Zwaartekracht lijkt van geen tel
Jemen | Anno 2006

Middernacht. Over een half uurtje landen we in Sana’a, de hoofdstad van Jemen. Enkele vrouwen aan boord bereiden zich daar alvast op voor. Over hun westerse kleren trekken ze hun sharshaf aan, het alles verhullende zwarte gewaad dat het vrouwenlichaam tot een amorfe massa reduceert. Enkel hun ogen zijn nu nog via een smalle spleet zichtbaar. Want alleen in die outfit wordt hun aanwezigheid in de oerconservatieve Jemenitische maatschappij getolereerd. Toch stralen die ogen van achter dat minuscule venstertje nog steeds nieuwsgierigheid uit, optimisme, levensvreugde, een blijk van welkom zelfs. Vooral bij de jonge generatie. Dat zullen de komende dagen ons leren.
Toch stralen die ogen van achter dat minuscule venstertje nog steeds nieuwsgierigheid uit, optimisme, levensvreugde, een blijk van welkom zelfs
|
|
|
Met zijn 527 970 km² is Jemen iets groter dan Spanje, maar slechts een derde van dit enorme land is bewoond. Wil je de bevolking tellen, dan moet je rap zijn, want elk jaar neemt het aantal inwoners met 3,4 % toe. Momenteel (2006) staat de teller op ongeveer 20,7 miljoen. De helft daarvan is jonger dan 15 jaar. De vooruitgang van de medische voorzieningen is daar niet vreemd aan. Want de gemiddelde levensverwachting is naar 61,7 jaar gestegen – in de jaren tachtig was dat nog maar 45 jaar. Daartegenover staat dat nog steeds meer dan de helft van de Jemenieten analfabeet is.

Sana’a – Bab al-Yaman
Salem is de man die ons met dit fascinerende land zal laten kennismaken. Het beroep van reisgids heeft hij zichzelf moeten aanleren. Dat hij de logistieke en organisatorische aspecten van dat vak uitstekend beheerst, zullen we leren appreciëren. Dat hij met zijn uitleg het mysterie van Jemen vaak alleen maar groter maakt, draagt bij tot de charme.
* * * * *
Geen betere plek om ons in de heksenketel van Sana’a onder te dompelen dan het plein voor Bab al-Yaman, moet Salem gedacht hebben. De belangrijkste poort van de stadswal is dit, deze Poort van Jemen siert de bankbiljetten van 1 000 riyal. Toeterende auto’s, brullende bromfietsen, geagiteerde verkopers en joelende kinderen bombarderen onze trommelvliezen onophoudelijk met een kakofonie van geluiden. Kleurrijke grijsaards, bedeesde vrouwen in zwarte sharshaf, mannen met een dolk achter de buikriem en een bal qat achter de wang zoeken zich onverstoorbaar een weg door de drukte. En dan is het op deze zondagochtend nog vrij rustig, weet Salem de bedrijvigheid te relativeren, want de zon staat nog hoog aan de hemel. Straks, tegen de vooravond, zal de drukte pas echt op gang komen.
|
|
|
En dan is het op deze zondagochtend nog vrij rustig, weet Salem de bedrijvigheid te relativeren
|
|
|
Her en der prijzen ambulante verkopers hun waren aan. Voorlopig gaat onze aandacht vooral naar het meer exotische aspect van hun aanbod: het groene hennapoeder bijvoorbeeld, of de glazige gele blokjes mirre. Eindelijk krijgen we de kans dat mysterieuze product te betasten dat door de evangelist Matteüs samen met wierook even kostbaar genoemd werd als goud. Wierook en mirre waren dan ook lange tijd de topproducten van de positieve handelsbalans van deze regio.
|
|
Bab al-Yaman |
De verbluffende okerkleurige gevels van de burgerwoningen, rijk versierd en maar liefst vijf tot acht verdiepingen hoog, hebben ons meteen in de ban

Sana’a
Maar zodra we via Bab al-Yaman de binnenstad betreden, maakt onze belangstelling voor kostbare geurstoffen plaats voor een fascinatie die ons de komende veertien dagen niet meer zal loslaten. De verbluffende okerkleurige gevels van de burgerwoningen, rijk versierd en maar liefst vijf tot acht verdiepingen hoog, hebben ons meteen in de ban.

Sana’a
Eertijds lag de al-Mahdi-moskee aan de oever van Wadi as-Sa’ila, een rivier die van noord naar zuid dwars door Sana’a stroomt, maar die zoals vrijwel alle wadi’s in Jemen het merendeel van het jaar droog staat. Nu ja, een echte rivier was het niet, eerder een open riool waar al het vuilnis van de stad zich leek op te hopen tot de regens er grote kuis hielden. In maart en april zijn dat de zogenaamde kleine regens, van juli tot september de grote regens.

Sana’a
Een knap staaltje urbanisatie heeft hier echter vruchten afgeworpen. Van de wadi hebben ze een fraaie verharde straat gemaakt, de oevers hebben ze opgehoogd en verhard. Op de trottoirs flaneren nu wandelaars, terwijl beneden de auto’s als door een open tunnel door de wadi stuiven. Weliswaar staat het water er tijdens de regenseizoenen twee meter hoog, maar dat ongemak is van tijdelijke aard.
Het statige decor moet amper onderdoen voor meer beroemde stadskanalen zoals die van Brugge, Amsterdam of Venetië

Sana’a – Wadi Sa’ila
Aan weerszijden wordt deze Wadi Sa’ila door hoge gevels van klassieke woonhuizen gedomineerd. Het statige decor moet amper onderdoen voor meer beroemde stadskanalen zoals die van Brugge, Amsterdam of Venetië. Eén van die gevels draagt de afbeelding van een paard met een vrouwenhoofd. Al is dat een scène uit een droom van Mohammed, toch zullen enkel zaidieten, een gematigde sjiitische stroming die tegen de soennieten aanleunt, het wagen een mens af te beelden.
Sana’a |
|
|
Eens we de Wadi as-Sa’ila oversteken, betreden we vol verbazing het hart van de oude stad. Voor ons ontvouwt zich een uniek homogeen geheel, waar je op een oppervlakte van bijna een vierkante kilometer letterlijk geen enkel huis van moderne signatuur aantreft.
Al sinds 1986 staat dit stadsdeel op de lijst van het werelderfgoed van Unesco. Met die erkenning ging een flinke financiële input gepaard, wat meteen de uitstekende staat verklaart waarin dit erfgoed blijkt te verkeren. Het verklaart ook waarom de oude stad intussen op de bankbiljetten van 100 riyal prijkt.
Helemaal bovenaan tref je de mafraj aan, de mooiste kamer van het huis, speciaal ingericht om gasten te ontvangen
In principe is een Jemenitisch huis de stek van een uitgebreide familie. De familievader woont er, zijn vrouw, zijn ongehuwde dochters, en zijn zonen met hun vrouwen en kinderen. Om al dat volk te huisvesten heb je veel ruimte nodig. Meestal zijn ze dan ook minstens vijf verdiepingen hoog, deze woontorens. Beneden tref je opslagplaatsen aan, en stallen voor het vee en de huisdieren. Die fungeren als een soort bufferzone tussen de openbare straat en de privévertrekken van de familie hogerop. Helemaal bovenaan tref je de mafraj aan – spreek uit mafradzj – de mooiste kamer van het huis, speciaal ingericht om gasten te ontvangen.
De basis van het gebouw is meestal uit natuursteen opgetrokken, terwijl hogerop bakstenen gebruikt worden. Dergelijke luxe tref je enkel in het centrale hoogland aan, want elders in Jemen moet men het vaak met adobestenen stellen – eenvoudige leemstenen van modder en stro die gekneed worden of in een mal geperst, en vervolgens gedroogd worden in de zon. Tegen overvloedige regens hebben dergelijke leemstenen natuurlijk weinig verweer. Daarom worden de gevels vaak met een laag modder bestreken, die op haar beurt goed onderhouden moet worden.
Sana’a |
|
|
Stuk voor stuk zijn ze rijk gedecoreerd, die okerkleurige gevels. Boven de ramen bevindt zich vaak filigraanwerk in wit plaaster, met gekleurd glas daartussen. Vroeger kwam daar enkel albast voor in aanmerking, maar dat materiaal is niet meer beschikbaar in Jemen, en de vaardigheid om het te bewerken is eveneens verdwenen. Want dat ambacht was in de handen van joden en die zijn er bijna niet meer – hooguit enkele honderden nog. Ooit was dat anders en leefden hier vele tienduizenden joden. Tot in de jaren 1948-1950 Israël in samenwerking met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn Magic Carpet uitrolde. Een gigantische luchtbrug was dat, waarbij meer dan 50 000 joden naar Israël overgevlogen werden.
Via erkertjes met een open vloer in de voorgevel kunnen de bewoners zien wie zich beneden aanmeldt

