Bid om Shackleton
Verenigd Koninkrijk – Zuid-Georgia | Anno 2025
Maandag 29 september | Scotiazee
Dinsdag 30 september | Scotiazee
Woensdag 1 oktober | Scotiazee

Maandag 29 september | Scotiazee
Een bevroren banaan, zo noemen ze Zuid-Georgia weleens. Een blik op een satellietfoto maakt snel duidelijk waarom – het banaanvormige eiland is heel het jaar door grotendeels met sneeuw en ijs bedekt. Ook James Cook was allesbehalve mild toen hij in 1775 het eiland naderde. Een land vervloekt door de natuur, [...] woest en afschuwelijk, zo schreef hij. Geen boom of struik is er te bekennen, zelfs niet groot genoeg om er een tandenstoker van te maken.
Een land vervloekt door de natuur, woest en afschuwelijk. Geen boom of struik is er te bekennen, zelfs niet groot genoeg om er een tandenstoker van te maken
Het belette Cook niet om het eiland namens Groot-Brittannië in bezit te nemen. De plek waar dat gebeurde noemde hij Possession Bay. Maar naarmate ze de kust verder verkenden, kwamen hij en zijn bemanning steeds meer onder de indruk van het dierenleven dat er welig tierde – walvissen, pelsrobben, pinguïns, zeevogels, ...
Cook dacht het enorme zuidelijke continent ontdekt te hebben waar iedereen naar op zoek was. Helaas, uiteindelijk moest hij toegeven dat hij rond een relatief klein eiland aan het varen was. De plek waar hij tot die bevinding kwam, noemde hij Cape Disappointment.
Anderen zagen wel potentieel in het eiland. Want waar walvissen en pelsrobben in groten getale voorkomen, valt veel geld te verdienen. Vanaf 1904 streken walvisjagers op het eiland neer en richtten er een vijftal walvisstations op. Pas in 1965 kwam daar een einde aan. Intussen waren er alleen al op Zuid-Georgia 175 250 walvissen geslacht, dat zijn er meer dan een halve eeuw lang bijna acht per dag. Ook de pelsrobben kregen het hard te verduren. Tussen 1788 en 1825 werden er naar schatting 1,2 miljoen gedood. Ei zo na was de soort op dit eiland uitgestorven.
Een van de meest geïsoleerde plekken ter wereld, tweeduizend kilometer van Zuid-Amerika verwijderd, vijftienhonderd kilometer van het Antarctische continent
Een van de meest geïsoleerde plekken ter wereld, zo omschrijft David Attenborough Zuid-Georgia in zijn boeiende documentaire – tweeduizend kilometer van Zuid-Amerika verwijderd, vijftienhonderd kilometer van het Antarctische continent. Wegen of landingsbanen zijn er niet, je kan het eiland alleen per boot bereiken. Zuid-Georgia is dan ook onbewoond – voor zover je de 90 miljoen zoogdieren en vogels niet meerekent.
Gelukkig zijn de kusten zomer en winter ijsvrij. Doorgaans verblijven er een dozijn of meer wetenschappers op het eiland, met name in de onderzoeksstations van King Edward Point en Bird Island. Want wat de klimaatverandering betreft is Zuid-Georgia een van de kanaries in de koolmijn. In zeventig jaar tijd is de gemiddelde temperatuur er met 2,5 °C gestegen. Antarctica is een van de snelst smeltende plaatsen ter wereld. Je houdt er de gang van zaken dus best nauwgezet in de gaten.
Wat de klimaatverandering betreft is Zuid-Georgia een van de kanaries in de koolmijn. In zeventig jaar tijd is de gemiddelde temperatuur er met 2,5 °C gestegen

Scotiazee
Half twee was het vanmiddag toen de Magellan Explorer zich in Stanley van de kade losmaakte en de hoofdstad van de Falklandeilanden achter zich liet. Intussen zijn we op open zee. Twee tot drie dagen zal het duren vooraleer we Zuid-Georgia zullen bereiken. In vogelvlucht bevindt het eiland zich ongeveer 1 500 km van Stanley. Zal de verveling toeslaan? Voorlopig niet, want er staan enkele boeiende lezingen gepland.
De Scotiazee is vrij rustig nu, houdt expeditieleider David ons voor, met golven van slechts tweeënhalf tot drie meter. De stabilisatoren zijn geactiveerd en er staat een stevige rugwind, waardoor de schommelingen binnen de perken blijven. Dat willen we best geloven, maar het blijft wennen. En morgen zullen we met golven van drieënhalf tot vier meter af te rekenen krijgen.
Wenkbrauwalbatrossen, reuzenstormvogels en af en toe een Kaapse stormvogel draaien statig en schijnbaar zonder de minste inspanning hun rondjes naast de boot

Wenkbrauwalbatros
Nieuw is dat we in Stanley twee hoge gasten aan boord genomen hebben. Vooreerst is er Colin Martin-Reynolds, een Brits diplomaat die sinds dit jaar de functie van Governor van de Falklandeilanden combineert met die van Commissioner van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden. In feite gaat het tweemaal om dezelfde functie – een Governor oefent zijn gezag uit over bewoond gebied, een Commissioner over onbewoond gebied.
Daarnaast is er Laura Sinclair Willis. Zij noemt zich ceo van de SGSSI. Met andere woorden, ze staat aan het hoofd van de administratie van South Georgia and the South Sandwich Islands. Kort samengevat: Colin is de baas en Laura doet het werk.
Waarom ze met ons meeliften? Bij het begin van de lente willen ze hun standplaats in de 'hoofdstad' Grytviken op Zuid-Georgia innemen en dat kan alleen per boot. Veel keuze hebben ze dan niet. Kapitein Alexey was graag bereid hen aan boord te nemen.
Wenkbrauwalbatrossen, reuzenstormvogels en af en toe een Kaapse stormvogel draaien statig en schijnbaar zonder de minste inspanning hun rondjes naast de boot. Momenteel doen ze dat uitsluitend aan bakboord, want daar waait de wind het hardst en genieten ze optimaal van de heersende thermiek. Aan stuurboord zou de boot hun de loef afsteken. Maar wil je foto's maken van die zwierige vogels, dan giert de koude wind je snoeihard rond de oren.
Zuid-Georgia is even ver van de zuidpool verwijderd als pakweg Noord-Ierland van de noordpool

