English version

Een kwestie van geluk

Australië | Anno 2004

 

D:\DataReizen\Pacomaja\Ontwikkeling\30 Australie\Bronversies\3001 (jpg) Queensland.jpg

 

Dit wordt nooit wat. Je kan net zo goed een fanfare het bos in sturen en dan verwachten dat konijntjes komen zitten luisteren. Rust en stilte hebben we nodig. En dat kan deze Rainforest Walk beslist niet bieden, wat de folders ook mogen beweren. Een fraaie wandeling, dat wel. Het plankenpad meandert door het statige regenwoud, met zijn hoge bomen en zijn dichte tropische vegetatie. Niets breekt de stilte, behalve exotische vogelgeluiden en taterende toeristen. Als zich hier kasuarissen ophouden, dan hebben die zich ondertussen mijlenver uit de voeten gemaakt, zoveel is zeker.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\14 Daintree\Best Of\Aust0423y.jpg

Cape Tribulation

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\14 Daintree\Best Of\Aust0438ky.jpg

Eerste glimp van een kasuaris

Toegegeven, in het regenwoud van Cape Tribulation, helemaal in het noorden van Queensland, hadden we het geluk er al een glimp van op te vangen. Maar dat was maar heel even, in een flits. Veel meer dan wat onscherpe rode en blauwe vlekken tegen een groene achtergrond zal er op onze pellicule niet te vinden zijn. En we hebben ook nog Billabong Sanctuary op het programma staan. Daar zullen we beslist kasuarissen achter tralies kunnen waarnemen. Maar in vergelijking met een observatie in het wild verzinkt dat in het niet.

Veel meer dan wat onscherpe rode en blauwe vlekken tegen een groene achtergrond zal er op onze foto niet te vinden zijn

Wetenschappers houden ons voor dat er zich in Australië nog hooguit tweeduizend kasuarissen ophouden. Voeg daar nog enkele populaties op Papoea-Nieuw-Guinea en op sommige kleinere eilanden in de Stille Zuidzee aan toe, en je bent klaar met je wereldwijde inventaris. Toch speelt deze zeer zeldzame loopvogel een sleutelrol in het regenwoud. Voor een zeventigtal plantensoorten is de kasuaris immers de enige die hun zaden in hun geheel verorbert en via zijn ontlasting elders deponeert. Het voortbestaan van die planten hangt er dus letterlijk van af. Daarnaast zijn er nog tientallen andere plantensoorten die een scharrelende kasuaris wat graag zien langskomen om hun voortplanting een zetje te geven.

En dat is niet eens het enige wat deze verre neef van de struisvogel en de emoe zo speciaal maakt. Het is zijn bizarre uiterlijk dat fascineert. De poten en het bolvormige lijf met de lange zwarte haren zijn niet zo uitzonderlijk. Het zijn de vuurrode halskwabben, de lange helblauwe geschubde nek en vooral de grote hoornen kam waar je van staat te kijken. Probleemloos rennen ze met veertig kilometer per uur door regenwoud waar een mens zich niet eens een weg kan banen. Met de hoornen kuif op hun lange, voorovergebogen nek klieven ze vrijwel elke hindernis.

Hun poten eindigen op drie grote tenen. Vooral de middelste teen is een joekel – als een kinderpols zo dik. Snoeihard kan hij daarmee uithalen. Voelt hij zich bedreigd, dan rijt hij daarmee moeiteloos een mens de buik open. In de praktijk is de kasuaris evenwel zo mensenschuw dat hij al lang verdwenen is vooraleer een mens zelfs maar begint te vermoeden dat er eentje in de buurt zou kunnen zijn. Echte handtastelijkheden komen dan ook niet voor.

Het zijn de vuurrode halskwabben, de lange helblauwe geschubde nek en vooral de grote hoornen kam waar je van staat te kijken

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\16 Billabong Sanctuary\Best Of\Aust0471y.jpg

Billabong Sanctuary – Kasuaris

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\16 Billabong Sanctuary\Best Of\Aust0473y.jpg

Kortom, een kasuaris smeekt erom gezien te worden. Een beetje ontgoocheld laten we Mission Beach achter ons. Het stadje probeert zich te profileren als het hartland van de Australische kasuaris – ze hebben hun hoofdstraat zelfs Cassowary Drive gedoopt. Maar wij weten ondertussen beter.