Sana’a
Sommige voordeuren van deze woningen zijn van twee klepels voorzien. Met de grote klepel kondigen buitenstaanders hun bezoek aan, de kleine klepel is voor familiaal gebruik. Zich helemaal naar beneden begeven om de voordeur te openen telkens een bezoeker zich aanmeldt, daar heeft men hier geen zin in. Via erkertjes met een open vloer in de voorgevel kunnen de bewoners zien wie zich beneden aanmeldt. Vervolgens ontgrendelen ze via een vernuftig systeem met touwen het slot van de deur. Zo kan de bezoeker de woning betreden en zelf zijn weg naar boven zoeken.
In een land waar de helft van de bevolking analfabeet is, is democratie geen evidentie
Sana’a |
|
|
Affiches van de recente verkiezingen herinneren ons eraan dat Jemen in principe één van de weinige Arabische landen is die prat mogen gaan op een democratisch meerpartijensysteem. In een land waar de helft van de bevolking analfabeet is, is dat geen evidentie – al kunnen daar heel wat vraagtekens bij geplaatst worden. Een steigerend paard staat symbool voor de conservatieve partij van de president, een stralende halve zon voor de nog conservatievere oppositie. President Ali Abdullah Saleh is herkozen voor een termijn van zes jaar. In 2017 zal hij door de Houthi-rebellen geëxecuteerd worden.
Amper was de profeet Mohammed in 632 overleden, of de bouw van de Grote Moskee van Sana’a werd aangevat
|
|
|
Toen de islam zich over de aardbol begon te verspreiden behoorden de inwoners van het huidige Jemen tot de allereersten om de nieuwe religie te omarmen. Amper was de profeet Mohammed in 632 overleden, of de bouw werd aangevat van wat we tegenwoordig de Grote Moskee van Sana’a noemen. Als bouwmateriaal werden stenen van een christelijke kathedraal gebruikt. In de vierde en de vijfde eeuw had het christendom hier immers vaste voet aan de grond gekregen. Maar de moslims waren wel zo kies om de moskee niet op de fundamenten van de kathedraal op te trekken. De wijk waar eertijds de kathedraal stond, heet nu nog steeds al-Kalish naar het Griekse woord ecclesia voor kerk.

Wie zich een man wil noemen, hoort permanent zulke dolk achter zijn buikriem te koesteren

Jambiya’s
Via de schrijnwerkerssoek dringen we geleidelijk in Suq al-Milh door, oorspronkelijk de zoutsoek, maar tegenwoordig de verzamelnaam voor de grote soek van Sana’a. Een labyrint van een veertigtal kleinere soeks is dat, elk gespecialiseerd in een bepaald domein – timmermannen, smeden, keukengerief, koperwerk, waterpijpen, zoetigheden, kleding, schoenen...
|
|
|
Vaak krijgen jongens hun eerste jambiya zodra ze veertien zijn
|
|
|
Razend populair zijn de jambiya’s. Wie zich in Jemen een man wil noemen, hoort immers permanent zulke dolk achter zijn buikriem te koesteren. Sommige dolken zijn van recente makelij en ogen voor ons eerder kitscherig, andere dragen authentieke versieringen, zijn zeer oud en vrij duur. Vaak krijgen jongens hun eerste jambiya zodra ze veertien zijn.
|
|
|
Intense exotische geuren benemen ons bijna letterlijk de adem. Dit is de kruidensoek, gevestigd in een voormalige karavanserai waar karavanen indertijd een veilige overnachtingsplaats vonden. Salem laat niet na onze aandacht op fenegriekzaad te vestigen, ook wel Grieks hooi genoemd. Hij weet immers dat dit kruid de komende dagen vaak op onze tafel zal verschijnen. Maar ook wierook, mirre, saffraan, sesamzaad en vele andere producten uit deze exotische wereld trekken onze aandacht.
|
|
|
Nog wat later verschijnen doradevissen op tafel, zwartgeblakerd in een tandoori
|
|
Dorade in tandoori |
Voor een kennismaking met de Jemenitische keuken kunnen we op restaurant al-Shaibani rekenen. De aanblik van de keuken, de kleding van het personeel en de manier van werken mogen dan wel op gespannen voet staan met onze hygiënische inzichten, we laten het niet aan ons hart komen. Fenegriek en pikante pasta met kaas staan bij aankomst klaar op tafel, samen met kommetjes schapensoep. Even later ploft versgebakken brood op tafel neer, in ronde plakken bijna zo groot als geitenvelletjes. Nog wat later verschijnen doradevissen op tafel, zwartgeblakerd in een tandoori en gepresenteerd zonder enig bijgerecht.
Tot onze niet geringe verbazing worden hier zelfs versgebakken frietjes op straat verkocht
|
|
Rozijnensoek |
Qatverkopers |
|
|
De Talhastraat brengt ons nu steeds dieper de binnenstad in, via het hart van de volkse Talhawijk, waar kinderen op de piepkleine pleintjes rond de Pauwenmoskee en de Talhamoskee stoeien en zwarte vrouwenschimmen zich door de straatjes spoeden. Tot onze niet geringe verbazing worden hier zelfs versgebakken frietjes op straat verkocht – leverbaar in gesloten plastic zakjes.
Bakkerij |
|
|
|
|
Kruidensoek |
Soms wordt zo’n traditionele woning tot een foendoek omgebouwd, de Jemenitische variant van een hotel. Dhar al-Dahab of het Gouden Huis is daar een sprekend voorbeeld van. We zijn er welkom, onze theetjes staan er op de hoogste verdieping op ons te wachten. De beklimming van de 93 treden hebben we er graag voor over om vandaar van het ongeëvenaarde uitzicht op de tweeduizend jaar oude binnenstad te genieten.
De Dawud-moskee herinnert ons eraan dat ook de Bijbelse David door de moslims als één van hun profeten erkend wordt
Kruidensoek |
|
|
Kledingpers |
|
Schrijnwerkerssoek |
Moskeeën zijn er te kust en te keur. De Dawud-moskee herinnert ons eraan dat ook de Bijbelse David door de moslims als één van hun profeten erkend wordt. In de Zoumahu-wijk wippen we even binnen in een oude karavanserai die aan de rozijnensoek onderdak blijkt te verschaffen. Dwars door de al-Keshr-soek bereiken we de vertrouwde Bab al-Yaman.
Sana’a |
|
Grote moskee in de achtergrond |
Dat de zon intussen bijna achter de westelijke horizon verdwenen is, is ons tijdens onze snuistergang ontgaan. De muezzin roept al op voor het avondgebed wanneer we naar het hotel terugkeren.