Groot is Zuid-Georgia niet, met zijn oppervlakte van 3 756 km² is het zo groot als de Belgische provincie Henegouwen, of minder dan half zo groot als het eiland Kreta in de Middellandse Zee. Maar wat heel opmerkelijk is – Zuid-Georgia bevindt zich rond 54° 30', dat is ruim 1 300 km buiten de poolcirkel of even ver van de zuidpool verwijderd als pakweg Noord-Ierland van de noordpool. Toch geniet Noord-Ierland van een gematigd zeeklimaat met zachte winters en koele zomers, terwijl Zuid-Georgia onder een heus polair klimaat gebukt gaat. Natuurlijk heeft dat deels met de Golfstroom te maken waardoor warm zeewater uit de Golf van Mexico de westkust van Europa bespoelt. Maar er is veel meer aan de hand.
Eergisteren heeft Pablo, onze glacioloog uit Chili, ons al uitgelegd hoe Zuid-Amerika en Antarctica zo'n 30 miljoen jaar geleden als gevolg van de platentektoniek uit elkaar begonnen te drijven. Zo ontstond Drake Passage, de geduchte zeestraat tussen beide continenten, ongeveer 800 km breed.
Terwijl Zuid-Amerika westwaarts drijft, schuift de Pacifische plaat onder de Zuid-Amerikaanse. Subductie heet dat verschijnsel. Het gevolg kennen we – het Andesgebergte werd omhooggestuwd en er ontstonden een hele reeks vulkanen.
Zuid-Georgië is dus een overblijfsel van wat ooit de landbrug was tussen Antarctica en Zuid-Amerika
Maar, beklemtoonde Pablo, bij Drake Passage doet zich net het omgekeerde voor – de Pacifische plaat schuift er over de Atlantische plaat. Als een lange, smalle tong steekt ze tussen de beide continenten door. In feite is zo een nieuwe, kleine plaat ontstaan die de Scotiaplaat genoemd wordt en die samenvalt met de Scotiazee waar we nu op varen. De eilanden die op de rand van de Scotiaplaat liggen – Zuid-Georgië en de Zuidelijke Sandwicheilanden – zijn dus de overblijfselen van wat ooit de landbrug was tussen Antarctica en Zuid-Amerika.
En wat met de Falklandeilanden? Dat weet men nog altijd niet met zekerheid, vervolgt Laura, onze aardwetenschapper uit Schotland. Een drietal hypothesen doen de ronde. De meest waarschijnlijke noemt ze de veronderstelling dat de Falklandeilanden ooit aan zuidelijk Afrika vastgeklonken waren. En dus niet aan het meer nabijgelegen Zuid-Amerika, zoals je spontaan zou verwachten. Sterke argumenten voor die hypothese zijn de overeenkomsten tussen de fossielen en de gesteentelagen die op beide continenten aangetroffen zijn. Er is echter een maar. Zou deze hypothese correct zijn, dan zouden de Falklandeilanden in de loop der tijden over 180° geroteerd zijn. Hoe en waarom dat gebeurde, daar heeft men nog geen sluitende verklaring voor.
De meest waarschijnlijke hypothese is de veronderstelling dat de Falklandeilanden ooit aan zuidelijk Afrika vastgeklonken waren. En dus niet aan het meer nabijgelegen Zuid-Amerika

Terug naar Drake Passage. Eens deze doorgang tot stand gekomen was, waren de gevolgen ronduit spectaculair. Want ook Australië had zich van Antarctica losgemaakt. Nergens ondervonden de winden en de zeestromingen rond Antarctica nu nog enige hinder van land. Volkomen onbelemmerd namen ze almaar in kracht toe. Zo ontstond de Antarctische Circumpolaire Stroom, een waterstroom die tot liefst vier kilometer diep reikt en met de wijzers van de klok mee rond Antarctica draait. Elke seconde wordt op die manier 137 miljoen m³ water verplaatst.
De intense winden en zeestromingen creëerden rond Antarctica een vorm van thermische isolatie
Met de permanente westenwinden valt op deze breedtegraad ook al niet te spotten. Dat hebben we zelf intussen ervaren, maar bij zeilers is dat fenomeen al eeuwenlang bekend. Een reis van west naar oost wordt aanzienlijk versneld, maar van oost naar west varen, in het bijzonder rond Kaap Hoorn, is extreem moeilijk.
En dat is niet eens het belangrijkste gevolg. De intense winden en zeestromingen creëerden rond Antarctica een vorm van thermische isolatie. Warme invloeden van aan de evenaar bereikten het zuidelijke continent niet langer. Het werd er steeds kouder, enorme lagen sneeuw en ijs gingen de landmassa bedekken. Zo'n 15 miljoen jaar geleden was die klus geklaard. Vanaf toen zag het witte continent eruit zoals we het nu nog steeds kennen.
Opmerkelijk is dat de overgang tussen de ijskoude Antarctische wateren en de iets warmere subantarctische wateren vrij scherp gedefinieerd is. De temperatuur daalt er niet geleidelijk, maar vrij abrupt. Dat gebeurt ter hoogte van een smalle overgangszone, 30 tot 50 km breed, die men de Antarctische Convergentie noemt. De Falklandeilanden bevinden zich benoorden die lijn, Zuid-Georgia ligt ten zuiden ervan. Zodra we die lijn kruisen – wat naar verwachting woensdagochtend zal gebeuren – zal de watertemperatuur vrij plots met ongeveer 2,8 °C dalen.
Zodra we die lijn kruisen – wat naar verwachting woensdagochtend zal gebeuren – zal de watertemperatuur vrij plots met ongeveer 2,8 °C dalen

Kelpmeeuw (juveniel)
Vanuit zijn vakgebied voegt John Dickens, marien bioloog uit Schotland, daar nog een boeiend hoofdstuk aan toe. Want door het contact tussen het koude en het warme water welt ter hoogte van de Antarctische Convergentie water uit de diepte omhoog. Dat water is rijk aan voedingsstoffen, meer bepaald aan fytoplankton. Minuscuul plantaardig materiaal is dat, meestal te klein om met het blote oog waargenomen te worden. Diatomeeën zijn de meest voorkomende component. Onderschat ze niet, deze microscopische plantjes. Want verspreid over de wereldzeeën produceren ze meer dan de helft van de zuurstof op aarde. Zonder diatomeeën zou de mensheid simpelweg niet bestaan.
Zonder diatomeeën zou de mensheid simpelweg niet bestaan
Waar plantaardig materiaal beschikbaar is, zijn er diertjes die zich daarmee voeden. In dit geval zijn dat eenoogkreeftjes en Antarctische krill, ook zoöplankton genoemd. Die zijn al een beetje groter, sommige kunnen we zelfs met het blote oog zien. Hoe klein ze ook zijn, baleinwalvissen zijn er verzot op. Ze openen hun muil, laten het zeewater binnenstromen, sluiten hun muil en persen het zeewater weer naar buiten terwijl ze met hun baleinen het zoöplankton eruit filteren.
Niet alleen walvisachtigen, ook zeehonden, pinguïns, albatrossen, diverse andere vogels en vissen komen op deze voedselrijkdom af. Dat trekt dan weer zeeroofdieren zoals orka's en zeeluipaarden aan. Kortom, deze wateren bulken van het leven.
De zee mag voor zeezoogdieren en zeevogels dan wel hun voedselrijke biotoop zijn, om te broeden hebben ze een plek aan land nodig