Wat verder zuidwaarts ligt Ella Bay National Park, een onooglijk natuurpark zonder enige infrastructuur. Toeristen laten het dan ook massaal links liggen. Eén zinnetje in de Lonely Planet laat ons echter niet los: “The park is also home to a small population of cassowaries.”

Kasuarissen zonder toeristen in de buurt – meer hebben we niet nodig. Temeer daar dit het meest zuidelijke punt is waar ze voorkomen. We zakken naar Innisfail af en belanden in Flying Fish Point, een piepklein dorpje langs de kust. Vandaar gaat het naar het park – weinig meer dan een brede strook regenwoud langs de kust. Toeristen zijn er inderdaad in geen velden of wegen te bespeuren, toeristische infrastructuur evenmin. Pure natuur is dit. De grindpiste slingert zich door het regenwoud, hier en daar is ze slijkerig glad. Ook al hebben we enkel tractie op de voorwielen, problemen levert dat niet op. Wel vanavond even het slijk van de wielen spoelen, want anders gaan straks bij Hertz de wenkbrauwen omhoog.

Amper vijf minuten in het park, en we hebben al een kasuariskontje te pakken. Is dat even boffen

Plots zien we achter een struik een onmiskenbaar zwart bolvormig silhouet. Niet te geloven. Amper vijf minuten in het park, en we hebben al een kasuariskontje te pakken. Is dat even boffen. Nu de rest van het beest nog. Muisstil verlaten we de auto – althans dat maken we ons zelf wijs. Zoveel amateurisme, daar kan een kasuaris alleen maar hartelijk om lachen. We zien nog net hoe de struiken zich achter zijn zwarte lichaam sluiten terwijl hij zich zonder enige vorm van haast uit de voeten maakt. Verdere pogingen om in het halfduistere regenwoud nog een ander dan het minst edele lichaamsdeel van de kasuaris te zien te krijgen, draaien op niets uit. Het kluwen van struiken en varens is voor ons ondoordringbaar.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\16 Billabong Sanctuary\Best Of\Aust0472y.jpg

Billabong Sanctuary – Kasuaris

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\16 Billabong Sanctuary\Best Of\Aust0474y.jpg

Ook een omtrekkende beweging langs een pad door het regenwoud draait op niets uit. “Die zien we niet meer terug”, weet Marleen. Ze is nogal nuchter in die dingen.

Maar ik ben nogal koppig in die dingen. Verderop verdwijnt een tweede, smaller pad het woud in. Wie weet krijg ik in de verte een glimp van zijn vage schaduw te zien. Stilletjes trek ik het woud in. Maar hoe ik ook kijk en luister, nergens valt enige beweging te bespeuren. De kasuaris is van de planeet verdwenen, zoveel is duidelijk. Vogels hoog in de bomen hebben het akoestische spectrum voor zich alleen. Ik blijf staan en overweeg terug te keren.

Daar staat hij, nauwelijks drie meter bij mij vandaan

Dan hoor ik plots een zwiepend geluid links van mij, alsof een reusachtige boog zich ontspant. Enigszins verbaasd draai ik mij om. Daar staat hij, nauwelijks drie meter bij mij vandaan. Kennelijk was hij tussen de struiken wat aan het scharrelen en heeft hij mij niet horen naderen. Dat zwiepend geluid was het rechtveren van zijn lange nek. Een fractie van een seconde kijken we elkaar verstijfd van de schrik in de ogen. Ik sta aan de grond genageld, de kasuaris is groter dan mij. In een flits taxeert hij de situatie en komt al snel tot de bevinding dat van dat versteend wezen geen dreiging uitgaat. Geen reden dus om met die levensgevaarlijke poot uit te halen.

Prompt draait hij zich om en maakt zich uit de voeten, perfect volgens het boekje – de nek voorovergebogen, met de hoornen kuif het ondoordringbare struikgewas klievend. Door het stille woud weerklinkt enkel het doffe dreunen van zijn poten – het lijkt wel een stukje soundtrack uit Jurassic Park.