Sana’a bij valavond
Met hun frivole rokjes net boven de knie creëren Irina, Fatima, Anastasiya en de andere dienstmeisjes een waan van vrijheid in het restaurant van ons westers hotel. Maar ondertussen weten we beter. Deze vestimentaire vermetelheid eindigt abrupt aan de hoteldeur. Straks, vooraleer ze zich huiswaarts spoeden, zullen ze zich in hun sharshaf hullen, de zwarte kapmantel die niet meer dan hun ogen prijsgeeft aan de buitenwereld.

Sana’a bij valavond
Morgen wordt in de westerse wereld Kerstmis gevierd. Een verlichte kerstboom met kleurrijke pakjes probeert in de hotellobby een flard kerstsfeer op te roepen. Feliz Navidad doet daar nog een schepje bovenop. In een eindeloze lus weerklinkt het kerstlied door de luidsprekers van het restaurant, de hall, de gangen, de liften, de trappen, de wc’s – er is geen ontsnappen aan.
Aan de overkant van de Rode Zee is het Ethiopische leger Somalië binnengevallen om er een einde te maken aan het regime van de shariarechtbanken
Maar ook dit jaar zal vrede op aarde ver zoek zijn. Want aan de overkant van de Rode Zee is het Ethiopische leger met de steun van de Verenigde Staten Somalië binnengevallen om er een einde te maken aan het regime van de shariarechtbanken.
* * * * *
Zelfs van op deze afstand valt het niet te ontkennen. Het wereldberoemde gebouw dat we in de verte aanschouwen, een honderdtal meter lager in de vruchtbare Wadi Dhar, mag zonder overdrijven één van de belangrijkste iconen van Jemen genoemd worden. Zoals het daar op een hoge rotsformatie balanceert lijkt het de wet van de zwaartekracht aan zijn laars te lappen. Tegelijkertijd vormt het een perfect harmonisch geheel met de omliggende natuur, alsof het op organische wijze uit die rotsformatie gegroeid is.
Wie verslaafd is aan qat, durft zijn blaadjes weleens rechtstreeks van de boompjes te plukken zonder langs de kassa te passeren

Qatplantage met wachttorens
Hier, ongeveer vijftien kilometer ten noordwesten van Sana’a, was het dat imam Yahya Muhammad Hamid ed-Din zich omstreeks 1920 een zomerpaleis liet bouwen. In de hoofdstad Sana’a kan de temperatuur ‘s zomers immers nogal oplopen en dan is het leuk als je naar een koeler optrekje hoog op een rots kan uitwijken. Dit deel van Jemen was toen een imamaat, de imam oefende een gouverneursfunctie uit die geen geestelijk leiderschap impliceerde. Het paleis van zeven verdiepingen kreeg de naam Dhar al-Hadjar, het Rotspaleis.

Wadi Dhar – Dhar al-Hadjar
Imam Yahya werd in 1948 vermoord en enkele jaren later, in 1962, maakte de revolutie definitief korte metten met het imamaat. Dhar al-Hadjar werd aan zijn lot overgelaten. Het verval kreeg steeds meer greep op het architecturale kleinood. Pas in 1990 werd het terug opgevist als nationaal patrimonium. Tegenwoordig organiseert de overheid er weleens officiële ontvangsten.
Zoals Dhar al-Hadjar op de hoge rotsformatie balanceert lijkt het de wet van de zwaartekracht aan zijn laars te lappen

Dhar al-Hadjar
Dat in de vallei nogal wat qat geteeld wordt, ontgaat ons op deze hoogte allerminst. Veelal staan de groene boompjes in omheinde boomgaarden met een wachttoren in de buurt. Goedkoop is qat immers niet. Wie verslaafd is aan het spul, durft zijn blaadjes dan weleens rechtstreeks van de boompjes te plukken zonder langs de kassa te passeren.
Dhar al-Hadjar |
|
|
Eens we beneden in de vallei gearriveerd zijn, maakt de unieke locatie van Dhar al-Hadjar zo mogelijk nog meer indruk op ons. Op verbluffende wijze handhaaft het gebouw van vijf verdiepingen zich op de ruim twintig meter hoge rots – zoals een speldenknop op een speld. Bestaande grotten en waterputten werden in het gebouw geïntegreerd. Om de privévertrekken te beschermen tegen de rook werd de keuken ietwat buiten het hoofdgebouw gepositioneerd.
Dhar al-Hadjar – Mafraj |
|
|
De kers op de taart vormt de al bij al sobere mafraj, waar de ramen met plaasterwerk en gekleurd glas bekroond zijn
Dhar al-Hadjar – Mafraj |
|
Wadi Dhar |
Terwijl de muezzin uitnodigt tot het namiddaggebed vatten we de beklimming van de 129 treden naar het zomerpaleis aan. Vrij snel bereiken we de keuken, de aanpalende waterputten en enkele antieke grafkamers. Eén van deze waterputten zou zelfs uit de 7e eeuw v.Chr. dateren. Op het oostelijk terras werd regenwater in cisternen opgevangen en bogen vrouwen zich over hun wasgoed. Hogerop treffen we de voorraadkamers aan, de graankamer, de kamer voor de rituele wassing, de vrouwenkamer en de kamer van de imam zelf, met de aanpalende gebedsruimte. Het westelijke terras biedt een prachtig uitzicht op de omgeving. De kers op de taart vormt de al bij al sobere mafraj, waar de ramen met plaasterwerk en gekleurd glas bekroond zijn.
* * * * *
Vrij vlot zoeven onze drie Landcruisers over het comfortabele asfalt. Chauffeur Saleh, nooit om een kwinkslag verlegen, leidt de colonne en heeft reisgids Salem aan boord. Hamid, rusteloos als steeds, volgt in de pittige rijstijl die hem op het lijf geschreven is. De ietwat enigmatische Whaled laat de drukte aan zich voorbijgaan en sluit met zijn jeep het konvooitje stijlvol af.
Een tocht van zo’n honderd kilometer hebben we voor de boeg op weg naar enkele dorpen die hun authenticiteit hebben weten te behouden. Dat onderweg geregeld militaire controleposten langs ons traject zullen opduiken, moeten we erbij nemen. Nauwelijks twintig kilometer buiten de hoofdstad staat de eerste ons al op te wachten.
Zolang Hamids dagelijkse portie qat niet in het gedrang komt, is zijn goed humeur onverwoestbaar
Zo’n tocht, daar begin je natuurlijk niet onvoorbereid aan. Hamid heeft dan ook niet nagelaten ons voor het vertrek vanmorgen een korte opleiding te geven. Heeft hij ons geleerd hoe we op veilige wijze het hectische Jemenitische verkeer trotseren? Heeft hij ons op het hart gedrukt de veiligheidsgordels te gebruiken? Heeft hij gewezen op de noodzaak veel te drinken in dit kurkdroge klimaat? Welnee. Hamid heeft ons de etiquette van het instappen bijgebracht. Of, nauwkeuriger gezegd, de manier waarop we het portier horen dicht te klappen – een competentie die geenszins te onderschatten valt.

