszelf een strikt schema op. Beurtelings nemen we tien minuten lang de kop om de ander even uit de wind te zetten. Alsof we in een ploegentijdrit meedraaien.

We leggen onszelf een strikt schema op, alsof we in een ploegentijdrit meedraaien

Veel meer dan een T-vormig kruispunt in het hart van de Schotse Highlands is het niet. Toch zal Achnasheen voor ons een mijlpaal worden. Naar links leidt de route immers verder noordwaarts langs de ruige westkust naar Durness en eventueel naar het verre John o’Groats in de noordoosthoek. Naar rechts daarentegen leidt de route naar Inverness en dan langs de oostkust verder naar het zuiden – naar huis dus in feite.

Met 1 775 km op de teller moeten we stilaan beslissen hoe ver onze ambitie reikt. Ruw geschat zijn we 1 500 km van huis – ongeveer vijftien dagen fietsen dus. Wat betekent dat we omstreeks 22 september thuis zullen arriveren, mochten we hier en nu de terugkeer aanvatten. De tocht naar het uiterste noorden van Schotland daarentegen zou zes tot acht dagen extra vergen. Maar er ligt thuis nog flink wat werk op de plank voor het nieuwe academiejaar begint. Het wordt dus rechts afslaan, tegen heug en meug weliswaar.

 

071 Onderweg.jpg – Van west naar oost

Van west naar oost

 

072 Onderweg.jpg

Een vrij moderne jeugdherberg is het, waar we ‘s avonds in Strathpeffer onze intrek mogen nemen. Vrije bedden zijn er in overvloed. Vrij modern zijn ook de blitse fietsen van twee jonge Zuid-Afrikanen die eveneens door Schotland blijken te toeren. Driemaal zeven versnellingen hebben ze. Wat een verschil met mijn eenvoudig versnellingsnaafje van Sturmey Archer met welgeteld drie versnellingen – ruwweg eentje om te klimmen, eentje om te dalen en eentje voor het vlakke parcours.

Boerenpummels voelen we ons

Fier pakken de Zuid-Afrikanen met hun materiaal uit – lichtgewicht tentje, aluminium tentstokken en dito haringen, vederlichte slaapzakken, minigasvuurtjes, ... Boerenpummels voelen we ons. Over de loodzware uitrusting die in Carlisle op ons ligt te wachten, zwijgen we in alle talen.

Top

21 – Zondag 8 september | Strathpeffer – Kingussie | 132 km

Van Strathpeffer via de A9 rechtstreeks naar Inverness rijden is de snelste optie. Maar niet de beste. Want dan lopen we Loch Ness mis. En dat kan je niet maken – stel je voor dat Nessie net nu zou opduiken. Dus maken we een ommetje. Al blijken we daar een beetje in te overdrijven. Een foute afslag komt ons op een nodeloos retourtje van veertien kilometer te staan.

Loch Ness is het Manneken Pis van Schotland – op zich niets bijzonders, maar je moet het gezien hebben. Toegegeven, het enorme meer tussen de groene heuvels oogt zeer fraai. Maar daarin onderscheidt het zich nauwelijks van de vele andere Schotse lochs.

 

075 Loch Ness.jpg – Loch Ness

Loch Ness

 

076 A9.jpg – Via de A9 zuidwaarts

Via de A9 zuidwaarts

De perfecte biotoop voor een prehistorisch monster dat op z’n privacy gesteld is

Waar het zich wel in onderscheidt, zijn de veengrond en de turf die in grote hoeveelheden van de heuvels naar beneden spoelen. Die herleiden de transparantie van het water bijna tot nul. De perfecte biotoop dus voor een prehistorisch monster dat op z’n privacy gesteld is.

De eerste waarnemingen kwamen er in 1933. Sedertdien zijn er vele gevolgd. Maar echt eenduidig kan je de observaties niet noemen. Het monster zou drie tot vijf meter lang zijn. Of twaalf tot vijftien meter, dat kan ook. Het zou één bult hebben, maar dat kunnen er ook twee of drie zijn. Of zelfs geen enkele. Meestal is men het erover eens dat Nessie een nek van wel twee meter lang heeft. Alhoewel die ook wat korter kan zijn.

Wat wel vaststaat, is het feit dat het mythische dier een wetenschappelijke naam heeft. Meer dan één zelfs, want welke diersoort het is, daar is men ook nog niet uit. Zo’n wetenschappelijke naam is noodzakelijk om het dier de wettelijke bescherming te geven waar het recht op heeft. Want stel je voor dat Nessie echt zou bestaan en dat een of andere onverlaat hem of haar – het geslacht kennen we ook nog niet – zomaar zou neerknallen.