Toch is dit niet evident. Want de zee mag voor zeezoogdieren en zeevogels dan wel hun voedselrijke biotoop zijn, om te broeden hebben ze een plek aan land nodig. Een blik op de kaart van Antarctica en de zeeën rondom leert evenwel dat dat geen probleem is. Tientallen eilanden omgeven het zuidpoolcontinent. Daar kunnen deze dieren elk jaar bij het begin van de lente neerstrijken om zich van een nageslacht te verzekeren.
Een van die eilanden is Zuid-Georgia. Het dierenleven op de kusten is er fenomenaal, weet John uit zijn lange ervaring. We zijn er razend benieuwd naar.
Dinsdag 30 september | Scotiazee
Nog maar eens een mooie dag in het verschiet, zo te zien. Er is nauwelijks een wolkje aan de hemelsblauwe lucht, de zichtbaarheid is onbeperkt en de thermometer wijst een comfortabele 5 à 6 °C aan. Zelfs de zee houdt zich relatief rustig, al raast de nooit aflatende wind met windkracht 7 over de golven en reduceert zo de gevoelstemperatuur tot 0 °C.
Zuid-Georgia en Ernest Shackleton. Al meer dan een eeuw zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden
Nog ongeveer vijfhonderd zeemijl hebben we voor de boeg, of ruim 900 km. Dat we zo goed vorderen hebben we aan de wind te danken. Met 55 à 60 km/h geeft hij de Magellan Explorer een stevig zetje in de rug. Hoe we dat volgende week zullen ervaren, wanneer we westwaarts tegen de wind in zullen terugkeren, valt nog te bezien.

Scotiazee
Zuid-Georgia en Ernest Shackleton. Al meer dan een eeuw zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoe dat komt zal Tennessee, onze flamboyante historicus, met verve uit de doeken doen. Een van de grootste verhalen aller tijden noemt hij het, een verhaal dat soms bijna aan het ongelooflijke grenst.
Studeren vond Ernest maar saai, hij wilde naar zee. Al in 1898 haalde hij zijn kapiteinsbrevet, amper 24 jaar oud
Het begon vrij onschuldig in het Ierse dorpje Kilkea waar Ernest Shackleton in 1874 ter wereld kwam. Die Ierse achtergrond zou later met zijn koppigheid in verband gebracht worden. Of moeten we zeggen met zijn tomeloze volharding, met zijn hardnekkigheid die van geen opgeven wou weten?

Reuzenstormvogel
Voor zijn vader, arts van opleiding, was het dorp te klein. Al snel verhuisde hij met zijn gezin naar Londen om daar zijn beroep uit te oefenen. Uiteraard was Ernest voorbestemd om ook dokter te worden. Maar daar stond diens hoofd niet naar. Studeren vond Ernest maar saai, hij wilde naar zee.
Wie als eerste de zuidpool zou bereiken, zou eeuwige roem vergaren. En dat was nu net wat Shackleton ambieerde
Om dat idee uit zijn hoofd te krijgen, liet zijn vader hem op een schip aanmonsteren dat de gevaarlijke vaart rond Kaap Hoorn zou maken. Dat perfide plannetje draaide averechts uit. Zoonlief was daarna nog meer door het avontuur op zee gebeten en ging in dienst bij de koopvaardijvloot. Al in 1898 haalde hij daar zijn kapiteinsbrevet, amper 24 jaar oud.

Kaapse stormvogel
Antarctica was in die tijd nog steeds een groot mysterie. Was het een continent of was het een open zee met een verzameling eilanden zoals de noordpool? Wie als eerste de zuidpool zou bereiken, zou eeuwige roem vergaren, zoveel was duidelijk. En dat was nu net wat Shackleton ambieerde. Ironisch genoeg was dat ook wat hem uiteindelijk te beurt zou vallen. Maar op een totaal andere manier dan hij beoogd had.
Als derde in bevel werd Ernest Shackleton aangesteld, zeer tegen de zin van Scott
Er was haast bij. Want in 1897 – 1899 was de Belg Adrien de Gerlache er als allereerste in geslaagd om in de buurt van Peter I Island binnen de zuidpoolcirkel te overwinteren en er heelhuids van terug te keren. En er waren nog kapers op de kust. De heroïsche tijd van de Antarcticaexpedities, grosso modo van 1897 tot 1922, was aangebroken.

Schlegels stormvogel
In Londen kreeg marineofficier Robert Falcon Scott de leiding over de Britse Nationale Antarcticaexpeditie. Als derde in bevel werd Ernest Shackleton aangesteld, zeer tegen de zin van Scott. Het schip waarmee ze zouden varen, de Discovery, werd speciaal voor deze expeditie gebouwd. Een van de redenen was dat het volledig van hout moest zijn om magnetische interferentie van de stalen romp met het kompas te vermijden. Bovendien was hout makkelijk te herstellen.
Hun meest zuidelijke punt was 82° 17° ZB. Een record, want nooit was iemand zo dicht tot de zuidpool genaderd
In januari 1902 arriveerde de Discovery in de Rosszee, een baai op Antarctica rechtover Nieuw-Zeeland. De hut die ze daar bouwden, Discovery Hut, noemt Tennessee zonder blikken of blozen de meest nutteloze hut aller tijden. Want de prefabconstructie was zo tochtig en koud dat ze enkel als voorraadkamer kon dienen. De bemanning zelf bleef op het schip slapen.

Wenkbrauwalbatros
Met drie waren ze – Scott, Shackleton en Wilson – om in november 1902 een poging te ondernemen de zuidpool te bereiken. Al snel bleek dat geen van hen met de hondenteams overweg kon, waardoor ze maar traag vorderden. Bovendien was een deel van het voedsel dat ze meegenomen hadden niet meer eetbaar. Als klap op de vuurpijl kreeg Shackleton een zware fysieke inzinking, waarschijnlijk als gevolg van hartproblemen. Voortijdig terugkeren was de enige optie. Hun meest zuidelijke punt was 82° 17° ZB. Een record, want nooit was iemand zo dicht tot de zuidpool genaderd.
Personeel wierf Shackleton aan op basis van persoonlijkheid. Want vaardigheden kan je aanleren, maar een persoonlijkheid niet
Terug in Engeland huwde Shackleton met Emily Dorman en kregen ze een zoon Raimond. Maar een rustig gezinsleven, dat was aan Ernest niet besteed. Al snel begon hij fondsen te werven voor een nieuwe expeditie, want op overheidssteun moest hij niet rekenen. Vooral de Schotse industrieel Sir William Beardmore was een gulle sponsor. Shackleton zou hem eren door een van de grootste gletsjers op aarde naar hem te vernoemen.