Warawan
Immers, slaan we de deur te hard dicht, dan worden Hamid en zijn jeep bruusk opgeschrikt. In het bijzonder in de namiddag, wanneer hij zijn dagelijkse portie qat achter de kiezen heeft en mentaal ergens op een verre wolk vertoeft, vindt hij dat hoogst onaangenaam. Een te zachte tik tegen het portier daarentegen zal ook niet tot het gewenste resultaat leiden. Want dan blijft de deur op een gevaarlijke wijze open. Gezien Hamids doortastende rijstijl zouden we dan weleens in het stof kunnen belanden. Hamid is niet te vermurwen – gedwee tonen we een voor een dat we weten hoe het moet.
Zolang Hamids dagelijkse portie qat niet in het gedrang komt, is zijn goed humeur overigens onverwoestbaar. Voorlopig hebben we dan ook geen onweer te duchten, want hier, in het hoogland, verloopt de bevoorrading feilloos. Qat groeit immers uitsluitend op een hoogte van meer dan tweeduizend meter boven zeeniveau.
Naarmate de voormiddag vordert en het moment nadert waarop de eerste blaadjes achter de wang verdwijnen, zal Hamids temperament evolueren van andante naar vivace. Doorgaans is dit ook de fase waarin hij ons zal proberen in te wijden in de geheimen van het standaard Arabisch. Zonder succes overigens. Vervolgens zal hij zich in de namiddag, bij het inbrengen van de qat, gaandeweg communicatief afsluiten – we krijgen dan beeld zonder klank.
Soms lijkt het alsof plasticzakken als veelkleurige vruchten aan de takken van de bomen groeien
Intussen hebben we Warawan bereikt, een archetypische strook lintbebouwing – heet, druk, stoffig – waar een militaire controlepost toezicht houdt. Overal slingeren plastic zakjes en petflessen rond, een vorm van vervuiling die in Jemen legendarische proporties aanneemt. Soms lijkt het alsof plasticzakken als veelkleurige vruchten aan de takken van de bomen groeien. Uitgerekend deze plek heeft Salem uitgekozen om snoepjes te foerageren. Straks, in de dorpjes, hoopt hij daarmee nogal wat kinderen blij te maken.
Gaandeweg evolueert de omgeving naar een vulkanisch landschap doorspekt met zwarte basaltblokken. De Harra van Arhab is dit, een actief vulkanisch veld met een oppervlakte van ongeveer 1 500 km² – de helft van de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Je kan er een paar kleine stratovulkanen aantreffen en enkele tientallen sintelkegels, wat in wezen kleine vulkaankegeltjes zijn. De laatste uitbarsting dateert hier van ongeveer 500 n.Chr. Toen vormde zich een lavastroom van negen kilometer lang.

Je ziet de woontorens van Bani Maïmoun nauwelijks, want ze hebben dezelfde zwarte kleur als de heuvel waartegen het dorpje aanschurkt

Bani Maïmoun
In Bani Maïmoun hebben ze die basaltstenen gebruikt om hun traditionele woontorens te bouwen. Je ziet ze nauwelijks, want ze hebben dezelfde zwarte kleur als de heuvel waartegen het dorpje aanschurkt. Alleen de lager gelegen, recentere huizen steken vaag af tegen de omgeving.
Dergelijke bani’s zijn schering en inslag in Jemen, aldus Salem. De letterlijke vertaling van Bani Maïmoun is familie van Maïmoun. Het dorpje is dus rond de plek ontstaan waar ooit ene Maïmoun zich met zijn familie vestigde. Tegenwoordig teert zowat de ganse omgeving op de genen van die verre voorzaat.
Dat basaltblokken als bouwstenen de voorkeur genieten, hoeft ons niet te verbazen, want alleen harde natuurstenen bieden voldoende weerstand tegen de meedogenloze regens. Enkel voor de hogere verdiepingen neemt een bouwheer zo nodig zijn toevlucht tot leemstenen.
Ruimte is er hier in overvloed, toch rijzen de huizen drie tot vier verdiepingen boven de omgeving uit. Elk huis vormt dus eigenlijk een kleine burcht op zich – veiligheid is in deze woelige streken immers steeds een fel gekoesterd goed geweest.
Jemen past nog steeds onverbiddelijk de doodstraf toe. Publieke terechtstelling is de gruwelijke regel
In de verte ontwaren we nog net de wachttorens van de gevangenis van Amran. Overigens past Jemen nog steeds onverbiddelijk de doodstraf toe. Publieke terechtstelling is de gruwelijke regel. Volgens het Jemenitische gewoonterecht kan alleen de familie van de veroordeelde hem gratie verlenen, maar als dat gebeurt, zal ze hem voor eeuwig uit haar gemeenschap verbannen.
Ondertussen heeft Hamid zijn portie qat voor straks te pakken gekregen – 500 riyal of iets meer dan twee euro heeft hem dat gekost. Het plastic zakje met de kostbare inhoud bengelt aan het lichtpookje van zijn stuur. Begerig laat hij zijn vingertoppen nu en dan over het zakje glijden. Dat onrust in onze ogen te lezen staat, ontgaat hem niet. Gaat hij dat echt doen, qat gebruiken achter het stuur? Met gebarentaal probeert hij ons op ons gemak te stellen. We begrijpen er uit dat, hoe meer qat hij verbruikt, des te rustiger en veiliger hij rijdt. Alsof dat ons geruststelt.

Amran
Amper hebben we halt gehouden in de stoffige omgeving van de oostelijke stadspoort van Amran, of in sharshaf geklede bakvisjes uit de nabijgelegen meisjesschool omringen nieuwsgierig onze jeeps en proberen een gesprek aan te knopen – uiteraard uitsluitend met de vrouwelijke medereizigers. Zoals overal in Jemen dragen meisjes hier tot aan hun puberteit leuke kleedjes, maar horen ze, zodra ze geslachtsrijp zijn, de zwarte doeken boven te halen. De allerjongsten dragen al eens een gargoesh, een mooi versierde traditionele kap.
Stevige natuurstenen schragen de eeuwenoude oostelijke stadspoort, maar de bovenste lagen zijn uit leemstenen opgetrokken
Amran |
|
|
Eertijds was Amran een belangrijke doorgangsstad voor de bedevaarders naar Mekka. Het oude stadsdeel, de stadsmuur en de stadspoorten zijn nog vrij intact. Toch kreeg één van de stadswijken het zwaar te verduren tijdens de bombardementen in de burgeroorlog van 1994. Stevige natuurstenen schragen de eeuwenoude oostelijke stadspoort, maar de bovenste lagen zijn uit leemstenen opgetrokken. Over de leemstenen is modder vermengd met stro aangebracht om ze tegen de regens te beschermen.
De allerjongsten dragen al eens een gargoesh, een mooi versierde traditionele kap
Meisje met gargoesh |
|
|
Overal loeren nieuwsgierige kindergezichtjes voorzichtig uit de open ramen hoog in de gevels
|
|
|
Geplaveide straten leiden ons naar het marktplein. Overal loeren nieuwsgierige kindergezichtjes voorzichtig uit de open ramen hoog in de gevels, en trekken zich schichtig terug zodra ze onze aandacht vatten. Pre-islamitische inscripties op de gevels van sommige woningen zetten ons weleens op het verkeerde been – het gaat enkel om antieke stenen die bij de constructie van de huizen opnieuw gebruikt zijn, legt Salem uit. Stallingen voor het vee en de huisdieren tref je zoals elders op de benedenverdiepingen aan, de voorraadkamers daarboven en de woonvertrekken nog hogerop. Doorgaans zijn de woningen beneden ook van een watercisterne voorzien die met regenwater gevuld wordt. Met een manueel pompsysteem wordt het kostbare vocht op de hogere verdiepingen aangevoerd. Meer en meer huizen worden echter op de waterleiding aangesloten.
|
|
|
In een ver verleden waren zwarte slaafgemaakten gegeerde knechten in de Jemenitische samenleving. Ook nu nog heeft Amran afstammelingen van die slavengemeenschappen in zijn rangen. Wettelijk mogen het dan wel vrije lieden zijn, toch leven ze in de praktijk gescheiden van de rest van de bevolking en nemen ze de jobs op zich waarvoor de anderen de neus ophalen.