Maar voor ons blijft het vruchteloos wachten tot Nessie even komt groeten. Dus zakken we ontgoocheld naar Inverness af, de officieuze hoofdstad van de Schotse hooglanden, en kuieren er even door het niet zo pittoreske centrum.

Vanaf nu is het de A9 die ons bijna tweehonderd kilometer lang gezelschap zal houden, helemaal tot in Perth. Gedaan met de single track roads, hier wacht ons een brede asfaltweg, volledig afgestemd op het gemotoriseerd verkeer. Auto’s zoeven met hoge snelheid voorbij, fietspaden bestaan alleen in de verbeelding. Maar er is geen alternatief.

Het klimaat op de Cairngorms mag je met dat van de arctische toendra vergelijken

Een stevige klim uit de vallei van de Ness voert ons over de Slochd, een bergrug van 405 m hoog. Naarmate we het populaire skioord Aviemore naderen, kunnen we links in de verte de Cairngorms ontwaren. Een heel bijzonder gebergte is dat, geliefd bij wandelaars en wintersporters, maar ook gevreesd. Want het klimaat op dit duizend tot twaalfhonderd meter hoge plateau mag je met dat van de arctische toendra vergelijken. Temperaturen tot – 27 °C zijn er gemeten, en windsnelheden tot 283 km/u. In een oogwenk kunnen de weersomstandigheden er drastisch veranderen en sneeuwval kan je er elke dag van het jaar verwachten.

Dat is geen spek voor de bek van fietsers zoals wij. Morgen zullen we dan ook respectvol in een wijde boog rond de Cairngorms rijden en gewoon van het uitzicht genieten. Maar eerst strijken we in de jeugdherberg van Kingussie neer. Onze zevende fietsdag in Schotland is dit, maar de allereerste keer dat we ‘s avonds droog in de jeugdherberg arriveren.

Top

22 – Maandag 9 september | Kingussie – Falkland | 148 km

Langs de A9 trekken we verder zuidwaarts naar Perth. Een makkie wordt dat, ook al moeten we twee bergpassen kruisen en staat er een lichte tegenwind. Want tot in Perth is het bijna doorlopend dalen. En de zon zet heel de dag haar beste beentje voor.

We passeren Dalwhinnie, het dorpje met de hoogst gelegen whiskystokerij van Schotland – 351 m boven de zeespiegel. Maar ook een van de koudste dorpen van Schotland is dit, met een triestig jaargemiddelde van 6,6 °C.

Vrij vlot klimmen we naar de 460 m hoge Drumochter Pass. Een lange afdaling wordt onze verdiende beloning. Overal staat de purperen heide weelderig in bloei. Hetzelfde scenario een veertigtal kilometer verder, waar de 400 m hoge Killiecrankie Pass ons nauwelijks een strobreed in de weg legt. Gezwind draaien we de trappers rond in afdalingen waar geen einde aan lijkt te komen.

Al is het met die afdalingen oppassen geblazen. Al te enthousiast naar beneden zoeven kan je soms zuur opbreken. Zo was er die keer dat Jeans bagage deels loskwam tijdens een helse afdaling. Een pictoraal hoogstandje op het asfalt was daarvan het resultaat, met twaalf verse eieren en een portie aardbeienjam in de hoofdrol. Sneller rijden dan 60 km/u houdt sowieso risico’s in. Dan dreigt immers het wijzertje van mijn kilometerteller af te breken.

Gezwind draaien we de trappers rond in afdalingen waar geen einde aan lijkt te komen

073 A9 Heide.jpg – Heidelandschap langs de A9

Heidelandschap langs de A9

 

074 A9 Heide.jpg

In de late namiddag bollen we het vlakke landschap rond Perth binnen. Ruim vijfentwintig kilometer scheiden ons nu nog van de jeugdherberg van Falkland aan de voet van de Lomond Hills. Daar kijken we zonder enige vorm van vermoeidheid terug op een rit van bijna honderdvijftig kilometer. Achteraf zal blijken dat dit onze langste rit was.

Technische problemen zijn vandaag achterwege gebleven. Maar triomfalisme is uit den boze, dat beseffen we maar al te goed. Bij wijze van voorzorg verwisselen we de buitenbanden van het voorwiel en het achterwiel. Kwestie van de slijtage gelijkmatig over beide banden te spreiden.