Grijskopalbatros
Personeel voor zijn expeditie wierf Shackleton aan op basis van persoonlijkheid, niet op basis van vaardigheden, monkelt Tennessee. Want vaardigheden kan je aanleren, maar een persoonlijkheid niet, was zijn motto. Relevante ervaring leek ook al niet nodig. Zijn beperkt budget liet hem niet toe het meest geschikte schip te kopen. Hij moest zich met de Nimrod tevredenstellen, een kleine, veertig jaar oude schoener.
Grijnzend toont Tennessee een foto waar mannen de tractor over het ijs voorttrekken in plaats van omgekeerd
Honden waren niet langer een denkpiste voor Shackleton, liever opteerde hij nu voor pony's uit Mantsjoerije. Ook al moesten die enkele dagen voor vertrek nog getemd worden. Een grote noviteit was de introductie van een motorvoertuig op rupsbanden, maar een succes was dat niet. Grijnzend toont Tennessee een foto waar mannen de tractor over het ijs voorttrekken in plaats van omgekeerd.

Schlegels stormvogel
In januari 1908 bereikten ze de Rosszee en bouwden er een hut op Cape Royds, pal tegenover Discovery Hut. Om de tijd te verdrijven produceerden ze een veertigtal exemplaren van Aurora Australis, een boek met verhalen en gedichten die ze zelf ter plaatse schreven, drukten, van lithografieën voorzagen en inbonden. Nog een vorm van bezigheidstherapie, maar dan met wetenschappelijke doelstellingen, was de beklimming in maart van de nabijgelegen Erebus – geen geringe prestatie in dit klimaat, want deze actieve vulkaan is 3 792 m hoog.
Ze wisten de geomagnetische zuidpool te lokaliseren
Dan kwam in oktober de lente. Het echte werk kon nu van start gaan. Een eerste ploeg van drie man ging naar de geomagnetische zuidpool op zoek. Die wisten ze effectief te lokaliseren op 460 km van hun hut, 2 210 m boven de zeespiegel. Maar door uitputting en gebrek aan voedsel misten ze bij de terugkeer bijna de afspraak met de Nimrod die hen kwam ophalen.

Wenkbrauwalbatros
En Shackleton zelf? Hem was het natuurlijk om de geografische zuidpool te doen. Eind oktober trok hij met drie gezellen zuidwaarts, samen met de vier pony's die nog in leven waren. Zo ontdekten ze een 160 km lange gletsjer, de Beardmoregletsjer, die pal naar de zuidpool bleek te leiden. Een moeizame klimpartij over de crevasses werd het, waarbij ook Socks, hun laatste geliefde pony, in een gletsjerspleet verdween, samen met een flinke voorraad voedsel.
Ze waren tot 88° 23' ZB doorgestoten – een absoluut record. Nooit was iemand dichter bij de zuidpool of bij de noordpool geweest
Dat bleek fataal. Op 9 januari 1909, op amper 150 km van de zuidpool, zag Shackleton zich genoodzaakt rechtsomkeer te maken. Zoniet zouden ze het bij gebrek aan voedsel niet overleven. Eén troost hadden ze. Ze waren tot 88° 23' ZB doorgestoten – een absoluut record. Nooit was iemand dichter bij de zuidpool of bij de noordpool geweest.

Wenkbrauwalbatros
Toch werd de terugreis een race tegen de tijd. Vijftig dagen lang vochten ze tegen honger, kou, ziekte en uitputting. Ei zo na misten ook zij hun afspraak met de Nimrod. Door een van de hutten in brand te steken wisten ze nog net de aandacht te trekken van het schip aan de horizon.
Door een van de hutten in brand te steken wisten ze nog net de aandacht te trekken van het schip aan de horizon
Terug in Engeland moest Shackleton met lede ogen aanzien hoe zowel Roald Amundsen als Robert Falcon Scott de zuidpool bereikten – al moest die laatste dat met de dood bekopen. Shackletons plannen om als eerste de zuidpool te bereiken waren dus rijp voor de prullenmand. Drie kinderen had hij nu, maar het leven van een brave huisvader was, zoals we intussen weten, aan hem niet besteed. Pogingen om zich als zakenman te vestigen liepen steevast op een sisser uit.

Kaapse stormvogel
Antarctica, daar moest hij zijn. Want, zoals een van zijn bemanningsleden het later plastisch zou uitdrukken, mensen zoals zij waren 'no damn use anywhere else'. Hij had zijn zinnen al op een nieuw spectaculair exploot gezet. Wat dat precies was, zullen we morgen van Tennessee vernemen.
Was bioveiligheid op de Falklandeilanden al een belangrijke bekommernis, straks op Zuid-Georgia zullen we nog een tandje moeten bijsteken
Buiten blijkt er intussen weinig veranderd te zijn. De bewolking is lichtjes toegenomen, maar het is nog steeds mooi weer. En de zee is nog altijd even woelig.

Kaapse stormvogel
Was bioveiligheid op de Falklandeilanden al een belangrijke bekommernis, straks op Zuid-Georgia zullen we nog een tandje moeten bijsteken. Want, zo houdt expeditieleider David ons voor, de lokale overheid houdt er streng toezicht op vestimentaire verontreinigingen. Straks, bij het ontschepen, zullen er ambtenaren in de gangen verschijnen om ons aan een controle te onderwerpen. Hebben we te veel fails – zoals zandkorreltjes in een klittenbandsluiting – dan komen we in de problemen. Een score van 95 % of meer noemt hij oké. Scoren we minstens 85 %, dan is dat nog altijd aanvaardbaar, maar moet er verbetering zijn. Onder 85 % zakken is onaanvaardbaar. Dringend ingrijpen is dan noodzakelijk. Het concept van de scores is ons niet helemaal duidelijk, maar dat er werk aan de winkel is beseffen we wel.
Triomfantelijk haalt David met zijn pincet een (1) zandkorreltje van tussen de ribbels van onze laarzen
Alles wat mee aan wal gaat, moet geïnspecteerd en zo nodig gekuist worden – jas, regenbroek, muts, nekwarmer, sjaal, handschoenen, rugzak, cameratas, fototoestel, fotostatief, wandelstokken, ... Expeditiestaflid Ana Carla Martinez zal ons bijstaan. Dat ze dat grondig doet, is het minste wat je kan zeggen. Met een koplamp op haar hoofd ontgaat niets haar spiedende blik. Mutsen en tassen keert ze binnenste buiten, strookjes klittenband zuivert ze met een metalen borsteltje, diepe zakken kuist ze met een stofzuiger, een wollen nekwarmer plukt ze met haar vingers kaal. Zelfs vale vlekken op de zwarte regenbroeken vinden geen genade in haar ogen. Die moeten we straks in onze kajuit zelf onder de douche onder handen nemen.