Door het stille woud weerklinkt enkel het doffe dreunen van zijn poten – het lijkt wel een stukje soundtrack uit Jurassic Park

Een vijftigtal meter verder duikt hij weer op. Midden op het pad blijft hij rustig staan om zijn belager nog even te monsteren. In het halfduister zijn de felle kleuren van zijn lange hals amper waarneembaar. Met genoegen stelt hij vast dat de indringer er nog steeds als een zoutzuil bij staat en probeert te behappen wat hem overkomen is. Waardig verdwijnt hij voor immer tussen de varens en de struiken.

Ik keer terug naar de grindpiste. Een foto heb ik niet, een natte broek gelukkig ook niet.

En, niets meer te zien zeker?”, vraagt Marleen met een ironisch lachje.

 

* * * * *

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\17 Whitsunday Islands\Best Of\Aust0486y.jpg

Whitsundays

De ranger is te laat. Erg is dat niet, maar het verbaast ons wel een beetje, want doorgaans zijn ze hier nogal stipt. En al moeten we Eungella geografisch tot de tropen rekenen, toch voelt het wat frisjes aan om vroeg in de ochtend buiten te staan wachten, met 4 °C op de thermometer en rijm op het gras.

Of we weten wat een taipan is, werpt hij ons meteen voor de voeten

Even na negen daagt hij dan toch op. Miles heet hij, hij heeft een Toyota Landcruiser Coach mee. Of we weten wat een taipan is, werpt hij ons meteen voor de voeten. En of we dat weten. Dat reptiel staat hoog in de hitparade van de giftigste slangen van Australië. Volgens sommige bronnen is het zelfs de derde giftigste slang ter wereld. Haar beet kan binnen dertig minuten fataal zijn. Er bestaat een antiserum, maar dat moet je dan wel dicht bij de hand hebben.

Miles grijnst en haalt een zak van dik, wit plastic uit zijn jeep. Zo’n zak waar gewone stervelingen cement in plegen te transporteren. De zak is met ruw touw dichtgeknoopt. Hij maakt het touw los, waardoor een tweede, identieke zak tevoorschijn komt. Ook die knoop gaat los. Miles gunt ons een blik op de inhoud. Beneden ligt zowaar een onderkoelde taipan te suffen, roodbruin geschubd, anderhalve meter lang, ongeveer zo dik als het vuistje van een peuter. Mocht deze koudbloedige zich even in de zon kunnen opladen, dan zouden wij geen schijn van kans maken.

Mocht deze koudbloedige zich even in de zon kunnen opladen, dan zouden wij geen schijn van kans maken

Twee opeenvolgende droge zomers hebben de taipan radeloos gemaakt, legt Miles rustig uit. Zo radeloos, dat ze zich in de omgeving van mensen is gaan wagen, op zoek naar iets eetbaars – de kippen van Miles, om maar wat te noemen. Maar het kippengaas is haar fataal geworden. Net voor hij vanmorgen vertrok, heeft Miles haar gevonden, bijna gewurgd door de fijne mazen, totaal uitgeput door de vrieskou. Voorzichtig heeft hij zijn voet op haar hoofd gedrukt – hij wou haar echt geen pijn doen, verzekert hij ons – en haar uit het gaas bevrijd. Omdat hij er niet helemaal zeker van was dat ze hem daar achteraf dankbaar voor zou zijn, heeft hij haar toch maar in die cementzakken opgeborgen.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\17 Whitsunday Islands\Best Of\Aust0488y.jpg

Whitsundays

En wat nu? Miles kent iemand die in de botanische tuin van Rockhampton werkt, hier amper vierhonderd kilometer vandaan. Daar zijn ze bereid om zich over de taipan te ontfermen. Morgen zullen Miles en de taipan samen de trein naar Rockhampton nemen. Op het perron zal die kennis hem opwachten om zijn aanwinst in ontvangst te nemen. Of de Australische spoorwegen taipans tot hun reguliere klanten rekenen, weet Miles niet. Hij haalt de schouders op. Niemand weet wat er in die cementzak zit. Toch? Wat een botanische tuin met een taipan aan moet, blijft in nevelen gehuld.