Top

23 – Dinsdag 10 september | Falkland – Melrose | 126 km

Een vrij stevige wind is het die ons vanuit het zuiden over het relatief vlakke landschap tegemoet waait. Vandaag hebben we een bezoekje aan Edinburgh op het menu staan. Dus moeten we de Firth of Forth over, het brede estuarium dat de Schotse hoofdstad met de Noordzee verbindt.

Het is al gauw drie minuten fietsen van de ene toren naar de andere, zo ver staan ze uit elkaar

077 Forth Road Bridge.jpg – Forth Road Bridge

Forth Road Bridge

 

078 Forth Road Bridge.jpg

Veel keuze hebben we dan niet. Enkel de Forth Road Bridge slaagt erin om die enorme riviermond te overspannen. Net tien jaar geleden, op 4 september 1964, werd die brug in gebruik genomen. Met haar lengte van 2,5 km mocht ze zich toen de langste hangbrug ter wereld noemen – buiten de Verenigde Staten weliswaar. Twee kolossale torens van 156 m schragen de constructie. Het is al gauw drie minuten fietsen van de ene toren naar de andere, zo ver staan ze uit elkaar.

Het lijkt wel alsof we in een ander land terechtgekomen zijn

079 Edinburgh Castle.jpg – Edinburgh Castle

Edinburgh Castle

 

081 Edinburgh Castle.jpg

Ruim een uur later worden we door Princess Street overweldigd, de levendige handelsstraat aan de rand van Edinburghs New Town. Dat zijn we niet meer gewend, zulke drukke toestanden. Het lijkt wel alsof we in een ander land terechtgekomen zijn. Maar het uitzicht is er spectaculair – de historische gevels van de Old Town, Edinburgh Castle op zijn vulkanische Castle Rock en, welja, onze allereerste bleke herenknieën onder een van die fameuze kilts. Ook de archetypische bolhoeden maken hun opwachting, meestal op het hoofd van een voornaam heerschap gewapend met een stijve bovenlip en een zwarte paraplu.

 

080 Edinburgh The Mound.jpg – Edinburgh – The Mound

Edinburgh – The Mound

 

082 Edinburgh.jpg – Edinburgh

Edinburgh

Via The Mound klimmen we naar de Royal Mile, het historische hart van de Old Town. In een vrijwel kaarsrechte lijn verbindt deze straat twee koninklijke residenties met elkaar – Holyrood Palace in het westen en Edinburgh Castle in het oosten. Mocht koningin Elizabeth II het overwegen zich te voet van het ene optrekje naar het andere te begeven, dan zou ze precies een mijl stappen. Daar dankt de straat sedert het begin van de 20e eeuw haar naam aan. Tegenwoordig is het vooral een toeristische bedoening, de souvenirs puilen uit de shops. Met kilts en tartans slaan ze je hier om de oren.

 

084 Edinburgh Kilt.jpg – Edinburgh – Princess Street

Edinburgh – Princess Street

 

083 Edinburgh Voetgangers.jpg

Al dat moois houdt ons geruime tijd in de ban. Te lang eigenlijk, want het is al half zes als we onze fietsen opnieuw ter hand nemen. Eens te meer een grove misrekening, want de eerstvolgende jeugdherberg bevindt zich 64 km hiervandaan in Melrose. Het loopt al tegen negenen als we daar arriveren. We mogen nog binnen, gelukkig. En er zijn nog bedden vrij, gelukkig. Niet goed bezig, jongens.

Top

24 – Woensdag 11 september | Melrose – Carlisle | 107 km

Een zeer rustige dag wordt het. Een overgangsdag eigenlijk. Veel valt er immers niet te beleven. In Galashiels bereiken we de A7 die ons via Hawick zuidwaarts leidt. Daar ontmoeten we zowaar een Vlaming die Schotland al liftend verkent.

Blij kan je het niet noemen, ons weerzien met onze hoofdbagage in de jeugdherberg van Carlisle

Blij kan je het niet noemen, ons weerzien met onze hoofdbagage in de jeugdherberg van Carlisle. Vanaf morgen krijgt de onverbiddelijke cadans van laden en lossen ons weer in zijn greep. Dat het een wijze beslissing was om de hoofdbagage hier achter te laten, staat buiten kijf. Noemenswaardige technische problemen hebben zich niet voorgedaan. Van het regenachtige, maar magnifieke Schotland hebben we 1 217 km lang ten volle kunnen genieten. Met al die bagage aan boord hadden we dat nooit voor elkaar gekregen.