Wenkbrauwalbatros
Dan trekken we naar de mudroom, want ook ons schoeisel verdient een stevige beurt. Laarzen grondig afspuiten, even door het bad met Virkon stappen en klaar is kees. Althans, dat dachten we. David gaat er even rustig bij zitten, schakelt zijn koplamp in en haalt met zijn pincet triomfantelijk een (1) zandkorreltje van tussen de ribbels van onze laarzen.
Oké, dat was het dan. Nog even bij de receptie langslopen. Want zolang onze handtekening ontbreekt op het bijbehorende document, zijn onze oprechte inspanningen van nul en generlei waarde. Naar eer en geweten verklaren we dat onze volledige uitzet grondig gekuist en dienovereenkomstig geïnspecteerd is. Oef.

Dat we vandaag uitstekend weer gehad hebben, zal niemand tegenspreken. Bovendien speelt de rugwind in ons voordeel, aldus David tijdens de dagelijkse recap. We zullen vroeger dan verwacht voor de kust van Zuid-Georgia verschijnen. Meer tijd dus om aan land te gaan, flitst het ons door het hoofd. Bovendien ligt Zuid-Georgia in een andere tijdzone. Vannacht slaan we daarom een uurtje over – twaalf uur wordt één uur. Minder tijd dus om te slapen, flitst het ons door het hoofd.
Lang zal het nu niet meer duren vooraleer we definitief in de Antarctische sfeer doordringen
Wat de temperatuur van het zeewater betreft, die is nog steeds 7 °C, laat Laura weten. De Antarctische Convergentie hebben we dus nog niet bereikt. Lang zal het nu echter niet meer duren vooraleer we definitief in de Antarctische sfeer doordringen.
Woensdag 1 oktober | Scotiazee
Het is zover. Vanmorgen om 6.35 u. hebben we de Antarctische Convergentie overschreden. Dat merken we meteen aan de temperatuur. Die is naar 2 °C gezakt, gevoelsmatig wordt dat – 2 tot – 4 °C bij windkracht 4. Maar de weergoden blijven ons gunstig gezind, getuige de grotendeels blauwe lucht en de afwezigheid van wolken.
Vanmorgen om 6.35 u. hebben we de Antarctische Convergentie overschreden

Scotiazee
Met nog 230 zeemijl of 425 km voor de boeg vorderen we uitstekend. Met twaalf knopen of 22 km/h vaart de Magellan Explorer op automatische piloot gestaag oostwaarts. Sneller kan niet omdat de stabilisatoren ontplooid zijn. Bovendien zullen we in de vooravond een zone bereiken waar walvissen zich nogal eens ophouden. Om botsingen te vermijden moeten we de snelheid dan tot 10 knopen beperken.
Willen we meer over Zuid-Georgia te weten komen, dan hebben we daarvoor de meest geschikte persoon aan boord – Laura Sinclair, de meeliftende CEO van SGSSI. Penguins, Postage Stamps & Politics, zo luidt de titel van haar lezing. Maar pinguïns, daar gaat ze het niet over hebben. Die staan enkel in de titel om meer publiek te lokken, geeft ze met een kwinkslag toe.
David Attenborough noemt Zuid-Georgia een wereldwijde zeldzaamheid omdat het een ecosysteem in herstel is
Dat David Attenborough het eiland een wereldwijde zeldzaamheid noemt omdat het een ecosysteem in herstel is, is een dikke pluim die de beleidsmakers van Zuid-Georgia terecht op hun hoed mogen steken. Want ooit was het eiland er erg aan toe. Maar de laatste tien, vijftien jaar is het er sterk op vooruitgegaan wat natuurbeheer en duurzaamheid betreft.
Dit jaar is het precies 250 jaar geleden dat kapitein James Cook het eiland namens de Britse kroon in bezit nam en het Zuid-Georgia noemde naar de toenmalige koning George III. Veel aandacht kreeg het eiland evenwel niet vanuit het moederland. Pas in 1982 kwam daar verandering in nadat de Argentijnen het eiland binnengevallen waren. Sedertdien is er een permanente aanwezigheid.
Enkele jaren later, in 1985, kreeg Zuid-Georgia zijn eigen bestuur, los van de Falklandeilanden. Sedertdien moet het eiland zelf in zijn onderhoud en zijn financiering voorzien. Waar het geld vandaan komt? Visserij, wetenschap en toerisme zijn de kernactiviteiten op het eiland. En postzegels uitgeven. Op het eiland kan amper iets gebeuren of er wordt een postzegel aan gewijd. Bij verzamelaars zijn ze zeer gegeerd, die postzegels van Zuid-Georgia, in het bijzonder als ze ook nog eens een stempel van het plaatselijk postkantoor dragen. En dat brengt geld in het laatje.
Treft men een vissershaak in een albatrosnest of in het kadaver van een vogel aan, dan kan men de herkomst van de haak feilloos traceren