Of de Australische spoorwegen taipans tot hun reguliere klanten rekenen, weet Miles niet

Maar het is geen les toegepaste zoölogie waar we op uit zijn. De Crediton Walk hebben we op het programma staan, een wandeling van zo’n vier uur door het regenwoud. Met zijn viertjes trekken we er op uit – Miles achter het stuur, de taipan naast hem op de zetel, wij roerloos op de achterbank.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0509y.jpg

Pioneer Valley

Wat dit vijftigduizend hectaren grote Eungella National Park zo bijzonder maakt, heeft het aan zijn unieke locatie te danken. Achthonderd meter boven zeeniveau zitten we hier, aan het boveneinde van de vijfentachtig kilometer lange Pioneer Valley die als een trechter kaarsrecht naar zee leidt. Vochtige zeelucht die landinwaarts trekt, heeft geen andere mogelijkheid dan deze immense geul te volgen. Geleidelijk wordt ze dan tegen de helling van Clark Range omhoog gestuwd, zodat ze uiteindelijk tot wolken condenseert. Aan die vochtige nevels hebben we deze abundante natuur te danken. In feite is dit dus eerder een nevelwoud dan een regenwoud. Sommige mossen slagen er zelfs in hun vocht rechtstreeks aan die nevels te onttrekken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Biri, de plaatselijke aborigines, deze plek Eungella noemden – wolken betekent dat in hun taal. Van wolken is er vandaag gelukkig geen sprake. Want hoe vitaal de nevels voor deze biotoop ook mogen zijn, wij voelen ons beter in onze nopjes zonder mist.

Sommige mossen slagen er zelfs in hun vocht rechtstreeks aan die nevels te onttrekken

In een bocht van de onverharde weg houdt Miles halt. Neen, hij gaat niet mee, het is de bedoeling dat we zelf onze weg door het regenwoud zoeken. Dat verrast ons een beetje, maar Miles sust meteen. Moeilijk is het niet. Gewoon het pad volgen tot aan Broken River, en dan de rivier stroomafwaarts volgen. En onderweg bij de splitsing links houden.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0518y.jpg

Eungella National Park – Nevelwoud

Gevaar is er evenmin. Australië kent immers geen vleeseters die grote zoogdieren zoals de mens naar het leven staan. Wel raadt Miles ons aan om niet op slangen te trappen, want daar worden ze weleens agressief van. Op het pad blijven dus, en kijken waar je loopt. Ook een beetje opletten met bloedzuigers en teken, maar dat valt wel mee, want bij deze temperatuur laten we geen huid nodeloos onbedekt.

Miles raadt ons aan om niet op slangen te trappen, want daar worden ze weleens agressief van

Nog één ding willen we weten – waar is het pad? Met zijn kin wijst Miles naar de overkant van de weg. Een schier ondoordringbare wand van groen rijst daar tot hoog boven onze hoofden, maar van een pad is er geen spoor. Wat nadrukkelijker wijst Miles een piepkleine zwarte opening in de groene muur aan. Ja hoor, vandaar leidt een smal pad naar beneden, het duistere regenwoud in.

Terwijl Miles en de taipan samen naar de lodges terugkeren, dringen wij het regenwoud binnen. Een weergaloos concert overvalt ons. Het moet hier krioelen van de vogels. Maar we krijgen er geen enkele te zien. Op een handvol boskalkoenen na, die schichtig wegrennen. Vrij grote, lompe vogels zijn dat, met een knalrode kop en een zwart verenkleed. Vliegen kunnen ze nauwelijks, maar hier is dat geen handicap. Heel af en toe merken we een vogel op die van de ene boom naar de andere vliegt of wat aan zijn nest zit te timmeren. Voor het overige is het gissen naar wat er zich in het dichte gebladerte afspeelt.

Heel opvallend is het aanzwellende gefluit dat we geregeld horen. Steevast mondt het in een soort zweepslag uit, die prompt gevolgd wordt door twee fluittonen. Een zwartkopzwiepfluiter is dat, zo vernemen we later. Met die zweepslag probeert het mannetje de aandacht van een wijfje te trekken. Zo te horen, lukt dat opperbest, want de twee fluittonen zijn haar antwoord.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0517y.jpg

Crediton Walk

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0519y.jpg

Minstens twintig meter hoog reiken de bomen, met struiken en varens tot op halve hoogte daartussen. Talloze epifyten hebben zich op de takken vastgezet. In tegenstelling tot parasieten onttrekken die geen voedsel aan hun gastheer. Vooral de hertshoornvaren valt op, met zijn fraaie, geweivormige bladeren.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0522y.jpg