De westelijke stadspoort vormt tevens de thuisbasis van de plaatselijke politie die er één gevangeniscel uitbaat, rechtstreeks toegankelijk vanop straat. Achter de tralies zitten enkele sloebers gegeneerd de baarlijke onschuld uit te hangen. Wat verder woont de plaatselijke sjeik, niet alleen Amrans burgemeester, maar ook parlementslid.
Beneden in de dorre vallei volgt de ene aanplanting van qat de andere op. Telkens creëert een obligate wachttoren de illusie van toezicht

Qatplantages met wachttorens
Steeds hoger klimmen we nu het gebergte in, steeds meer wolken belemmeren het zicht. Beneden in de dorre vallei volgt de ene aanplanting van qat de andere op. Telkens creëert een obligate wachttoren de illusie van toezicht. Halmham, het mistige hoogtepunt van de pas, 2 800 m boven de zeespiegel, kruisen we even na twaalven. Fossielen uit een lang verleden zouden hier welig moeten tieren, maar we slagen er amper in om iets relevants te vinden. Van op een veilige afstand observeert een jonge arend het tafereel en denkt er het zijne van. We zetten onze weg verder en duiken de volgende zwaarbewolkte vallei in.
Steeds hoger klimmen we nu het gebergte in, steeds meer wolken belemmeren het zicht

Even voor één bereiken we het spectaculaire uitzichtpunt van het bergdorp Kuhlan. Onder onze voeten slingert een weg vol haarspeldbochten tussen duizelingwekkende terrassen door, rechts voor ons ligt de burcht van Kuhlan hoog op een heuvel, links voor ons strekt het gebergte zich uit. Dat is althans hoe Salem het panorama beschrijft, want zelf zien we er door de mist helemaal niets van.
Een kalasjnikov losjes over de schouder en een kleine voorraad kogels in de buikriem, dat lijkt de standaarduitrusting te zijn van de restaurantbezoekers
|
|
Lunch |
Een kalasjnikov losjes over de schouder en een kleine voorraad kogels in de buikriem, dat lijkt de standaarduitrusting te zijn van het luidruchtige, uitsluitend mannelijke cliënteel dat het volkse restaurant van Kuhlan frequenteert. Helemaal gerust zijn we er niet in wanneer we er aan enkele tafeltjes plaatsnemen en ons stilletjes over onze borden met saffraanrijst, aardappelen, rundvlees en spiegelei buigen.

Tientallen meters onder ons kleven huizen als arendsnesten tegen de rotswand – het terras van het ene huis is het dak van het andere

Kuhlan met burcht
Af en toe lijkt de zon door de wolken te willen breken, maar zonder veel overtuiging. Een wandeling voert ons langs de flank van de berg naar de paleisburcht van Kuhlan, helemaal op het uiteinde van de richel. Tientallen meters onder ons kleven huizen als arendsnesten tegen de rotswand – het terras van het ene huis is het dak van het andere.

Kuhlan

Van op de toren van het paleis – meteen ook het hoogste punt van de omgeving – turen we de omgeving af. Het is opletten geblazen, want niet elke vloer en elk plafond van het paleis oogt voldoende stevig, maar uiteindelijk geraken we toch met z’n allen veilig binnen en buiten. Een dicht wolkendek schuift laag over de bergen, maar geeft nu en dan voldoende flarden van het fabelachtige landschap bloot aan de zonnestralen, zodat we er ruimschoots van kunnen genieten. Terwijl de muezzin zijn namiddaggebed inzet, vatten wij de terugtocht aan.
Kuhlan |
|
Kuhlan – Burcht |
Poortwachter van de burcht |
|
|
Een half uurtje later dalen we aan boord van de jeeps dieper de vallei in. De vele haarspeldbochten ten spijt zakt Hamid achter zijn stuur met een bol qat achter de wang steeds verder weg in zijn apathische visioenen. Intussen komen wij steeds meer in de ban van de diepe valleien en de duizelingwekkende toppen met de pittoreske bergdorpjes. Veiligheidsoverwegingen dreven deze mensen kennelijk naar de meest extreme plekken waar geen vijand hen kon belagen.
Achter zijn stuur zakt Hamid met een bol qat achter de wang steeds verder weg in zijn apathische visioenen
Even na vieren bereiken we de militaire controlepost bij de wadi en vatten de zestien kilometer lange klim naar Hadjah aan. Alleen een kudde tamme kamelen kan ons nog even ophouden. Een uurtje later bereiken we hotel Ghamdan. Van op een heuvel te midden van de stad domineert het de omgeving – 360° rondom ons ontplooien zich fotogenieke gezichten op het stadje.

Diepgaand mag je onze kennis van de leefwereld van de modale Jemeniet voorlopig nog niet noemen, maar Salem werkt er hard aan. Telkens er ‘s avonds wat tijd rest doet hij enkele aspecten van het hedendaagse leven uit de doeken. Daar lusten we wel pap van.
Dat Salem de chauffeurs de ruimte geeft om zich te bevoorraden en achter het stuur te trippen, heeft een eenvoudige verklaring
Neem nu bijvoorbeeld qat, een onderwerp dat ons mateloos blijft intrigeren. Al zijn het uitsluitend mannen die eraan verslaafd zijn, het goedje is in alle lagen van de bevolking gemeenplaats geworden. Daarom ook is het zo moeilijk er paal en perk aan te stellen. Zuid-Jemen heeft op een blauwe maandag weleens geprobeerd het gebruik enkel op donderdag en vrijdag toe te laten – wat overeenkomt met de westerse zaterdag en zondag – maar dat is faliekant mislukt. Zelfs de fatwa van een overijverige islamitische rechtsgeleerde heeft niets uitgehaald. Daarentegen lijken de Arabische golfstaten er wel degelijk de hand aan te kunnen houden – overtreders staan effectieve gevangenisstraffen van zes maanden te wachten.
|
|
|
Dat Salem de chauffeurs de ruimte geeft om zich te bevoorraden en achter het stuur te trippen, heeft een eenvoudige verklaring – anders is er met hen geen land te bezeilen. Qat mag dan al een lichte drug zijn, de plant creëert wel degelijk een fysieke afhankelijkheid. Stop je er een dag mee, dan zijn hoofdpijn, klamme handen en nervositeit je deel.
Qat moet dagvers zijn. Bewaren of stockeren is niet mogelijk, de blaadjes moeten op de bomen blijven hangen en moeten dus tegen armlastige consumenten beschermd worden – vandaar de wachttorentjes. Na het trekken van de blaadjes duurt het ongeveer zes tot acht weken vooraleer nieuwe blaadjes verschijnen.
Qat kauwen doe je alleen in de namiddag, van net na het middageten tot zonsondergang