Wenkbrauwalbatros
1904 was een sleuteljaar voor Zuid-Georgia. Het was het begin van een infame periode. De Noorse walvisvaarder Carl Anton Larsen bouwde toen bij Grytviken het eerste walvisstation en luidde daarmee een nieuw tijdperk in. Voortaan werd de walvisjacht op industriële schaal georganiseerd. Met dramatische gevolgen voor de walvispopulatie. Binnen twaalf jaar waren op het eiland vijf walvisstations actief. In 1930 telde Zuid-Georgia zelfs meer inwoners dan de Falklandeilanden. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw kwam daar een einde aan, omdat de walvisvaart internationaal steeds meer aan banden gelegd werd.
Tegenwoordig ziet de commerciële visserij er heel anders uit. Alleen krill, Antarctische tandvis en krokodilijsvis worden bevist. En dan nog onder zeer strikte regels. De gps-locatie van de vissersboten wordt permanent gemonitord en aan boord houden verplichte cctv-camera's doorlopend de bezigheid van de vissers in de gaten.
De gps-locatie van de vissersboten wordt permanent gemonitord en aan boord houden verplichte cctv-camera's doorlopend de bezigheid van de vissers in de gaten
Boomkorvisserij, waarbij een sleepnet over de zeebodem getrokken wordt, is sinds 2012 volledig verboden. Wel toegelaten is langelijnvisserij, waarbij lange lijnen aan boeien achter het schip hangen. Met individuele haken aan die lijnen kan men telkens één vis vangen.
Zo'n hulpeloze vis aan een haak, dat trekt uiteraard de aandacht van albatrossen en stormvogels. Vissers hebben de plicht zulke ongewenste bijvangsten te vermijden. Maar zonder toezicht blijven zulke regels allicht een lege doos. Elke haak aan die lange lijn heeft daarom een uniek identificatienummer. Treft men zulke haak in een albatrosnest of in het kadaver van een vogel aan, dan kan men de herkomst van de haak feilloos traceren.
Daarnaast is er de Pharos die permanent de toepassing van de regels controleert. Niemand weet waar het patrouilleschip zich bevindt, want het is niet traceerbaar. Overigens zouden Laura en Colin normaal de oversteek naar Zuid-Georgia met de Pharos gemaakt hebben, maar deze was volzet.
Waar walvissen zich plegen op te houden, gelden snelheidsbeperkingen voor schepen
Ook het toerisme is sterk gereguleerd. Lage impact is daarbij het motto. Waar walvissen zich plegen op te houden, gelden snelheidsbeperkingen voor schepen – dat wisten we al. Cruiseschepen met meer dan 200 passagiers mogen zich niet in de buurt van het eiland ophouden. Gaan de passagiers aan land, dan mag dat met maximum 100 personen tegelijkertijd. En uitsluitend op een van de 44 zones die als mogelijke landingsplaats voor expeditiecruises erkend zijn. Voor lichtvervuiling 's nachts geldt er nultolerantie. Geen spatje licht mag te zien zijn. Dat verklaart meteen waarom David er geregeld op hamert dat we onze gordijnen moeten sluiten.
De bestrijding van invasieve soorten is een hoofdstuk apart. Die vormen vaak een bedreiging voor de inheemse fauna en flora. Zo vond men het in 1911 nodig om drie mannelijke en zeven vrouwelijke rendieren uit het Hoge Noorden naar Zuid-Georgia te brengen. In de 21e eeuw waren er dat zevenduizend geworden.
In 2014 kon het eiland rendierenvrij verklaard worden. Ten bewijze waarvan een postzegelreeks uitgegeven werd

Postzegelreeks "Rendieren in Zuid-Georgia"
Sami werden uit Lapland overgebracht om de rendieren in kralen bijeen te drijven zodat ze geëuthanaseerd konden worden. Maar dat plannetje lukte niet. Deze rendieren waren zich helemaal anders gaan gedragen dan hun noordelijke soortgenoten. De Sami kregen er geen vat op. Er zat niets anders op dan scherpschutters aan het werk te zetten. In 2014 kon het eiland rendierenvrij verklaard worden. Ten bewijze waarvan een postzegelreeks uitgegeven werd. Toch figureert het rendier nog altijd prominent als helmteken op het wapen van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden.
In 2018 kon het eiland rattenvrij verklaard worden. Ten bewijze waarvan een postzegelreeks uitgegeven werd

Postzegelreeks "Herstel van leefgebieden"
Eens de rendieren weg kon men de ratten aanpakken. Vanuit helikopters werd vergiftigd aas uitgeworpen. Vooraf was nauwkeurig berekend hoeveel aas dat mocht zijn teneinde zo weinig mogelijk andere dieren te doden. Een eerste test met 56 ton was meteen een voltreffer. Ratten die van het gif gegeten hadden, bleken zich in hun doodsstrijd in een hol of een andere schuilplaats te verbergen, zodat de kans op secundaire vergiftiging – zuidpoolkippen die een vergiftigde rat opaten – aanvaardbaar klein was.
Uiteindelijk werd het project een groot succes. Zo bleek de populatie van de Zuid-Georgische pieper, de enige zangvogel op de subantarctische eilanden, zich snel te herstellen. Overigens met dank aan de gletsjers. Want die deelden het eiland de facto op in grote sectoren zodat de ratten zich niet opnieuw in een sector konden verspreiden die al gezuiverd was. In 2018 kon het eiland rattenvrij verklaard worden. Ten bewijze waarvan een postzegelreeks uitgegeven werd.
De populatie van de Zuid-Georgische pieper, de enige zangvogel op de subantarctische eilanden, bleek zich snel te herstellen

Postzegelreeks "Herstelde leefgebieden"
Intussen is de Magellan Explorer van zijn koers afgeweken. De reden daarvoor wordt snel duidelijk – aan de horizon is een ijsberg verschenen en kapitein Alexey wil ons van nabij van het schouwspel laten genieten. Al is het de vraag of je zoiets nog simpelweg een ijsberg mag noemen. We kijken aan tegen een gevaarte dat tientallen meters boven het water uitsteekt en een oppervlakte heeft van 344 km². Deze tafelijsberg is dus groter dan pakweg het eiland Malta in de Middellandse Zee.
De helwitte ijsmassa vult de horizon en wordt bekroond met een mutsje van waterdamp die uit het ijs gesublimeerd is

A-23H
Al van ver besef je dat je aankijkt tegen iets wat elke verbeelding tart. Het tafereel heeft zelfs iets sprookjesachtig, met die diepblauwe zee, die hemelsblauwe lucht en daartussen die helwitte ijsmassa die de horizon van links tot rechts vult en bekroond wordt met een mutsje van waterdamp die uit het ijs gesublimeerd is.
Naarmate we naderen wordt het beeld almaar overweldigender, zelfs al houdt kapitein Alexey zich op een respectabele afstand van het witte monster. Want we mogen niet vergeten dat het grootste deel van deze ijsmassa zich onder water bevindt en dat ze daar grillige vormen kan aannemen. Het is evenmin uitgesloten dat er stukken ijs afkalven. Want de zee beukt genadeloos op de loodrechte flanken, terwijl de brandende zon de bovenlaag kastijdt. Deze ijsberg is ten dode opgeschreven.
Bijna als een roman, zo leest het levensverhaal van deze tafelijsberg
Bijna als een roman, zo leest het levensverhaal van deze tafelijsberg. Voor zijn ontstaan moeten we terug naar 1986, toen van een van de ijsplaten van Antarctica een enorme ijsmassa loskwam. Met zijn oppervlakte van 3 900 km² – vergelijkbaar met een grote Belgische provincie – was het toen de grootste ijsberg ter wereld.
Zijn naam? A-23. IJsbergen krijgen een naam op basis van hun herkomst. Daartoe delen wetenschappers Antarctica in vier kwadranten op. De letter A verwijst naar het kwadrant tussen 9 en 12 uur, B naar het kwadrant tussen 0 en 3 uur, enzoverder. A-23 is dan de 23e ijsberg die sinds het begin van de waarnemingen uit kwadrant A tevoorschijn kwam. Overigens krijgen alleen ijsbergen die minstens tien zeemijl of 18,5 km lang zijn, een naam.
Tientallen jaren bleef A-23 aan de bodem van de Weddellzee plakken