Epifyten

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0523y.jpg

Hevig geritsel tussen de bladeren doet ons even opschrikken. Iets heeft zich pijlsnel uit de voeten gemaakt, zoveel is zeker. Maar het is niet meteen duidelijk wat. Tot we de schuldige ontdekken, op een tak, zo’n twee meter en een half boven ons hoofd. Daar zit de varaan roerloos onze reactie af te wachten, vrij goed gecamoufleerd tussen het gebladerte. Kennelijk lag hij net naast het pad te zonnen op een van de zeldzame plekjes waar zonnestralen door het gebladerte priemen. Onze aanwezigheid moet hem brutaal verstoord hebben.

Iets heeft zich pijlsnel uit de voeten gemaakt, zoveel is zeker. Maar het is niet meteen duidelijk wat

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0524y.jpg

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0525y.jpg

 

Zijn staart inbegrepen, zal hij ongeveer tachtig centimeter lang zijn. Echt gevaarlijk is hij niet – waarschijnlijk is hij meer geschrokken van ons dan wij van hem. Pas als hij zich bedreigd zou voelen, zou hij bij wijze van verweer weleens kunnen bijten. Dat kan knap vervelend zijn, want in zijn bek draagt hij een onfrisse cocktail van bacteriën met zich mee. Die loost hij in de bloedbaan van zijn slachtoffers om ze te verzwakken of te doden. Zelfs een volwassen mens is daar een poos niet goed van. Maar zo’n vaart loopt het zelden.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0526y.jpg

Broken River

Het pad wijst zichzelf uit, daar had Miles gelijk in. Meer nog, van het pad afwijken is quasi onmogelijk, zo dicht is de bodembegroeiing. Het loopt grotendeels parallel met de rivier – of wat daar van rest. Want naarmate het droge seizoen vordert, stroomt er steeds minder water in de bedding. Welgeteld vier uur vergt het ons om terug de plek te bereiken waar Miles ons vanmorgen met de taipan confronteerde.

 

* * * * *

 

Het zit ons mee. Al enkele malen hebben we vergeefs van op de stenen brug in het kalme water van Broken River staan turen, op zoek naar de paradepaardjes van dit natuurpark. Nu blijkt onze volharding dan toch te lonen. Luchtbelletjes borrelen heel af en toe op, concentrische ringen vormen zich op het wateroppervlak. Dan verschijnt heel even een kopje met een eendenbek boven water. Een vogelbekdier is dit, het kneusje van de schepping, maar in Eungella voelt het zich perfect thuis.

Toen Australiërs op het einde van de 18e eeuw een geprepareerd exemplaar van een vogelbekdier voor wetenschappelijk onderzoek naar Engeland stuurden, dachten ze in Londen dat die dekselse aussies hen een poets wilden bakken. Dat ze gewoon wat lichaamsdelen van verschillende dieren aan elkaar genaaid hadden, om de Engelse wetenschappers eens goed voor paal te zetten.

Het kneusje van de schepping is dit, maar in Eungella voelt het zich perfect thuis

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0531y.jpg

Vogelbekdier

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0534y.jpg

Want het diertje is bijna niet te determineren. Zoals zoogdieren heeft het een pels en zoogt het zijn jongen, maar levend baren doet het niet, en tanden of tepels heeft het niet. Zoals vogels legt het eieren, en zijn bek lijkt helemaal op die van een eend, maar veren heeft het niet en vliegen kan het niet. Zoals reptielen legt het zijn eieren in een hol onder de grond en moet het boven water komen om lucht te happen, maar schubben heeft het niet. Het vogelbekdier behoort tot de orde der cloacadieren of monotremenéén gat betekent dat letterlijk. Inderdaad, paren en eieren leggen, plassen en zich ontlasten, het gebeurt allemaal via dezelfde opening.