Qat kauwen doe je alleen in de namiddag, van net na het middageten tot zonsondergang. Het eerste uur wordt aan het inbrengen besteed. Eén voor één worden de blaadjes in de mond gestoken, met speeksel vermengd en tot een bol gekneed. Vervolgens worden ze urenlang in de holte van één van beide wangen gekoesterd.
Wat een trip met een mens doet hebben we reeds enkele keren bij Hamid kunnen observeren. De blik wordt glazig, het oogwit wordt groter en lichtjes bloeddoorlopen, de alertheid wordt gesmoord in beate gelatenheid – de automatische piloot neemt over. Omstreeks zonsondergang wordt de wang leeggehaald en worden de tanden uitgebreid gepoetst voor de buitenspiegel van de jeep. De extase is voorbij, er blijft enkel een lichte zeurderigheid over zoals bij alcoholici die een lichte kater hebben.
|
|
|
Van de slechtste kwaliteit qat heb je voor 200 à 300 riyal al een dagschotel. De modale kwaliteit waar bijvoorbeeld Hamid op teert, kost 500 tot 800 riyal. De begoede klasse daarentegen is pas tevreden met een kwaliteit die voor 1 200 tot 1 800 riyal in het zakje gaat. Wil je elke dag je portie qat bemachtigen, dan moet je dus behoorlijk in de slappe was zitten.
Benader je een ambtenaar of een politieagent met een portie qat, dan krijg je vast veel meer gedaan
Dat dit verwervingscriminaliteit zou uitlokken, spreekt Salem ten stelligste tegen – wat we op scepticisme onthalen, gezien de wachttorentjes rond de qatvelden. Dat qat een instrument voor corruptie is, geeft Salem wel grif toe – benader je een ambtenaar of een politieagent met een portie qat, dan krijg je vast veel meer gedaan.

De meerderheid van de Jemenieten is van mening dat qat geen nadelige invloed heeft op de gezondheid. Logisch, want het is diezelfde meerderheid die enthousiast qat kauwt. Wel remt het de honger af, in die mate dat een gebruiker zich onmiddellijk na het verwijderen van het goedje moet dwingen een hap te eten. Maar voor Salem blijft het een open vraag of Jemen beter of slechter af zou zijn zonder qat – jongeren zouden dan immers op zoek gaan naar ander spul, zoals alcohol of drugs.
Met een gerustgesteld gemoed kunnen we gaan slapen – naar verluidt is noch onze veiligheid, noch Hamids gezondheid in het gedrang.
* * * * *
Zachtjes kabbelt het ochtendlijke geroezemoes van het zonovergoten provinciestadje tegen ons heuveltje omhoog. Aangenaam verrast wrijven we de ogen uit en staren naar al die mensen in de straten op de heuvels die ons als een reusachtige donut omgeven. Hadjah is een stadje dat schreeuwt om een nadere kennismaking.
Hadjah is een stadje dat schreeuwt om een nadere kennismaking

Hadjah
Van ver reeds kondigt de markt zich aan met veel heisa, veel lawaai en de bijbehorende geuren. Een verloren koeienhoofd midden op straat doet vermoeden dat ergens op de vleesmarkt een beenhouwer zich suf piekert over zijn verlies. Hoog boven ons domineert de citadel de omgeving, wat lager rijst het statige huis van de imam op.

Hadjah
Een geit kopen zonder ze grondig geïnspecteerd te hebben, dat mag je van een Jemeniet niet verwachten. In de muil kijken, optillen, heen en weer drillen, … het hoort er allemaal bij. Waar wij een staart verwachten, torsen schapen hier een reusachtige kwab. Zoals een dromedaris een rijke voorraad vet in zijn bult opslaat, zo doen deze schapen dat met hun staart. De modale Jemeniet daarentegen ziet die staart vooral als de basis van een stevige soep.
Zoals een dromedaris een rijke voorraad vet in zijn bult opslaat, zo doen deze schapen dat met hun staart

Hadjah
Aan de kraampjes vindt een bord gebakken schapenlever als snack even vlot zijn weg naar de hongerige marktganger als bij ons pakweg een hotdog of een portie friet. Pellen van koffiebonen volstaan om een infusie van koffie te fabriceren – goedkoper dan echte koffie, maar toch pittig.

Hadjah – ‘Snackbar’
Salem leidt ons de vleessoek binnen. Links worden runderen verwerkt en verkocht, rechts schapen – uiteraard in de allerbeste hygiënische omstandigheden. Onze anatomische en gastro-intestinale kennis krijgt een flinke opfrisbeurt.

Hadjah – Vleessoek
En mocht de functie van een of andere vleesklomp ons niet meteen duidelijk zijn, geen nood, de beenhouwers zijn hier minzaam en didactisch onderlegd. Een vormloze witte vleesmassa die ons voor raadsels plaatst, wordt dan ook meteen ter hand genomen. Even stevig blazen in de zwarte stok die aan de vleesmassa hangt – aha, de luchtpijp – en ziedaar, de verse longen van een schaap krijgen hun natuurlijke vorm.
Hadjah – Vleessoek |
|
|
Om half tien zetten we de terugtocht richting Sana’a in. Doorheen een ongenaakbaar landschap met minuscule dorpjes die niet anders dan door reuzen tegen loodrechte rotswanden en op schier ontoegankelijke bergtoppen gekleefd kunnen zijn, dalen we in een half uurtje af naar de wadi. Aan de andere kant van de vallei klimmen we weer omhoog en krijgen we een goed beeld op Hadjah, onze pleisterplek van vannacht, hoog op een bergrug.
|
|
|
Van mist of wolken is er geen sprake meer, het nevelige Kuhlan van gisteren laat zich vandaag de stralen van een felle winterzon welgevallen. Terrassen en haarspeldbochten ontvouwen zich naar believen voor onze ogen. Bonen en linzen vormen in dit seizoen de belangrijkste teelten op de terrassen, na het regenseizoen zal dat gierst zijn.

Vulkanisch landschap
Amper zijn we de pas over, of we slaan rechts af, richting Thula – niet zonder enkele porties qat in te slaan. Het asfalt op deze recente doorsteek is kakelvers – kennelijk wil de overheid deze toeristische lus vanuit de hoofdstad Sana’a ten volle exploiteren. Het desolate, boomloze landschap, doorspekt met inktzwarte vulkanische basaltblokken, zet ons tot een korte wandeling aan en onze chauffeurs tot enkele danspasjes naast de jeeps – Hamid leidt de dans.
Een juweel van een versterkte stad is het, wonder boven wonder is ze erin geslaagd haar historische binnenstad quasi ongeschonden te bewaren