Top

25 – Donderdag 12 september | Carlisle – Dalton | 107 km

Knarsetandend monteren we onze bagage op onze fietsen. Tentzeil, stokken, haringen, koorden, luchtmatrassen, dekens, gasvuur, gasfles, potten en pannen, jerrycan, … er lijkt geen einde aan te komen.

Als om ons nog wat meer te jennen, ontrolt er zich een zwaar parcours voor ons en steekt er een straffe tegenwind op. Zuidwaarts tot in Penrith volgen we precies hetzelfde traject als op 31 augustus, maar dan in de omgekeerde richting. Daarna houden we op de A66 de richting Scotch Corner aan. Een belangrijk verkeersknooppunt bezuiden Newcastle-upon-Tyne is dat – als het ware het Groot-Bijgaarden van North Yorkshire.

’s Avonds strijken we in de omgeving van het piepkleine Dalton neer. Een strook grasland in een sierlijke S-bocht van een verlaten landweggetje wordt onze stek voor de nacht. Het gras staat er kniehoog, het is koud en nat, de druilerige regen doet er nog een schep bovenop. En dan verdwijnt onze blikopener ergens in dat hoge gras. Dat is even balen.

Zuiver water is uiteraard onontbeerlijk voor ons – koken, afwassen, persoonlijke hygiëne. Daarom trekken we elke avond naar de dichtstbijzijnde woning om onze plastic jerrycan met een paar liter kraantjeswater te laten vullen. Maar nu komt daar dus een extraatje bij. Met een rist conservenblikjes in onze armen zullen we beleefd een blikopener moeten vragen. Verse soep en verse groenten bereiden, daar hebben we ’s avonds immers noch de ambitie noch de energie voor.

Het is even schrikken voor de vrouw des huizes als ze de deur opent

De dichtstbijzijnde woning, die blijkt enkele honderden meter hogerop tegen de heuvel te liggen – dat heb je nu eenmaal als je rustige omgevingen opzoekt. Het is even schrikken voor de vrouw des huizes als ze de deur opent. Maar zodra onze netelige positie haar duidelijk wordt, ontfermt ze zich over ons als een kloek over haar kuikens. Kraantjeswater is geen probleem, een blikopener al evenmin.

Druipend staan we in de kraaknette hal tussen de fraaie meubeltjes naast het chique tapijt de gebeurtenissen af te wachten, terwijl zich rond onze voeten plasjes regenwater vormen. Dan daagt onze redster in de nood weer op. Leven van voedsel in blik, dat kan je toch niet maken als je zulke zware inspanningen moet leveren, foetert ze niet geheel ten onrechte. Meteen stopt ze ons een half dozijn verse tomaten toe.

Licht euforisch zakken we met onze tomaten en onze open blikjes door de druilerige regen naar ons tentje af. Ach, die Britten. Een beetje afgemeten soms, maar vaak hartverwarmend vriendelijk en behulpzaam.

Top

26 – Vrijdag 13 september | Dalton – York | 100 km

Wat is dat toch met vrijdag de dertiende? Er valt geen druppeltje regen vandaag, de wegen zijn vlak, de wind geeft ons constant een duwtje in de rug. Vrijdag de dertiende is onze geluksdag, zoveel is zeker.

 

085 York Bootham Bar.jpg – York – Bootham Bar

York – Bootham Bar

 

093 York Minster Straatzicht.jpg – York Minster

York Minster

Via Scotch Corner zetten we koers naar het eeuwenoude York – amper een eeuw jonger dan Tongeren, want de Romeinen gingen hier pas in 71 aan de slag. Maar het zijn niet de restanten van de Romeinse bouwwerken die je hier gezien moet hebben, wel de imposante York Minster, na de Dom van Keulen de grootste gotische kathedraal van Noord-Europa. In 1220 begonnen de werken, in 1472 werd de kathedraal in haar huidige vorm ingezegend. Wie een bouwproject van tweehonderdvijftig jaar buitensporig lang vindt, legge zijn oor in Keulen te luisteren. Daar deden ze er meer dan zeshonderd jaar over.