Bijna drie kwartier hangen we gefascineerd over de rand van de brug naar de dartele duikers te turen. Tegen de rivierwand kunnen we enkele gaten ontwaren. Dat zijn de holen waarin de vogelbekdieren hun nesten bouwen. Soms reiken die gangen dertig meter ver. Een twintigtal dagen na de paring legt het wijfje twee tot drie eieren. Na tien dagen incubatie tegen moeders maag komen de jongen uit de eieren te voorschijn. Vervolgens worden ze ongeveer drie maand en een half gezoogd – de melk vloeit uit talgklieren over de haren van de moeder. Daarna moet het jong het zelf maar uitzoeken. Als alles goed gaat, kan het tot twaalf jaar oud worden.

Paren en eieren leggen, plassen en zich ontlasten, bij monotremen gebeurt het allemaal via dezelfde opening

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0533y.jpg

Vogelbekdier

Insecten, garnalen en wormen zijn het favoriete kostje van het vogelbekdier. De elektrische signalen die deze prooien door hun bewegingen genereren, detecteert het vogelbekdier… met zijn bek. Op zijn achterpoten heeft het mannetje gif. Eventjes aanraken is dus geen goed idee, mocht het überhaupt mogelijk zijn deze kwieke wezentjes te pakken te krijgen.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0511y.jpg

Kaketoes

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0515y.jpg

Blauwwanghoningeter

Een indrukwekkende Melkweg trekt ’s avonds zijn breed lint over de diepdonkere sterrenhemel, met het Zuiderkruis als meest prominente verschijning. Met de nachtelijke vrieskou voor de boeg, zijn de open haarden in de lodges geen overbodige luxe.

Vers fruit, daar kan een beetje buidelrat onmogelijk aan weerstaan

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0516y.jpg

Kookaburra

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\18 Eungella\Best Of\Aust0535y.jpg

Buidelrat

In de Platypus Lodge schotelen ze ons een voortreffelijke Australische keuken voor. Buiten op een tafeltje hebben ze vers fruit gelegd. Daar kan een beetje buidelrat onmogelijk aan weerstaan. Vrij spoedig dagen er twee vanuit het duister op. Die met de bruine vacht is de dapperste. Zijn moeder, met grijze vacht, kijkt nog even de kat uit de boom. In haar buidel koestert ze alweer een nieuw kleintje. Uiteindelijk zitten ze dan toch allebei gretig te schransen, af en toe schichtig opkijkend naar al die drukte in het restaurant.

 

* * * * *

 

De MS Spirit of Hervey Bay is speciaal voor walvisvaarten gebouwd, legt Sena uit. De rompen zijn van grote glasramen voorzien, zodat we ook onder water gemakkelijk kunnen observeren. Onderwatermicrofoons maken zelfs de kreten van de walvissen hoorbaar. En het okergeel waarin de catamaran geschilderd is, is hun lievelingskleur, voegt ze er schalks aan toe. Met haar peptalk kan Sena ons maar ten dele overtuigen. Walvissen spotten, het blijft een kwestie van geluk. Maar we zitten ondertussen in Hervey Bay, zo’n achthonderd kilometer bezuiden Eungella, één van de meest geschikte plaatsen om een poging te wagen.

Langs de westkust van het zonovergoten Fraser Island varen we de Stille Oceaan tegemoet. Het grootste zandeiland ter wereld is dat. Een gigantische zandbank in feite, die tot 240 meter boven het zeeoppervlak rijst. Honderdtwintig kilometer lang, gemiddeld vijftien kilometer breed – dat maakt de zandbank bijna zo groot als de provincie Vlaams-Brabant.

Walvissen spotten, het blijft een kwestie van geluk

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\20 Fraser Island\Best Of\Aust0556y.jpg

Fraser Island

Maar het zit ons niet mee. Meer dan een handvol dolfijnen krijgen we het eerste uur niet te zien. Dan worden in Platypus Bay twee bultruggen gesignaleerd. De catamaran wordt die richting uitgestuurd en vervolgens stilgelegd. Walvissen achterna zitten of hun doorgang belemmeren is immers strafbaar. De uitbaters riskeren er hun licentie mee te verliezen. Aan weerszijden van de zwemrichting horen ze een vrije zone van 30° te respecteren, zowel voor als achter de walvis.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0548y.jpg