Thula
Even na het middaguur bereiken we Thula, 2 800 m hoog op het plateau. Een juweel van een versterkte stad is het, wonder boven wonder is ze erin geslaagd haar historische binnenstad quasi ongeschonden te bewaren. Amper hebben we voet aan de grond gezet, of de vijftienjarige Fatima staat in haar eentje paraat om ons welkom te heten in een taal naar keuze. Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Japans, noem maar op, Fatima kan er vlot mee overweg, want ze oefent quasi dagelijks. En Nederlands? Een beetje..., klinkt het aarzelend.
Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Japans, noem maar op, Fatima kan er vlot mee overweg, want ze oefent quasi dagelijks
Thula |
|
|
In de woelige tijden van de Turkse invallen in de 16e eeuw zag Muttahir Sharaf ad-Din, de plaatselijke imam, zich genoodzaakt zijn stad te versterken. Wachttorens op de hoge rots die achter het dorp oprijst, maakten het de vijand vrijwel onmogelijk ongemerkt de stad te benaderen. Hoog op die rots zou zich overigens nog een pre-islamitische tempel voor de maangod bevinden, maar die is achteraf tot citadel omgebouwd. Bij gevaar konden de inwoners er hun toevlucht nemen. Tegenwoordig delen militairen er de lakens uit en is de plek niet meer toegankelijk.
Thula |
|
|
Zeven poorten telde de stadsmuur oorspronkelijk, wij treden binnen via Bab al-Mayah, de noordelijke poort, en komen meteen onder de indruk van de gigantische cisterne. Eertijds was ze van vitaal belang voor de watervoorziening van de stad, maar tegenwoordig wordt ze enkel nog voor de dieren gebruikt. Vrij recent immers is waterleiding geïnstalleerd.
Met huizen die drie‑ tot vierhonderd jaar oud zijn heeft Thula een heel eigen architectuur

Thula
Met huizen die drie‑ tot vierhonderd jaar oud zijn heeft de stad een heel eigen architectuur – weliswaar deels gerestaureerd, maar toch ook deels authentiek. Vooral natuurstenen werden bij de bouw gebruikt, wat in het gebergte voor de hand ligt. Ook een moskee en een medresse, een Koranschool, liet de imam oprichten.

Thula – Bab al-Hadi
Met het hoofd in de nek – de mooiste versieringen bevinden zich op de hoogste verdiepingen – wandelen we via geplaveide straten door de oude stad en proberen enkele hardnekkige verkopers te negeren. Via Bab al-Hadi, de zuidelijke poort, verlaten we het stadje, niet zonder nog even van op de poort een blik te werpen op het unieke architectonische geheel aan de voet van de rots. Ook hier herinnert een gigantische cisterne ons aan de vitale rol die water in dit desolaat gebied speelt.
Boven op de rotswand waren twee reflecterende spiegels als lichtbakens voor naderende reizigers geïnstalleerd
Eertijds was Shibam een etappestad op de karavaanroute. Dat ze net zoals Thula aan de voet ligt van een kolossale rotswand die drie‑ tot vierhonderd meter hoog boven het plateau oprijst, was mooi meegenomen. Een gps hadden de karavanen immers niet echt nodig om de plek terug te vinden. Alsof dat niet volstond waren boven op de rotswand toch nog twee reflecterende spiegels als lichtbakens voor naderende reizigers geïnstalleerd. Het arendsnest dankt er zijn naam Kawkaban aan, wat letterlijk twee sterren betekent. Circa 2 950 m boven de zeespiegel gelegen vormde Kawkaban meteen ook een veilige stek voor de inwoners van Shibam wanneer ze een toevlucht zochten bij dreigend gevaar.
Thula (in de verte aan de voet van de rots) |
|
|
Niet zozeer Shibam, maar wel Kawkaban is het doel van ons bezoek. Vanuit Shibam kan je te voet naar de versterkte stad klimmen – een pad slingert steil omhoog tussen de kale rotsen. Eén blik op dat pad volstaat voor ons om zonder aarzelen te opteren voor onze jeeps die ons in een lange panoramische bocht van negen kilometer naar boven zullen voeren.
Maar eerst de inwendige mens versterken, want het is al na tweeën. Restaurant Hamedda is op onze komst voorbereid, maar lijkt vergeten te zijn tafels en stoelen klaar te zetten. Geen nood, zo gaat dat hier nu eenmaal. We vleien ons op de grond neer en doen ons best om met onze voeten uit de borden van onze disgenoten te blijven.
Kawkaban is enkel via een brug en een poort toegankelijk. Tot voor enkele jaren werd die poort zelfs elke avond gesloten
Tijdens de klim naar Kawkaban wijst Salem in de verte Jabal al-Nabi Shu’ayb aan, met zijn 3 660 m niet alleen de hoogste berg van Jemen, maar zelfs van het Arabische schiereiland. Echt indrukwekkend oogt de berg niet, per slot van rekening bevinden we ons zelf reeds op een hoogte van bijna drieduizend meter.

Kawkaban
Helemaal op het uiteinde van het rotsplateau ligt Kawkaban, enkel via een brug en een poort toegankelijk. Tot voor enkele jaren werd die poort zelfs elke avond gesloten. Even voor vieren kruisen we de poort en rijden de stad binnen. Stoffige onverharde straten voeren ons door de rommelige, vervallen en deels verlaten stad – Egyptische bombardementen hebben hier tijdens de burgeroorlog van de jaren 60 duchtig huis gehouden. Enkele amandelbomen staan nu net voor de jaarwisseling reeds in bloei – hoogst verwonderlijk, vindt Salem, want normaal moet je daar tot februari op wachten.
In de buurt van de reusachtige cisterne wippen we uit de jeeps en wandelen naar de afgrond. Het helikopterzicht op het Shibam onder onze voeten is verbluffend. Loodrecht daalt de rotswand naar beneden, driehonderdvijftig meter diep.
In de verte in het noorden rijst een lange rotsformatie boven het plateau uit. Aan de oostelijke voet daarvan herkennen we het silhouet van Thula, het stadje waar we vanmorgen afstapten. Beneden in de vlakte vertonen de velden de bruine tinten van droge aarde. Pas tijdens het regenseizoen zal een groene kleurenrijkdom verschijnen, wanneer de gewassen – onder meer luzerne – tot bloei zullen komen.
Klaarblijkelijk vinden de poortwachters het nodig om Hamid achter het stuur op wapens te fouilleren. Diens gelaatsuitdrukking spreekt boekdelen
Het is weer even wennen wanneer Sana’a ons in de vooravond op de geneugten van een grote stad vergast. Zoals vastrijden in de avondfile bijvoorbeeld. Hamid tilt er niet zwaar aan. Kennelijk is dat voor hem het uitgelezen moment om zijn mondhygiëne uitgebreid ter harte te nemen en zich van zijn bol qat te ontdoen. Stukje bij beetje spuwt hij het vieze goedje uit. Zeer tot afgrijzen van het gezin in het voertuig naast ons dat zich net in de vuurlinie bevindt.
Al hebben we reeds een paar nachten in het hotel verbleven, toch zijn de poortwachters er niet gerust in. Klaarblijkelijk vinden ze het nodig om Hamid achter het stuur op wapens te fouilleren. Diens gelaatsuitdrukking spreekt boekdelen.
* * * * *
Steeds hoger voeren de haarspeldbochten ons het gebergte in. Zoek je authenticiteit, dan moet je in het Harazgebergte ten zuidwesten van Sana’a zijn. Een barre omgeving is het, kale bergtoppen rijzen er twee‑ tot drieduizend meter hoog. Toch weten eeuwenoude bergdorpjes zich daar te handhaven. Traditionele woontorens balanceren er in precair evenwicht op de randen van de kliffen. Het leven gaat er stilletjes zijn gang zoals het dat al eeuwenlang doet.

Zonder ophouden, bocht na bocht, blijven fascinerende vergezichten zich aandienen. Ter hoogte van Daraga culmineert onze lange klim in een spectaculair panorama op vijf dorpjes, ongenaakbaar hoog op vijf verschillende bergruggen.