A-23H
Maar het zat A-23 niet mee. Nauwelijks had hij zich afgescheurd, of hij liep aan de grond op de bodem van de Weddellzee. Tientallen jaren bleef hij daar plakken. Pas in 2020 kwam er weer beweging in. A-23 dreef nu gestaag noordwaarts tot hij in april 2024 in een maalstroom terechtkwam. Daar bleef hij tot december 2024 rondjes draaien, a rato van een volledige omwenteling in 24 dagen.
Acht maanden lang bleef A-23 rondjes draaien, a rato van een volledige omwenteling in 24 dagen
Eens bevrijd uit die kermismolen kwam A-23 in de greep van de Antarctische Circumpolaire Stroom. Even leek hij met een snelheid van 20 km per dag op ramkoers met Zuid-Georgia te liggen. Tot een botsing kwam het gelukkig niet, A-23 kwam nog maar eens vast te zitten op het continentaal plat rond het eiland. In welke mate pinguïns en zeezoogdieren hierdoor van hun traditionele voedselgebieden afgesneden werden, is niet duidelijk.
Slechts enkele maanden duurde het vooraleer A-23 zijn tocht rond Zuid-Georgia weer kon voortzetten. Maar hij begon het warm te krijgen, in die mate dat nieuwe ijsmassa's afkalfden. A-23 werd nu A-23A, zijn nakomelingen heten A-23B, A-23C, ... In augustus 2025 bleek zich nog maar eens een mega-ijsberg losgescheurd te hebben, namelijk A-23H. Dat is de kanjer waar we nu tegenaan kijken. Naar verluidt is Tennessee – wie anders? – er al eens met een helikopter op geland.
Na de lunch is het in de lounge verzamelen geblazen voor het tweede luik van het exposé over Shackleton. Eens Roald Amundsen in 1911 als eerste de geografische zuidpool bereikt had, leek het game over voor Shackleton, aldus Tennessee. Want wat viel nu nog aan eeuwige roem te rapen op Antarctica?
Al snel kwam Ernest Shackleton met een nieuw plan op de proppen – dwars door Antarctica trekken, van de Weddellzee over de pool naar de Rosszee
In zak en as zitten, daar was Shackleton echter de man niet naar. Al snel kwam hij met een nieuw plan op de proppen – dwars door Antarctica trekken, van de Weddellzee over de pool naar de Rosszee. Met gemiddeld 24 km per dag zou hem dat in 115 à 139 dagen moeten lukken.
Daar hadden ze in Groot-Brittannië wel oren naar. Aan de Zuidpoolexpedities hielden ze immers een wrang gevoel over. Twee keer had een Brit zijn kans gewaagd – Scott en Shackleton – maar uiteindelijk was het uitgerekend een Noor die met de eer ging lopen. Als Shackleton dan toch nog hier en daar een Union Jack op Antarctica kon planten, dan was dat een pleister op de wonde.

A-23H
Van Adrien de Gerlache kocht hij de Polaris en noemde het schip Endurance. Echt geschikt voor poolreizen was het niet. Het had een spits toelopende dwarsdoorsnede, waardoor het makkelijk door ijs geplet kon worden. Daarnaast kocht hij de Aurora, een veertig jaar oude walvisvaarder, voor de groep die hem bij zijn aankomst aan het andere uiteinde van Antarctica moest opvangen.
Het advies van de walvisvaarders was unaniem – Doe. Dat. Niet.
Zevenentwintig mannen zouden hem vergezellen. Een bont allegaartje was het, waar enkele persoonlijkheden bovenuit torenden. Zoals kapitein Worsley, de briljante navigator. Frank Wild, Shackletons rechterhand. Tom Crean, door velen de dapperste van allemaal genoemd. Frank Hurley, de gedreven fotograaf, door Tennessee een levende GoPro genoemd vanwege de gedurfde camerastandpunten die hij innam. Chippy McNish, de vindingrijke timmerman die van muiterij beticht zou worden. Blackborrow, de afgewezen sollicitant die als verstekeling aan boord wist te komen. Thomas Orde-Lees, de wereldvreemde eend in de bijt.
Plots deed de aanslag in Sarajevo heel Europa opschrikken. Oorlogsverklaringen vlogen in het rond. Naar Antarctica afvaren alsof er geen vuiltje aan de lucht was, dat kon je niet maken. Plichtsbewust stelde Shackleton zijn schip en zijn bemanning ter beschikking van de Royal Navy. Maar Winston Churchill, minister van de Marine, had van Shackleton geen al te hoge pet op en zag de man liever gaan dan komen. Proceed, antwoordde hij. En weg was Shackleton.
Midden november 1914 arriveerde de Endurance in Grytviken in Zuid-Georgia. Van hieruit moesten ze naar de Weddellzee varen, een baai op Antarctica rechtover Zuid-Georgia. Maar het advies van de aanwezige walvisvaarders was unaniem – Doe. Dat. Niet. Er was veel meer pakijs dan andere jaren, de plek waar ze aan land moesten gaan, konden ze onmogelijk bereiken.
De draaibeweging in het ijs – precies dezelfde die ijsberg A-23 te pakken kreeg – begon de Endurance noordwaarts te stuwen
Naar huis terugkeren dan maar? Wie Shackleton ook maar een beetje kende, wist dat daar geen sprake van kon zijn. Wat voorspeld was, gebeurde. Op 18 januari 1915 voer de Endurance vast in het ijs, op 110 km van de plek waar ze aan land hadden moeten gaan. Geen nood, ze zouden ter plekke de volgende lente afwachten en dan verder varen. Per slot van rekening hadden andere ontdekkingsreizigers dat ook al gedaan.

