Kamp Khwai – Deel 3
Botswana – Okavango | Anno 2022


Mooie kleuren heeft een bateleur – zwarte, deels grijze vleugels, vuurrode bek. Maar deze jonge bateleur moet het voorlopig nog met zijn bruin verenkleed doen

Bateleurs leven meestal in kleine groepen. Bij het uitvliegen van termieten gaan ze er dan samen op af

Grote glansspreeuwen leven meestal in groepen van maximaal 50 individuen. Zitten ze samen in hun slaapboom, dan brengen ze vaak langdurige concerten ten gehore

Giraffen zijn telgangers. Eerst verplaatsen ze beide benen aan de ene kant, vervolgens die aan de andere kant. Zo kunnen ze snelheden tot 55 km per uur ontwikkelen

Olifanten hebben een enorme impact op het ecosysteem. Door bomen en kreupelhout te vellen of de schors ervan te eten kunnen ze savanne in grasland veranderen. Door naar water te graven kunnen ze permanente watergaten creëren

Wilde honden zijn bij uitstek sociale dieren. Gewonde of zieke leden van de roedel worden op dezelfde manier behandeld als nakomelingen

De verklaring voor deze ‘ziekenzorg’ ligt in het feit dat de sterkte van een roedel vooral afhangt van het aantal leden van de roedel. Hoe talrijker ze zijn, des te beter ze zich kunnen verdedigen tegen leeuwen en gevlekte hyena’s


Een moeder (links) met haar jong. Luipaardjongen blijven ongeveer anderhalf tot twee jaar bij hun moeder. Als alles goed gaat, kan een luipaard tot twintig jaar oud worden

Kenmerkend voor een luipaard zijn de zwarte vlekken op de vacht die in rozetten gegroepeerd zijn

Voor de jacht rekent de luipaard vooral op zijn scherp gehoor en zijn uitstekend gezichtsvermogen – zowel overdag als ‘s nachts. Want meestal jaagt hij 's nachts of in de schemering

De snorharen van een luipaard veranderen van stand, afhankelijk van zijn activiteit. Loopt hij, dan staan ze zijdelings uitgespreid. Snuffelt hij, dan staan ze langs de kop naar achteren. Valt hij een prooi aan, dan staan ze naar voren gericht, zodat hij op de goede plek kan toebijten

Kleine prooien doodt hij met een beet in de nek, grotere dieren grijpt hij bij de keel tot ze gestikt zijn

Met zijn krachtige kaakspieren kan hij karkassen die zwaarder zijn dan hijzelf de bomen in slepen. Zo legt hij voedselvoorraden aan die soms twee kilometer van elkaar liggen

Luipaarden zijn solitaire dieren. Alleen tijdens de paartijd zoeken luipaarden bewust elkaars gezelschap op

Leeuwen, gevlekte hyena’s en wilde honden zijn te duchten concurrenten voor de luipaard. Zelfs een nijlkrokodil krijgt soms een luipaard te pakken. Alleen hoog in een boom is het veilig voor een luipaard en zijn buit

Fluiten kunnen ze als de beste, deze witwangfluiteenden. Zo houden ze contact met soortgenoten

Bonte ijsvogels kunnen hun prooi in de vlucht manipuleren en doorslikken. Boven een groot wateroppervlak kunnen ze dus blijven jagen zonder ergens te moeten neerstrijken

Vaak hangt een bonte ijsvogel biddend boven het water tot hij plots met vooruitgestoken bek een duikvlucht uitvoert en een prooi pakt

Hooguit 15 gram weegt de Afrikaanse dwergijsvogel. Maar dat belet hem niet achter kikkers en gekko’s aan te gaan

In principe verlaat een nijlpaard enkel ‘s nachts het veilige water om te grazen. Doorgaans blijft het overdag liever in het water, waar het tegen de intense zonnestralen beschermd is

De pootafdruk van een volwassen olifant in de modder is ongeveer zo groot als een riooldeksel


Blauwe reiger

Grote zilverreiger

Jonge hadada-ibis

Grote zilverreiger, heilige ibis

Zebra’s zien goed, maar ruiken slecht. Gnoes daarentegen ruiken goed, maar zien slecht. Door systematisch elkaars gezelschap op te zoeken, bundelen deze grazers hun krachten en voelen ze zich veiliger voor roofdieren

Ook als grazers zijn ze complementair: zebra’s grazen het bovenste, minder voedzame grasdak af, waardoor het onderste, groenere materiaal wordt blootgelegd. Daar geven gnoes de voorkeur aan

Gnoes drinken zo mogelijk twee keer per dag

Gezien het vele water in de Okavangodelta hoeven gnoes hier geen jaarlijkse langeafstandsmigraties te ondernemen zoals hun soortgenoten in Kenia en Tanzania

Als het erop aankomt durft een smidsplevier zijn nest – dat zich meestal op de grond bevindt – zelfs tegen olifanten te verdedigen

Bij oeverlopers daarentegen klimmen de kuikens bij naderend gevaar op de rug van hun moeder zodat die hen in veiligheid kan brengen

Witruggieren komen bij wijze van afkoeling graag pootje baden om dan met hun vleugeltoppen door het water slepen

Rond een karkas kunnen zich vele tientallen witruggieren verzamelen. Ze zijn dan meestal aangetrokken door een kapgier die als eerste bij het karkas gearriveerd is

De vleugels spreiden en de nek strekken helpt bij het afkoelen

Afkoelen kan ook door de poten met ontlasting te bedekken. Het verdampende water koelt dan de bloedvaten in hun poten af. Bovendien doodt het bijtende urinezuur de bacteriën op hun poten – altijd handig als je geregeld in kadavers moet woelen

Zijn forse zwarte snavel ten spijt, is een witruggier niet in staat om een dikke huid open te rijten. Maar met zijn lange nek en smalle kop kan hij wel diep in het karkas doordringen op zoek naar ingewanden en zacht vlees

Met hun grote vleugels kunnen witruggieren langdurig in de lucht rondcirkelen. Daarbij maken ze handig gebruik van de thermiek om hoogten van 200 tot 500 meter te bereiken

Lierantilopen voeden zich bijna uitsluitend met gras. Hun langwerpige snuit en hun flexibele lippen gebruiken ze om enkel de jongste grassprieten af te grazen

Leeuwen, jachtluipaarden, Afrikaanse wilde honden en gevlekte hyena's zijn hun belangrijkste vijanden, terwijl jakhalzen het vooral op de jonge lierantilopen gemunt hebben

Jaak Palmans
© 2025 | Versie 2025-08-27 14:00