Al-Maghribah heet de plek waar we de hoofdweg verlaten. Zes kilometer lang slingert de weg zich nu over de flank van Jabal Hudhar te midden van een adembenemend decor. Zelfs op de steilste hellingen zijn er vaak nog terrassen aangelegd. Zo belanden we in Manakhah, een stadje op een hoogte van 2 200 m. Met zijn centrale ligging heeft het zich tot een ideale toegangspoort tot de omringende dorpjes weten te ontwikkelen.
Ter hoogte van Daraga culmineert onze lange klim in een spectaculair panorama op vijf dorpjes, ongenaakbaar hoog op vijf verschillende bergruggen

Een van die dorpjes is al-Hadjarah, beroemd om zijn fabelachtige ligging. Nu reeds kunnen we het aan de overkant van de vallei zien liggen, als een arendsnest op een hoge rotspunt enkele honderden meters boven ons. Een huiveringwekkend beeld is het, al die traditionele hoge huizen die daarboven op de uiterste rand van de rotswand staan. De zwaartekracht lijkt er van geen tel te zijn. Maar donkere wolken verontrusten ons. Ze naderen dreigend en lijken het bergjuweel geleidelijk aan ons zicht te onttrekken.

Toch verdient eerst de inwendige mens nog wat aandacht. Voor restaurant al-Hadjarah in Manakhah barst het van de jeeps. Kennelijk zitten we in het hart van het toeristisch circuit. We vleien er ons neer op het vloertapijt, rond schotels met diverse groenten, ei met tomaat, fenegriek, zoete risotto, rijst, brood, banaan en taart.
Maar het lokale intermezzo heeft meer in petto. Ook dansen staan op het menu, vanzelfsprekend met uitsluitend mannelijke vertolkers. Vervaarlijk met hun jambiya’s zwaaiend huppelen en springen enkele krijgshaftige kerels in het rond op de plek waar daarnet nog ons eten stond. Gratie en stijl zijn niet de primaire criteria waarop deze dansers gerekruteerd werden. De luidruchtige vertoning culmineert in een oorverdovend tromgeroffel.
De zwaartekracht lijkt er van geen tel te zijn

Al-Hadjarah
Een smalle weg voert ons omhoog naar al-Hadjarah. Wolken trekken zich intussen steeds meer rond het arendsnest samen. Beneden geniet de vallei nog steeds van de zon en op de rotsen pronkt Manakhah als een parel, maar hogerop wordt ons het gezicht ontnomen door de mist. Het ziet er naar uit dat onze ontmoeting met het bergjuweel op 2 600 m hoogte op een ontgoocheling zal uitdraaien.
Bergtop en stadje vormen één organisch geheel, de gevels van de buitenste huizen lijken simpelweg een verlengstuk te zijn van de rotswand

Al-Hadjarah
Nevels omgorden inderdaad het stadje bij onze aankomst. Af en toe geven ze het stadje gedeeltelijk aan het zonlicht prijs. Maar een perspectief op de unieke locatie van al-Hadjarah zit er vandaag niet meer in.
Toch kan dat de pret niet bederven. Want we kunnen onze verbazing voor het verbluffende uitzicht niet onderdrukken. Bergtop en stadje vormen één organisch geheel, de gevels van de buitenste huizen lijken simpelweg een verlengstuk te zijn van de rotswand. Het stadje is volledig ommuurd, sommige huizen maken zelfs deel uit van de stadsmuur.
Vrachten worden hier uitsluitend aan ezels toevertrouwd – geen enkele andere vorm van vrachtvervoer komt in aanmerking
Al-Hadjarah – Ezels bij de toegangspoort |
|
|
Een lange, steile trap leidt naar de enige stadspoort. Die is zo smal dat zelfs een beladen ezel er niet zonder moeite door kan. Ongeveer 600 inwoners noemen dit middeleeuws decor nog steeds hun thuis. De oorsprong van het stadje moet in de 11e of de 12e eeuw gesitueerd worden. In geval van gevaar trok de bevolking zich snel achter deze stadsmuren terug.

Al-Hadjarah
Via de lange trap en de piepkleine poort betreden we het stadje. Waar je doorgaans in een dorp straten verwacht, tref je hier enkel smalle, oneffen paden over de rotsen aan, en in het beste geval trappen.
Elke laag ligt een kleine vingerdikte verder naar achter, zodat de gevels een beetje naar binnen hellen. Mocht de aarde beven, dan bevordert dat de veiligheid
Modder mengen met stro… |
|
|
|
…en aanbrengen onder het plafond |
Sommige huizen reiken tot acht verdiepingen boven het straatniveau. Laag na laag zijn de stenen los op elkaar gestapeld, enkel wat steengruis vermengd met zand zorgt voor de cohesie. Elke laag ligt een kleine vingerdikte verder naar achteren dan de onderliggende laag, zodat de gevels een beetje naar binnen hellen. Mocht de aarde beven, dan bevordert dat de veiligheid. De centrale trap die zo kenmerkend is als steunelement in de huizen van Sana’a ontbreekt hier volkomen.
Al-Hadjarah |
|
|
Salem leidt ons rond door de stad. Met het ene oog op de rijk versierde gevels die hoog boven ons uit torenen, en met het andere oog op het pokdalige pad en de duizelingwekkende afgrond naast ons volgen we in zijn voetspoor. Magnifieke doorkijkjes gunnen ons een blik op de velden in de diepte. De geur van de stallingen kondigt het beestenkwartier ruim op voorhand aan.
Al-Hadjarah |
|
|
Overal trachten kinderen onze aandacht te trekken. Jongetjes drummen rond ons en wijzen ons de weg – naar het winkeltje van hun vader uiteraard, niet naar de uitgang. Een wirwar van steegjes, donkere doorgangen, hobbelige rotspaden en smalle trappen uitgehakt in de rotsen vormen hun biotoop. Vrachten worden hier uitsluitend aan ezels toevertrouwd – geen enkele andere vorm van vrachtvervoer komt in aanmerking.
Dan maken de eerste primitieve hutten hun opwachting – het contrast met de fiere gevels van de woontorens in het hooggebergte kan niet groter zijn

Al-Hadjarah
Donkere regenwolken hebben al-Hadjarah volledig in hun greep wanneer we het middeleeuwse kleinood de rug toe keren. Een afdaling van vijftig kilometer brengt ons in de Tihama, de kustvlakte aan de Rode Zee. Naadloos gaat het koele hooggebergte in de zwoele kustvlakte over. We zien bananenbomen, mangobomen, guavebomen. Een ibis paradeert door het water, een reiger loert stokstijf naar mogelijke prooien. Dan maken de eerste primitieve hutten hun opwachting – het contrast met de fiere gevels van de woontorens in het hooggebergte kan niet groter zijn.
Het is niet alleen de burgeroorlog die aanzienlijke schade aan de historische gebouwen toebrengt, ook de klimaatverandering eist haar tol

Al-Hadjarah
Maar het is een open vraag hoe lang we nog van de verbluffende architectuur van de Jemenitische woontorens zullen kunnen genieten. Het is niet alleen de burgeroorlog die aanzienlijke schade aan de historische gebouwen toebrengt, ook de klimaatverandering eist haar tol. Maandenlang hebben stortregens in 2020 de hoofdstad Sana'a geteisterd. Verschillende gebouwen zijn ingestort, vele andere beschadigd.
Jaak Palmans
© 2007, 2025 | Versie 2025-05-23 14:00