Plots komen de bultruggen net voor de voorplecht met veel gedruis boven water

Nu is het afwachten. Niemand weet of, en waar, de reuzen zullen opduiken, aldus Sena. Maar wat volgt, is spectaculair. Plots komen de bultruggen net voor de voorplecht met veel gedruis boven water. Speelse dieren van 15 tot 20 jaar zijn het, ongeveer 15 m lang, zo’n 25 ton zwaar, schat Sena. In de zomer houden ze zich in het zuiden op, in de koude, voedselrijke wateren van Antarctica. Vooral krill, maar ook kleine vissen zoals haring, zalm en zandspiering staan dan op de spijskaart. In de winter zoeken ze deze warmere, voedselarme wateren op. Ze teren dan vooral op de gigantische vetreserves die ze in hun blubber gestockeerd hebben. Hier paren en baren ze, hier winnen de kalveren aan kracht vooraleer ze volgende zomer samen met hun moeder de tocht naar het zuiden zullen aanvatten.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0550y.jpg

Bultrug – Tuberkels

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0552y.jpg

Bultrug – Tuberkels en zeepokken

Bijna vijf kwartier lang voert het duo onafgebroken zijn show op. Naast, rond en onder de boot zwemmen ze, in slagorde naast elkaar of gewoon onafhankelijk van elkaar. In het kristalheldere water kunnen we elk detail van hun kolossaal lijf moeiteloos onderscheiden – de piepkleine ogen, de tientallen tuberkels op hun snuit waarmee ze bewegingen in het water lokaliseren, het spuitgat, de meterslange borstvinnen, de kleine rugvin op de vlezige uitstulping waaraan ze hun naam danken.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0555y.jpg

Het lijkt wel of ze er een spelletje van maken om ons te verrassen

Onvermoeibaar blijven ze hun rondjes draaien. Zwemmen ze aan de westkant van de boot, dan creëert de lage zon fraaie regenbogen in hun spuitfonteintjes. Duiken ze, dan glijdt hun reusachtige staartvin met de gratie van een balletdanser in het water. De zwarte tekening op de witte onderkant van die staartvin maakt het in principe mogelijk de individuen van elkaar te onderscheiden.

Soms blijven ze minutenlang onzichtbaar, om dan plots met veel gedruis op een onvoorspelbare plek op te duiken. Het lijkt wel of ze er een spelletje van maken om ons te verrassen. De stabiliteit van de catamaran wordt alleszins duchtig op de proef gesteld, want telkens rent een honderdtal passagiers joelend van de ene zijde van de boot naar de andere.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0543y.jpg

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0545y.jpg

 

Soms zwemmen ze liggend op hun zij naast de boot, en slaan dan met hun lange borstvin op het wateroppervlak. Een pec slap heet dat in het jargon. Soms lijken ze met die lange, witte vin zelfs naar de boot te wuiven. Ze schijnen er niet genoeg van te krijgen. Even enthousiast over onze aanwezigheid zijn ze, als wij over de hunne. Sena doet er nog een schepje bovenop – de dieren voelen zich écht aangetrokken tot de boot, ze zijn nieuwsgierig naar wat er zich daar afspeelt, de gele kleur fascineert hen, zo luidt het.

Zelfs enkele spy hops gunnen ze ons. Secondenlang rijst hun immense lijf dan metershoog boven het water uit, het lijkt alsof ze recht staan in het water. De wetenschap is er niet helemaal uit waarom ze dit doen. Is het om de omgeving te verkennen? Is het baltsgedrag? Ons maakt dat alleszins niet uit, we vergapen ons aan de kolossale witte onderbuik die we tot diep in het glasheldere water kunnen waarnemen. Wellicht duizenden zeepokken klitten zich daar voor een gratis lift aan hun buitenmaatse gastheer vast, terwijl ze zich aan micro-organismen in het zeewater tegoed doen. Enkele honderden kilo’s aan blinde passagiers torsen, het lijkt de grote loebassen niet te deren.

Zelfs enkele spy hops gunnen ze ons. Secondenlang rijst hun immense lijf dan metershoog boven het water uit

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0547y.jpg

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2004-07-14 Australie\19 Hervey Bay\Best Of\Aust0554y.jpg

Spy-hop

En dan, even plots als ze verschenen zijn, houdt het olijke duo het voor bekeken – figuurlijk en letterlijk.

Top

Jaak Palmans

© 2012, 2018 | Versie 2021-10-25 22:06