A-23H
Maar zo werkt dat niet in de Weddellzee. De draaibeweging in het ijs – precies dezelfde die ijsberg A-23 te pakken kreeg – begon de Endurance noordwaarts te stuwen. Geen nood, volgende lente zouden ze vrijkomen uit het ijs en zouden ze hun traject helemaal van voor af aan kunnen hernemen.
Dat was buiten de kracht van het oprukkende ijs gerekend. Gaandeweg begon de Endurance schuin te hellen en onheilspellend te kraken. Veiligheidshalve brachten ze hun voorraden aan 'land' – op het zee-ijs dus. Stukje bij beetje evolueerde de geest van de expeditie van een triomftocht naar een overlevingstocht.
Pas op 5 maart 2022 zou het wrak gelokaliseerd worden, 3 008 m diep op de bodem van de Weddellzee
Terwijl het schip steeds meer onder water kwam te staan, wist fotograaf Hurley in een ultieme oprisping zijn fotoplaten te redden door in het ijskoude water te duiken. Want, zo zei hij, Zonder deze foto's hebben we niets gedaan, behalve verdwalen als een stel schoolmeisjes op een natuurwandeling. Van de 550 platen hield hij de 120 beste over. Sommige opnames waren ronduit spectaculair. Jaren later zouden ze de wereld het wonderlijke verhaal van de mislukte expeditie vertellen.
Op 27 oktober 1915 werd de Endurance genadeloos platgedrukt, op 21 november zonk hij voorgoed naar de zeebodem. Pas op 5 maart 2022 zou het wrak gelokaliseerd worden, 3 008 m diep op de bodem van de Weddellzee. Het bleek in een opmerkelijk goede staat te zijn.

A-23H
Overleven was nu de eerste bekommernis van de schipbreukelingen. Te voet over het ijs noordwaarts trekken in de hoop een plek te bereiken waar walvisvaarders hen zouden kunnen oppikken, leek de beste optie. Maar met hun reddingsboten achter zich aan slepend vorderden ze slechts drie kilometer in twee dagen. Dus sloegen ze hun tenten op en noemden hun nieuwe stek Ocean Camp.
Twee maanden later probeerden ze het nog eens, want het ijs dreef de verkeerde richting uit. Vergeefse moeite – in zeven dagen legden ze amper twaalf kilometer af. Dan maar weer de tenten opslaan en de drift van het ijs afwachten, ditmaal op een ijsschots. Met een zweem van ironie noemden ze de plek Patience Camp.
Een helse tocht over een woelige zee werd het nu, met temperaturen tot – 29 °C en geregeld ijskoud zeewater over de mannen heen
Dan brak op 8 april 1916 de ijsschots plots in twee. Hals over kop werden de reddingsboten uitgezet. Een helse tocht over een woelige zee werd het nu, met temperaturen tot – 29 °C en geregeld ijskoud zeewater over de mannen heen. Een week duurde het vooraleer ze Elephant Island bereikten. Na 497 dagen hadden ze eindelijk weer vaste grond onder de voeten.
Wat nu? Elephant Island was niet meteen de plek waar veel bezoekers voorbijkwamen. Zelf hulp zoeken was de enige optie. Het dichtstbij was Stanley op de Falklandeilanden, maar dan moesten ze tegen de westenwinden in varen. Met een reddingsboot moest je daar niet aan beginnen. Dus zette Shackleton zijn zinnen op Zuid-Georgia, een plek waar ook 's winters walvisvaarders aanwezig waren. Op 24 april vertrokken ze, met zes man in een gammele sloep.

'Naamloze' ijsberg
Een hallucinante queeste van veertien dagen werd het. Chippy McNish had de reddingsboot deels van een overkapping voorzien, maar op de woelige Drake Passage met golven van tien meter en meer maakte dat niet veel uit. Kou, honger, zeeziekte en uitputting speelden hen parten.
In deze oneindige oceaan kon je een speldenknop zoals Zuid-Georgia makkelijk voorbijvaren zonder daar erg in te hebben
Maar kapitein Worsley ontpopte zich als een briljante navigator. In de meest ondenkbare omstandigheden wist hij met zijn sextant de juiste positie te bepalen. Stel je dat goed voor, beklemtoont Tennessee. Te midden van het tumult van de oceaan moest hij driemaal per dag de gezichtseinder horizontaal in beeld zien te krijgen en precies op dat moment moest hij een signaal geven aan een ander bemanningslid zodat die de tijd kon registreren. Dat dit zo nauwkeurig mogelijk gebeurde was van levensbelang, want in deze oneindige oceaan kon je een speldenknop zoals Zuid-Georgia makkelijk voorbijvaren zonder daar erg in te hebben.
Tegen alle verwachtingen in bereikten ze King Haakon Bay op Zuid-Georgia. Jammer maar helaas, ze waren op de zuidkust geland en alle walvisstations lagen aan de noordkant van het eiland. Geen nood, ze rustten een dag of vijf en trokken dan met drie man zonder kaart en zonder aangepaste uitrusting de bergen in die nog nooit door iemand beklommen waren. Slechts 36 uur deden ze over de veertig kilometer. Dan hoorden ze tot hun opluchting het geluid van de stoomfluit die in het walvisstation van Stromness de werkdag inluidde. Nog een levensgevaarlijke afdaling door een ijskoude waterval en ze waren op veilig terrein.
Wenkbrauwalbatros |
|
Ernest Shackleton aka Tennessee Blackmore bij de beroemde waterval |
De drie mannen in King Haakon Bay oppikken was nu kinderspel. Maar de 22 andere opvarenden redden was andere koffie. Drie maanden en drie mislukte pogingen vergde het vooraleer Shackleton hen levend en wel kon ophalen op 30 augustus 1916.
Shackleton stierf in 1922 tijdens nog maar eens een expeditie naar Antarctica. Jaren later, in 1956, vatte Sir Raymond Priestley in zijn speech voor de British Science Association beter dan wie ook het karakter van de zuidpoolreizigers samen: Voor wetenschappelijke methodiek, neem Scott. Voor snelheid en efficiëntie, neem Amundsen. Maar wanneer het noodlot toeslaat en alle hoop vervlogen is, kniel dan neer en bid om Shackleton.
Voor wetenschappelijke methodiek, neem Scott. Voor snelheid en efficiëntie, neem Amundsen. Maar wanneer het noodlot toeslaat en alle hoop vervlogen is, kniel dan neer en bid om Shackleton
Al is geen enkele van zijn expedities met succes gekroond, toch wordt Shackleton alom geprezen voor zijn veerkracht en zijn innovatieve overlevingsstrategieën, en voor de redding van zijn manschappen wanneer alle hoop verloren is.
Overmorgen, in Grytviken, zullen we hem aan zijn graf eer bewijzen met Ierse whiskey.
Jaak Palmans
© 2025 | Versie 2025-11-18 15:00
Lees het vervolg in (3/6)