 

086 York Minster Hoofdportaal.jpg – York Minster – Hoofdportaal

York Minster – Hoofdportaal

 

091 York Minster Great East Window.jpg – York Minster – Great East Window

York Minster – Great East Window

Het koninginnenstuk is het reusachtige Great East Window uit 1408, 23 m hoog en bijna 10 m breed

Hoe fraai het bouwwerk ook is, het zijn vooral de gebrandschilderde ramen die hier de show stelen. Sommige authentieke glaspanelen dateren zelfs uit de 12e eeuw. Het koninginnenstuk is het reusachtige Great East Window. Dat dateert uit 1408, is 23 m hoog en bijna 10 m breed. Wereldwijd kan geen enkel glas-in-loodraam uit de middeleeuwen daaraan tippen.

 

089 York Minster Gotisch kantwerk.jpg – York Minster – Gotisch kantwerk

York Minster – Gotisch kantwerk

 

088 York Minster Westelijke Torens.jpg – York Minster – Westelijke torens

York Minster – Westelijke torens

Gauw nog even in de centrale toren naar boven klimmen, hadden we ons voorgenomen. Maar zo gemakkelijk blijkt dat niet te gaan. Zoveel treden, daar zijn onze beproefde knieën na drie weken fietsen niet meer op afgestemd. Het schitterende uitzicht maakt de kwelling goed – het vlakke landschap in de verte, de bruisende stad aan onze voeten, de twee imposante torens aan het westelijke uiteinde van het schip, en vooral het elegante gotische kantwerk van steunberen, luchtbogen en pinakels.

Even voorbij York installeren we ons tentje op een stoppelveld voor een rustige nacht.

Top

27 – Zaterdag 14 september | York – Caenby Corner | 105 km

Nog vόόr het vertrek staat Jeans band slap. Plakken brengt geen soelaas, even later staat de band weerom slap. We halen de binnenband eruit en kijken hem grondig na, maar vinden geen gaatje. Tegen beter weten in monteren we de band terug op de velg en pompen hem op. Dat lukt wonderwel, het kreng geeft voorlopig geen kik meer.

Vandaag brengt onze tocht zuidwaarts ons in Hull op de oever van de Humber. Officieel heet deze stad niet Hull, maar Kingston upon Hull, maar daar hebben ze hier geen oren naar. Een fraaie brug over het brede estuarium – zoals de Forth Road Bridge in Edinburgh – hebben ze nog niet. Het is wachten tot juni 1981 vooraleer Humber Bridge in gebruik genomen zal worden. Dus stellen we ons met de ferry tevreden die ons voor £ 0,42 per persoon naar New Holland aan de overkant brengt.

Vreemde snuiters, daar is deze man niet mee opgezet

Vandaar gaat het verder naar Caenby Corner. Onze vraag aan een lokale boer om op zijn grond te mogen kamperen, stuit tot onze verbazing op een korzelig njet. Vreemde snuiters, daar is deze man niet mee opgezet. Onze allereerste afwijzing in vier weken is dat. Later zal dit ook onze enige negatieve ervaring blijken te zijn.

Over negatieve ervaringen gesproken – Jeans band staat weer lek. Dat reduceert onze radius om een andere stek voor de nacht te zoeken drastisch. Een vijfhonderdtal meter verder installeren we ons dan maar achter een loods voor wegenwerkenmachines.

Top

28 – Zondag 15 september | Caenby Corner – Baston | 85 km

Ditmaal kunnen we er niet naast kijken. Het gat in Jeans band blijkt respectabele afmetingen te hebben. Zo respectabel, dat we genoodzaakt zijn onze reserveband op te diepen. Dat het ook nog gaat regenen tijdens het opbreken van de tent, maakt het er niet vrolijker op.

Telkens een auto passeert, weerklinkt vrolijk getoeter. Maar niet iedereen is even enthousiast

Eens te meer wordt dit een overgangsdag. Via de A15 schieten we goed op. Lincoln, Sleaford en Bourne passeren de revue. Een geschikte plek voor ons tentje vinden we op het vluchtheuveltje van een T-vormig kruispuntje in Baston. Onze aanwezigheid op die ongewone locatie gaat niet onopgemerkt voorbij. Telkens een auto passeert, weerklinkt vrolijk getoeter.

Maar niet iedereen is even enthousiast. Omstreeks middernacht worden we door gerommel aan onze fietsen gewekt. Verdorie, iemand is onze fietsen aan het stelen.

Top

Jaak Palmans
© 2019 | Versie 2021-10-25 10:16

Lees het vervolg in (4/4)
Met het wiel in de aanslag

 

 

 

 

 

Schotland | Per fiets